Door: Camil Driessen 
Gepubliceerd: maandag 6 september 2010 23:18
Update: dinsdag 7 september 2010 06:42
De particuliere Amsterdamse buurtgastheren tegen overlast rond coffeeshops zijn zo succesvol dat ze in Leeuwarden werden gekopieerd. De gemeente krijgt er nu zelfs anderhalve ton rijkssubsidie voor.
Met ronkende motor en bonkende hiphopmuziek stopt de paarse VW Golf met vier Surinamers om de hoek bij de Amsterdamse coffeeshop Boerenjongens. Een jongen stapt uit om snel een jointje te halen. Maar dat gaat zomaar niet. ‘Hey kerel, kun je effe de muziek en motor uitzetten alsjeblieft’, vraagt buurtgastheer Martin Jansen (42). ‘Ja is goed man’, mompelt de jongen die terugloopt naar zijn auto. ‘Top, gozer. Dank je wel.’

Foto: Laurens Aaij
Het is een succesverhaal, al meer dan anderhalf jaar beperken de buurtgastheren van de BG-Groep de overlast rond de coffeeshops Boerenjongens en Bij in de wijk De Baarsjes tot het minimum, tot genoegen van bewoners, gemeente en politie.
BG-Groep heeft dagelijks van 16.00 tot 01.30 uur twee of drie werknemers in een straal van 250 meter rond de coffeeshops lopen die mensen aanspreken op hun asociale gedrag; van foutparkeren tot het veroorzaken van geluidsoverlast of het achterlaten van afval. Ze dweilen elke dag de portieken van omwonenden en rapen sigaretten en blikjes op.
Het initiatief bleef in de rest van het land niet onopgemerkt. Sinds april lopen ook bij de Leeuwarder coffeeshops Miami en De Os buurtgastheren rond. Wederom een hit. Zo groot dat de gemeente Leeuwarden vorige week 150.000 euro subsidie van het ministerie van Binnenlandse Zaken kreeg in het kader van een reeks pilotprojecten om overlast bij coffeeshops terug te dringen. Rondom de dertien Leeuwarder coffeeshops zullen twee jaar lang vier buurtgastheren worden ingezet.

Foto: Laurens Aaij
Mede-eigenaar Gerrit-Jan ten Bloemendal van De Os kreeg het idee van de buurtgastheren toen hij in januari een reportage van Netwerk zag naar aanleiding van een artikel in Dagblad De Pers over zijn Amsterdamse ‘collega’s’. ‘Ik vond het prachtig om te zien dat iedereen enthousiast was over het werk van de buurgastheren. Zelfs de politie.’
Alsjeblieft geen stadswacht
Ten Bloemendal plande een bijeenkomst voor bewoners en ondernemers uit de buurt en nodigde ook de wijkagent, parkeerbeheer en gemeente uit. Iedereen was enthousiast. Een ondernemer van The Society Shop stelde jassen beschikbaar waar Ten Bloemendaal ‘Buurtgastheren’ op liet borduren. ‘De eerste avond moesten we honderd auto’s wegsturen, maar nu komen ze aanrijden, zien ons staan en rijden door’, zegt hij. ‘Een succes’, noemt de politie het.
Het valt te hopen dat het dat ook blijft. Want wat zowel in Amsterdam als in Leeuwarden begon als een particulier initiatief van de coffeeshops, wordt nu dus door de gemeente gekaapt.
Ten Bloemendal heeft er gemengde gevoelens over. ‘Beter goed gejat dan slecht bedacht, dat heb ik zelf ook met het Amsterdamse idee gedaan. Maar ik maak me zorgen over hoe de gemeente het gaat invullen.’ Mogelijk gaat Leeuwarden overtollige stadswachten inzetten. ‘Zijn’ gastheren lopen rond tot de gemeente het in oktober overneemt.
Volgens Ten Bloemendal neemt de overlast af omdat er een directe link tussen de coffeeshop en de buurtgastheren is. ‘Een coffeeshopbezoeker kun je redelijk gemakkelijk motiveren door te zeggen ‘onze shop gaat dicht als jij niet goed parkeert’.’
Ook buurtbewoonster Elly vraagt zich ernstig af of de situatie beter wordt als de gemeente de taken gaat overnemen. ‘Laat het alsjeblieft geen stadswachten worden, want daar heeft niemand respect voor. Bij buurtgastheren is het belangrijk dat ze streetwise zijn en met het publiek van de coffeeshop kunnen omgaan.’
