Door: Merel van Leeuwen 
Gepubliceerd: zondag 5 september 2010 22:17
Update: zondag 5 september 2010 22:20
Hoeren kunnen in Nederland legaal werken, maar de Groningse politie bestrijdt mensenhandel met man en macht. ‘Ik wil dit gedonder niet.’
‘Dat donkere meisje Bert, die is hier toch nieuw?’ Jan Smid, projectleider vreemdelingenpolitie, maakt met zijn collega het bijna dagelijkse politierondje door de prostitutiestraten van Groningen. Achter een van de ramen in de Muurstraat staan twee vrouwen. De ene kennen ze al langer, de ander niet. Reden voor politieman Bert Luchies om naar binnen te gaan. Luchies is voor alle prostituees een bekende. Behalve voor de nieuwe meisjes en die wil hij dan ook leren kennen. Shirley spreekt maar drie woorden Engels. Ze komt uit de Dominicaanse Republiek en heeft een Spaans paspoort. Ze is op vakantie, vertelt ze. En werkt een paar weken bij haar vriendin, daarna gaat ze terug naar Barcelona. Shirley, die 43 blijkt te zijn, geeft zonder morren haar paspoort af. Luchies legt uit dat hij die over een paar uur zal terugbrengen. Als hij haar telefoonnummer heeft, kunnen de dames weer aan het werk.
Foto's: Laurens AaijZes jaar geleden besloot de politie Groningen om extra prioriteit te geven aan mensenhandel binnen de prostitutie. Smid: ‘Wij doen de meeste controles in het land en we registreren alles. Zo scannen we de paspoorten van alle prostituees in en noteren we alle verdachte handelingen die we zien rond de meiden. Sommige politiekorpsen vinden dat te veel gedoe, maar ons registratiesysteem krijgt landelijke navolging. Het is vooral in het begin veel werk, maar daarna is het een kwestie van bijhouden. We hebben er veel profijt van in de opsporingsonderzoeken.’
Groningen telt 150 prostitutieramen en de provincie achttien seksclubs. De prostituees komen vooral uit het Oostblok, met name uit Bulgarije en Tsjechië. Luchies en zijn vaste politiemaat controleren de ramen, twee anderen maken hun rondjes langs de sekshuizen in de provincie. Dat doen ze niet in uniform en in een politieauto, maar gewoon in burger. ‘Dat is plezieriger voor de meiden’, vertelt Smid, die een paar keer per maand meegaat.
Hoeveel prostituees in Groningen slachtoffer zijn van mensenhandel weet de politie niet precies. Ze krijgt jaarlijks ongeveer vijftig aangiftes, maar sinds de politie fors inzet op mensenhandel komen de problemen eerder aan het licht. Ze draaien vijf tot zeven mensenhandelonderzoeken per jaar met gemiddeld twee verdachten per zaak. ‘Je moet ervan uitgaan dat een vrouw bij een eerste controle nooit zegt slachtoffer te zijn. De drempel om dat toe te geven, is heel hoog. Wij proberen de slachtoffers van mensenhandel te herkennen en voor te lichten. En we proberen ze zover te krijgen dat ze hun verhaal willen doen’, licht Smid toe.
Minderjarig meisje
Twee dagen geleden hadden ze nog beet. Smid: ‘We zagen een donker meisje dat we nog niet kenden. We gingen naar binnen, begonnen een gesprek en hadden meteen geen goed gevoel bij haar verhaal. Ze bleek Nigeriaanse en ze gaf ons niet haar paspoort, maar een verblijfsdocument.’ Dat document bleek niet in orde en ze moest mee naar het bureau. Na het afnemen van haar vingerafdrukken bleek de vrouw niet de persoon te zijn van het verblijfsdocument en ging ze in vreemdelingenbewaring. ‘Ze vertelde de vreemdelingenpolitie dat ze 17 was en geen 28. Een minderjarig meisje is per definitie slachtoffer en we hebben haar meteen uit de cel gehaald en overgedragen aan voogdij-instelling Nidos.’
