Door: Merel van Leeuwen ...
Gepubliceerd: maandag 30 augustus 2010 15:36
Update: maandag 30 augustus 2010 15:52
‘Als het hier niet lukt, dan ligt dat echt aan jezelf’Notoire spijbelaars, jonge boefjes met een laag IQ en crimineeltjes die donders goed weten dat ze fout zitten. Ze zijn uitgekotst door school en de hulpverleningsinstanties. Het Palmhuis lapt ze op.
Linda is 15 en gaat al een jaar niet meer naar school. Haar moeder is overleden, ze is angstig voor alles om zich heen en ze klampt zich vast aan haar vader. Linda’s vader, die nog een paar kinderen heeft, vindt het eigenlijk wel prettig dat zijn grote meid thuis is. Maar dan moet Linda voor de kinderrechter verschijnen wegens schoolverzuim en hij legt haar een taakstraf op. Als ze zich ’s ochtends wil melden voor haar taak, schrikken de andere jongeren met wie ze aan het werk moet, haar zo af dat ze meteen weer naar huis gaat. Niet lang daarna staat Linda opnieuw voor de kinderrechter. Dit keer krijgt ze veertien dagen jeugddetentie, omdat ze haar taakstraf niet heeft uitgevoerd.
‘Dit meisje is een goed voorbeeld van de schrijnende gevallen die er zijn’, vertelt Peter van Beelen, manager behandelzaken van het Palmhuis in Den Haag. ‘Ze is hier gekomen en na een succesvolle behandeling gaat ze weer naar school.’ Het Palmhuis is een forensisch psychiatrische instelling voor jongeren van 12 tot 24 jaar die het foute pad zijn opgegaan of dreigen te gaan. Twee jaar geleden heeft Van Beelen na overleg met de jeugdreclassering een zogenoemde spijbelgroep opgezet. Het Palmhuis is volgens hem daarmee de eerste forensische instelling die een dagbehandeling aanbiedt voor deze specifieke groep. Dat was nodig, omdat hij steeds meer jongeren zag die wegens langdurig schoolverzuim door de rechter naar het Palmhuis werden gestuurd. Daar kwamen ze terecht tussen de reguliere crimineeltjes.
‘Kinderen horen niet in de jeugdgevangenis wegens spijbelen. Ze hebben geen delict gepleegd, maar een overtreding. En ze komen uit gezinnen met veel trauma’s, opvallend veel van deze kinderen hebben een ouder verloren. Hun problemen zijn heel anders dan die van de straatschoffies die we hier ook hebben rondlopen.’ Van Beelen ontwikkelde samen met een leraar een programma voor deze spijbeljongeren. Ze krijgen onderwijs en worden behandeld voor hun angsten, hun gedragsproblemen of andere psychische stoornissen.
Het succes van de behandeling zit hem volgens Van Beelen in de onorthodoxe aanpak. ‘Je kunt van een notoire spijbelaar niet verwachten dat hij vanaf het begin vijf keer per week naar het Palmhuis komt. Soms beginnen ze met een keer per week. We helpen ze om te komen, dus we halen ze ook op. Maar kinderen moeten daar niet op gaan rekenen. Er was een jongen die niet uit zichzelf kwam, maar wel klaar stond als we hem kwamen halen. Tot zijn begeleider zei: Kom je nog? Dan is daar de tram en zie ik je straks.’
Van Beelen benadrukt dat het om maatwerk gaat, daarom bestaat de groep maximaal uit acht jongeren. ‘Het ene kind is het andere niet. Soms zijn we met drie, vier maanden klaar. Soms houden we kinderen een heel schooljaar hier om mee te oefenen.’ De jongeren gaan pas weg als ze terug kunnen naar school of een baan hebben en dan krijgen ze nog minimaal een half jaar begeleiding van het Palmhuis.
