Door: Merel van Leeuwen 
Gepubliceerd: vrijdag 13 augustus 2010 00:02
Update: donderdag 26 augustus 2010 13:35
Criminelen opgepast. De politie kan dankzij baanbrekend onderzoek van het NFI vanaf volgend jaar veel meer vingersporen gebruiken om misdrijven op te lossen.
Vingerafdrukken worden al een eeuw gebruikt om criminelen op te sporen, maar het vakgebied, dactyloscopie geheten, heeft ook al die tijd stilgestaan. Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI), met vingersporen-deskundige Marcel de Puit voorop, is in dat gat gesprongen. ‘Wij hebben een wetenschappelijke methode ontwikkeld waarbij de politie straks veel meer vingersporen kan gebruiken om een misdrijf op te lossen.’

Foto: Frank Groeliken
De Puit legt uit: ‘Een vingerafdruk heeft 50 tot 150 zogenoemde Galton-punten. De Nederlandse politie heeft de norm dat tenminste tien punten in een vingerspoor overeen moeten komen met een vingerafdruk van de verdachte. Als het er minder zijn, mag het vingerspoor niet worden gebruikt als bewijs en kan de politie het dus weggooien.’
De Puit en zijn collega-onderzoekers hebben een wetenschappelijk model ontwikkeld waarbij vingersporen met vijf tot negen Galtonpunten ook kunnen worden gebruikt. ‘Het is een softwareprogramma dat een vingerspoor kan lezen en vergelijken met de vingerafdruk van een verdachte. Dat levert een waarschijnlijkheidsverhouding op, bijvoorbeeld: het is 10.000 maal waarschijnlijker dat dit spoor overeenkomsten vertoont met een vingerafdruk van de verdachte dan met een andere persoon die voorkomt in de vingersporendatabank van de politie.’ Die databank is overigens gevuld met 1,6 miljoen personen en minimaal zestien miljoen vingerafdrukken.

Bewijswaarde
De Puit benadrukt dat er een ‘enorm verschil’ zit tussen een vingerspoor in de opsporingsfase en de bewijswaarde daarvan in een rechtszaak. ‘Als je een verdachte in beeld hebt, kun je de veiliggestelde sporen vergelijken met de afdrukken van de verdachte. Dat kan een indicatie geven dat je in de goede richting zit. Dit zegt echter nog weinig over de bewijswaarde.’
Het is de bedoeling dat de politie er vanaf volgend voorjaar mee gaat werken. Dat vergt nog de nodige training van de rechercheurs en het bijspijkeren van de kennis van officieren van justitie en rechters. De Puit en zijn collega’s hebben al een verzoek uit het buitenland om een aantal bestaande zaken onder de loep te nemen, maar dat moet nog even wachten.’ De verwachting is dat het NFI jaarlijks zo’n vierhonderd vingersporenonderzoeken kan doen. De Puit: ‘De leiders van de forensische opsporing bij de politie vertellen mij dat ze deze methode móeten hebben. Want ze kunnen dus straks veel meer met vingersporen die ze nu noodgedwongen moeten weggooien.’
Hij ziet vooral een aanvullende rol voor vingersporen, zoals in zaken waar DNA-bewijs het laat afweten. ‘Wij proberen het bewijs van DNA en vingersporen aan elkaar te koppelen. In bepaalde zaken heb je wel een DNA-profiel van iemand, maar dat wil niet zeggen dat het een contactspoor is. Een vingerafdruk is altijd een contactspoor.’ Het is volgens De Puit bovendien nog maar een kwestie van tijd voordat onderzoekers DNA uit een vingerafdruk kunnen halen na een vingersporenonderzoek.