Ze valt nu onder de zogenoemde B9-regeling waarbij slachtoffers van mensenhandel een tijdelijk legaal verblijf krijgen. De Nigeriaanse krijgt alle hulp en als ze aangifte doet of meewerkt aan het onderzoek, kan ze in aanmerking komen voor het Nederlanderschap. ‘Dit meisje heeft ons verteld dat ze door een blanke meneer is meegenomen naar Nederland en vier dagen in de prostitutie heeft gewerkt. We hebben haar er dus snel uit kunnen halen. Op haar kamer vonden we een briefje waarop ze haar betalingen moest bijhouden. Dat is een voorbeeld van slachtofferschap.’
Haar kamerverhuurder gelooft niet dat het meisje slachtoffer is. Hij is erop aangesproken dat hij een kamer heeft verhuurd aan een minderjarige, ook al kon hij dat op basis van de documenten, die het meisje liet zien, niet weten en is hem dus niets te verwijten. Maar hij is wel boos, omdat hij op een nette manier zaken probeert te doen. ‘Ik wil dit gedonder niet. De volgende keer als ik een nieuwe heb, bel ik meteen de politie of ze het meisje willen komen controleren.’
Tatoeages
Mensenhandelaar Saban B., die vorig jaar tijdens een verlof naar Turkije wist te vluchten, is het schrikbeeld van een pooier die geen middel schuwde om de vrouwen aan zich te binden. Borstvergrotingen, tatoeages en zware mishandeling, verkrachting, zijn slachtoffers kregen er allemaal mee te maken. Het zijn kenmerken van mensenhandel waar Smid en zijn collega’s altijd op letten. Pooiers zien ze steeds minder in de prostitutiebuurt van Groningen. Ze hebben hun werkterrein verlegd sinds de politie intensief controleert.
Smid: ‘Dat is soms lastig, maar ook al is de afstand groter, er blijft altijd een vorm van verbinding tussen de pooier en het slachtoffer. Gelukkig hebben wij de middelen om die communicatie te onderscheppen. Ik ken een zaak waarbij sms-verkeer als bewijs heeft gediend. Die prostituee moest haar pooier alles laten weten, wanneer ze naar het toilet ging, wanneer er een nieuwe klant kwam, wat ze had verdiend. Het is prachtig als je dat kunt onderscheppen.’
Een ander middel om de pooier hard te raken, is hem financieel kaal plukken en ook daar zet de politie steeds meer op in. Smid: ‘We hebben een vrouw die in acht jaar tijd zo’n twee miljoen heeft verdiend voor haar pooier. We hebben voor een half miljoen beslag kunnen leggen op zijn vermogen en er bestaat een kans dat zijn slachtoffer dat krijgt.’
Een uurtje later in de auto zien Smid en Luchies in de Nieuwstad een meisje achter het raam dat ze nog niet kennen. De blondine klimt van haar kruk, legt haar joint neer en leidt de politiemannen de trap op naar haar kamer. Boven het bed hangen posters van een pin-up die op haar lijkt. Ze leunt ongemakkelijk tegen de muur als ze de vragen van Luchies beantwoordt. Hij is neergeknield bij een lampje in de donkere kamer om haar paspoort te kunnen bekijken. De 23-jarige Nancy uit Tsjechië vertelt in gebrekkig Engels dat ze juist vandaag in Groningen is aangekomen. Ja, ze heeft hier al eens eerder gewerkt, dat was een jaar geleden. Ze werkt alleen, vorig jaar was ze hier samen met een vriendin van wie ze alleen de werknaam nog weet. Maar Luchies vraagt door. ‘Heb je vorig jaar problemen gehad?’ Nancy geeft uiteindelijk toe, maar ze zegt er meteen bij dat die nu achter de rug zijn en dat ze er niet meer over wil praten.
‘Wij kunnen je helpen hè?’, zegt Luchies weer. Nancy knikt dat ze dat weet, maar dat het goed is zo. Dan vraagt hij naar de betekenis van haar tatoeages. Die op haar ene arm betekent ‘vecht voor je rechten’. En die op haar andere arm ‘kansen’. Luchies benadrukt nog een keer dat de politie haar kan helpen en dat ze ook haar familie in Tsjechië bescherming kunnen bieden. Ook kunnen ze haar geld dat ze is kwijtgeraakt, proberen terug te halen. Maar Nancy wil niet. Die rottijd is voorbij en het gaat goed met haar. Voordat de politiemannen weggaan, geeft Luchies haar nog zijn telefoonnummer, zodat ze hem altijd kan bellen.