Langdurig spijbelen kan uitmonden in crimineel gedrag, zo heeft onderzoek uitgewezen. Van Beelen: ‘Dat gebeurt niet altijd hoor, maar het kan. Je ziet dat de overheid veel investeert in jongeren die straatroven plegen of geweld gebruiken, omdat de samenleving daar flink last van heeft. Die investeringen zie je minder terug bij spijbeljongeren. De samenleving mag weinig last van ze hebben, maar zij hebben wel veel last van zichzelf, ze durven bijvoorbeeld de straat niet op of ze zijn bang voor andere mensen. Dat kan uitmonden in blowen of crimineel gedrag. Het gros raakt aan lager wal.’
Den Haag telde in het schooljaar 2008-2009 165 kinderen die langdurig spijbelden. Hoewel dat aantal afneemt, hoopt Van Beelen over een paar jaar veel meer spijbeljongeren te kunnen behandelen. Maar geld is een probleem voor het Palmhuis, want het vangt jongeren op die overal al zijn uitgekotst. En dat is lastig, omdat GGZ-instellingen worden afgerekend op hun prestaties door de verzekeraars waar ze hun geld van krijgen. ‘Het is voor ons een bedrijfsrisico om die moeilijke gevallen binnen te halen’, vertelt Mark Lamb, manager bedrijfsvoering bij het Palmhuis. Hij snapt wel dat verzekeraars niet betalen voor een behandeling van jongeren die niet komen opdagen, maar hij vindt ook dat je deze groep niet aan zijn lot moet overlaten.
Zeker zo moeilijk is het behandelen van jonge crimineeltjes, al dan niet met een laag IQ, die door de rechter voor een dagbehandeling naar het Palmhuis worden gestuurd. Maar ook jongeren die dreigen af te glijden, kunnen er terecht. ‘Weet je hoe het komt dat de jongeren die hier komen al zo’n problematische (hulpverlenings-) geschiedenis hebben? Wij noemen dat handelingsverlegenheid. Onze doelgroep is meester in het ondermijnen van gezag en in het uitstoten van anderen. Veel professionals die niet weten hoe ze met deze kinderen moeten omgaan, gaan nog meer regels stellen. Maar het probleem is juist dat ze niet luisteren, dus wordt hun gedrag heftiger en worden ze telkens opnieuw uitgestoten. Zo gaan ze van de ene instelling naar de andere.’ Lamb kent voorbeelden van kinderen die al in zeventien instellingen hebben gezeten.
Er zit volgens hem een groot verschil tussen de ‘normale’ jonge boefjes en de licht verstandelijk beperkten (LVB) met een laag IQ tussen de 60 en 80. ‘LVB-jongeren die delicten plegen, doen dat vaak impulsief. Het zijn kinderen in een groot lijf. Soms snap je echt niet dat zulke stoeptegeltjes de hele boel op stelten kunnen zetten. Ze zijn heel beïnvloedbaar, dat is gevaarlijk. Maar als je je best doet, kun je ze ook zo om je vinger winden.’ Ze verblijven gemiddeld twaalf maanden in het Palmhuis, wat volgens Lamb aan de krappe kant is. ‘Maar er zit ook wel een grens aan wat je met ze kunt bereiken. Het grote probleem is om aansluiting voor hen te vinden als ze hier weggaan.’ Straatroof, geweldpleging, diefstal onder bedreiging met een mes, het is dit soort delicten waardoor de jongeren in het Palmhuis belanden. Lamb: ‘Ze zijn vaak slachtoffer en dader, maar ze zijn hier als dader. We stellen het delict centraal en dat is moeilijk, want ze willen het overal over hebben, behalve over het delict. We wijzen de jongeren op hun eigen verantwoordelijkheid. Het doel is om hun gedrag zo te veranderen dat ze niet meer de fout ingaan. We gaan het conflict met de jongeren aan. Je hoeft hen niet de grond in te boren, maar je moet het ook niet uit de weg gaan. Als je dat goed aanpakt, levert dat veel op voor hun zelfbeeld.’
