Door: Nico Dijkshoorn » Meer columns van Nico Dijkshoorn 
Gepubliceerd: vrijdag 30 juli 2010 00:30
Update: vrijdag 30 juli 2010 07:18
Dit lees ik net op de website van deze krant. ‘Drie jongens hebben dinsdagmiddag een 48-jarige invalide vrouw uit Driebergen mishandeld.’
Ik lees dit bericht op het verkeerde moment. Ik ben gisteren aangereden door een man in een rolstoel. Hij kwam op volle snelheid, elektrisch voortgedreven, de winkelstraat inzoemen en reed tegen mij aan. Hij bleef vlak voor mij staan en wachtte tot ik mijn excuses zou maken.
We stonden en zaten even zwijgend tegenover elkaar. Een western op wieltjes. Ik gaf geen krimp. Ik ging nu, voor één keer, eens niet heel nederig doen tegen een dominante invalide. Dit was er een, dat zag ik direct. Ik herken ze op kilometers aan de manier waarop ze rollen. Op zoek naar iets om tegen aan te botsen. Het liefst iets levends.
Jarenlang heb ik in een bibliotheek gewerkt, waar iedere dag een invalide vrouw ons gebouw onderzocht op gebruiksgemak. In bibliotheken is dat lastig. Je zou graag de boeken allemaal op heuphoogte zetten, maar dan heb je een gebouw ter grootte van Texel nodig. Deze invalide vrouw wilde uitgerekend allemaal dingen doen die mensen met benen goed kunnen. Duiken in zwembaden, bergbeklimmen en boeken lezen die op de hoogste plank stonden.
Zij had geen benen en dat was mijn schuld. In onze bibliotheek kopieerde ze de honderden brieven die ze naar diverse instellingen schreef. ‘Beste Uniekaas, waarom is er geen smeerkaas voor invaliden? Zijn wij minder of zo?’ En dan wist je het alweer: die zat een week later vastgeketend met haar stoel aan een koe.
De invalide die mij aanreed was meer van het lijdzame verzet. Om de voorbijgangers op zijn hand te krijgen ging hij nog lustelozer in zijn stoel hangen. Nu was het zaak om niet te buigen. Ik wilde hem toespreken. ‘Je reed me aan, invalide. Met je wieltjes. Tegen mijn gezonde been. Kijk, ik beweeg het nu.’ Je moet invalide mensen, ook als ze van achteren op je enkels rijden, vriendelijk toelachen, maar ik stond nu op het punt alles er eens uit gooien.
‘Ik heb zin om je uit je stoel te schudden, invalide, want je reed expres tegen mij aan. Beetje vreemd hè. Als je rolstoeldanst dan draai je perfecte cirkels en nu maai je in je elektrische stoel dwars door deze winkelstraat. Ja, nu kan je me heel invalide aan blijven kijken, maar dat weet ik nu wel. Toe maar, beetje speeksel langs je kin laten lopen, meneer zet zwaardere middelen in.’
Natuurlijk heb ik niets gezegd. Hij reed weg. Ik keek hem na. Tien meter verder boorde hij zich lachend in een kraam vol badstof sokken.
Nico Dijkshoorn is dichter/schrijver/muzikant. Het liefst alle drie tegelijk. Op een podium.