Oude bekende
Buiten zegt Luchies dat hij bijna zeker weet wie vorig jaar de pooier van het meisje was. En dat vermoeden wordt bevestigd als hij haar paspoortgegevens in het systeem invoert. Nancy blijkt namelijk al een bekende te zijn, die vorig jaar zomer uit Groningen is vertrokken nadat ze door haar pooier bont en blauw is geslagen. ‘Kijk’, zegt Smid, ‘dit is nou een goed voorbeeld van het belang van registratie. Omdat we alles zo goed vastleggen, kunnen we tot jaren terug informatie uit het systeem halen die van pas kan komen.’ Luchies en Smid spreken af om Nancy binnenkort uit te nodigen voor een gesprek op het bureau, in aanwezigheid van een tolk.
Spontane aangiftes
Het komt in Groningen zo’n tien keer per jaar voor dat een slachtoffer van mensenhandel zich spontaan meldt bij de politie om haar verhaal te doen. ‘Laatst hadden we er nog een’, vertelt Smid. ‘Die vrouw had twee jaar in de Nieuwstad gewerkt, maar is inmiddels gelukkig met haar vriend en een kind. Toch zat ze nog met haar verleden. Ze was al een jaar uit het vak en pas toen was ze er klaar voor om erover te vertellen.’ Het is Smid en zijn collega’s vooral om de slachtoffers te doen. ‘Onze zaak is al 100 procent geslaagd als we een meisje uit handen van haar pooier weten te krijgen, ook al heb ik niemand kunnen aanhouden. Prostitutie is een moeilijk metier. De problemen lossen we niet op, maar we kunnen er wel zoveel mogelijk aan doen.’
Er komen nog steeds vrouwen uit het Oostblok hun geluk beproeven in Groningen. De armoede en de schrale leefomstandigheden in hun vaderland spelen daarbij een grote rol. ‘Ik moet dat goedvinden’, zegt Smid, ‘want een 18-jarige mag zelf weten of ze hier wil komen werken in de prostitutie, zo is de wetgeving in Nederland. Als ze maar wel weet dat het niet onder dwang hoeft en dat ze daar geen pooier voor hoeft en moet betalen. Vandaar dat wij zoveel controles uitvoeren en met hen in gesprek gaan.’
Politiesamenwerking met Bulgaren De politie in Groningen is in 2004 begonnen met het Regionaal Uitbuitingsteam (RUIT) waarin veertien mensen zich bezighouden met de bestrijding van mensenhandel. Daarnaast hebben politie en justitie in Groningen en Friesland de afgelopen anderhalf jaar nauw samengewerkt met de Bulgaarse politie in de strijd tegen mensenhandel. In dit project vond een uitwisseling plaats tussen Nederlandse en Bulgaarse politiemensen. Daar konden rechercheurs zien hoe de Bulgaarse samenleving en wetgeving in elkaar zitten en een Engelssprekende Bulgaarse rechercheur heeft wekenlang in de Groningse prostitutiebuurt gewerkt. Dat laatste is zo goed bevallen, vooral vanwege de taalvoorsprong, dat subsidie is aangevraagd om de Bulgaarse rechercheur weer te kunnen inzetten. Ook zijn er in Nederland twee voorlichtingsfilms en foldermateriaal gemaakt die de vrouwen in Bulgarije laten zien wat hen te wachten staat als ze als prostituee aan de slag gaan. Verder is er flink geïnvesteerd in opvanghuizen voor de slachtoffers daar, zodat vrouwen veilig kunnen terugkeren naar Bulgarije om dicht bij hun familie te zijn en een bestaan te kunnen opbouwen. Het samenwerkingsproject is in juni officieel afgesloten, maar de contacten blijven. De Bulgaarse politie is er inmiddels van doordrongen dat hun medewerking noodzakelijk is om de pooiers aan te pakken.