Het alternatief voor deze jongeren is vaak de gevangenis of het straatleven. ‘En wij hebben ze tenminste in beeld. Er zit hier al meer dan een jaar een jongen met een elektronische enkelband. Het is een etter, maar hij komt wel. En als hij bijdehand doet, zijn wij toch wat bijdehanter. Zo hebben we al wel wat bereikt. Zonder het Palmhuis zou hij in de bak zitten. Maar wat erger is, hij zou dan wel slachtoffers hebben gemaakt.’
Treesje (13)
‘Ik ben niet van school gestuurd, maar ik ging zelf al maanden niet meer. Ik lag tot 12 uur op bed. Dat vond mijn moeder wel erg, die stond dan te schreeuwen aan mijn bed en gooide water in mijn gezicht. Maar het hielp niet. De directeur is ook wel eens langs geweest, maar die was zo dik dat hij de trap niet opkwam. Ik had veel ruzie op school en dan rende ik altijd weg. Hier ben ik wel harder geworden. Ik heb bijna een jaar in het Palmhuis gezeten, dat is best wel erg. Maar ik vond het leuk en ik heb geleerd om weer in mijn ritme te komen. Nu mag ik terug naar mijn oude middelbare school, de directeur heeft ook gezien dat ik harder ben geworden.’
Aisha (17)
‘Ik ben van drie scholen getrapt. Ik had totaal geen motivatie om te gaan, dus ging ik niet. En ik werd mishandeld buiten school. Mijn beste mattie stond erbij en liep weg. In januari ben ik in het Palmhuis gekomen. Het voordeel van hier is dat ze je blijven helpen en als normale mensen met je praten. Ze hebben mij vooral geleerd om over mijn angsten heen te komen en om weer in een normaal ritme te komen. Dat was helemaal weg. Ik was ’s nachts wakker en actief en overdag sliep ik. Het is hier ook niet meteen goed gegaan hoor. Ze hebben mij wel eens thuis opgehaald. Ik begin nu aan een mbo-opleiding. Ik hoop dat het beter gaat en dat mijn motivatie niet weggaat. Meestal denk ik na een paar maanden fuck it, ik heb geen zin meer.’
Clarence (20)
‘Ik ben thuis niet klaargemaakt voor de maatschappij. Ik ben door mijn ouders zo geworden. Twee keer was ik op de verkeerde tijd op de verkeerde plaats en moest ik voor de rechter komen wegens zware mishandeling. De eerste keer was ik 17 en kreeg ik een taakstraf, en een jaar geleden werd ik naar het Palmhuis gestuurd. Ik zie het hier als een school waar ik veel kan leren. Daar moet ik van profiteren, ja toch? Het is hier nog net geen gevangenis. Als het niet lukt, ligt dat echt aan jezelf. Alles draait hier om herhaling, leren omgaan met situaties. Als ik nu tegen iemand aanbots op straat, zeg ik sorry. Ook al is het niet mijn schuld. Ik zie mijn vrienden van vroeger nog wel en ik weet precies wat ze doen als ze in een winkel zijn. Dus loop ik nog wel met ze mee, maar ik ga niet meer mee naar binnen. Dat weten ze, en dat vinden ze oké.’
Gen (18)
‘Ik had iemand neergestoken, maar ik mocht van de rechter naar het Palmhuis. Dat was in januari 2008. Ik heb eerst in een jeugdgevangenis gezeten, daar word je echt gek. Hier heb ik veel geleerd man, hoe je met problemen moet omgaan. Ik word niet snel meer boos. Ik ben relaxter geworden en ik blow sinds zes maanden niet meer. Dat deed ik heel veel. Vroeger liet ik me snel overhalen, nu niet meer. Ik heb ook afstand genomen van mijn matties van vroeger. Ik loop stage bij Kwantum en na de zomer krijg ik er een vaste baan. Daar heeft een jobcoach me bij geholpen. Nu geloof ik in mezelf en ik heb vertrouwen in de toekomst.’