Daar is buurtgastheer Bonnie (die vijftien jaar als portier werkte) het mee eens. Hij is buurtbewoner en fungeert vrijwillig als gastheer. ‘Je komt echt van alles tegen op straat en moet wel je mannetje kunnen staan, bijvoorbeeld tegenover Antillianen met een enorme attitude. Daar moet je toch ballen voor hebben.’
De politie Friesland wil zich niet met het gemeentelijk personeelsbeleid bemoeien, maar zegt wel dat het belangrijk is dat de nieuwe gastheren ‘de wetten van de straat kennen’.
Uitgehold
Dat het Rijk nu subsidie aan Leeuwarden geeft, ziet Jansen als een compliment. ‘Erkenning en bevestiging dat het werkt.’ Maar hij vreest ook dat het concept wordt uitgehold. De buurtgastheren in Amsterdam doen namelijk meer dan die in het hoge noorden die vooral op verkeersoverlast en verkoop aan minderjarigen letten.
Een paar voorbeelden: ‘Toen de gemeentereiniging het door staking enkele keren liet afweten, hebben wij al het vuilnis in de buurt opgehaald’, vertelt Jansen. Ook maakte de BG-Groep de buurt groener door plantenbakken op straat te zetten en werd een klachtennummer in het leven geroepen, zodat een buurtgastheer meteen in actie kan komen als een bewoner iets signaleert.
‘En onlangs heb ik zo’n Marokkaans gastje eens kennis laten maken met mevrouw De Vries van 83 in een portiek verderop, die hier al haar hele leven woont. Zo raakt de buurt weer met elkaar in gesprek’, meent Jansen.
De volledige naam van zijn bedrijf is niet voor niets ‘BG Service kwaliteit voor het uitvoeren van facilitair ondersteunende diensten met betrekking tot het handhaven van normen en waarden.’
Voor de BG-Groep werken inclusief Jansen drie Hollanders, twee ?Marokkanen, een Surinamer en een Surinaamse Chinees. ‘We zijn echt een onderdeel van de buurt en praten met jeugdzorg, de politie en straatcoaches. Laatst hebben we zelfs een paar jongens aan een baan geholpen.’
Overbodige subsidie
Jansen zou graag zien dat zijn hoge eisen de landelijke maatstaf worden bij het aanpakken van overlast rondom coffeeshops en dat niet iedereen het wiel opnieuw gaat uitvinden. ‘Als iedereen in elke plaats z’n eigen invulling geeft aan het concept, dan loop ik het risico dat het begrip buurtgastheer devalueert. Om dat te voorkomen zijn we aan het kijken om een opleidings- en coachingstrajecten voor buurtgastheren op de zetten. Laat het ministerie daar maar subsidie voor verstrekken.’
In zijn opmerking klinkt onbegrip door voor het feit dat de gemeente Leeuwarden geld van het Rijk krijgt, terwijl hij gewoon door de coffeeshops wordt ingehuurd. Coffeeshops moeten namelijk voldoen aan de AHOJ-G criteria: geen Affichering (reclame), geen Harddrugs, geen Overlast, geen verkoop aan Jongeren onder de achttien jaar, geen verkoop van Grote hoeveelheden (meer dan 5 gram).
Buurtgastheren zijn een typisch gevalletje ‘O’ van overlast. ‘Coffeeshops worden gedwongen om overlast tegen te gaan net zoals bedrijven aan milieueisen moeten voldoen’, zegt Ten Bloemendal. Ook hij vindt het opmerkelijk dat de gemeente die taak nu deels overneemt. ‘Anders had ik een of twee mensen in dienst genomen.’
Subsidieverstrekker Binnenlandse Zaken laat via een woordvoerder weten dat Jansen en Ten Bloemendal ‘helemaal gelijk hebben’ dat coffeeshops en gemeenten zelf voor de ‘O’ moeten zorgen. ‘Maar dit is een van de tijdelijke projecten om te kijken welke maatregelen werken, zodat die straks ook elders ingezet kunnen worden.’
Volgens Jansen had het ministerie zich die moeite kunnen besparen. ‘Ik snap het eigenlijk niet zo goed. Al die ambtelijke overleggen, studies en tonnen subsidie. Ik zou zeggen, kom kijken. Hier werkt het al jaren.’
Foto: Klaas Jan van der Weij
Overheidssubsidie
Naast de 150.000 euro die Leeuwarden krijgt voor de buurtgastheren krijgen nog acht steden subsidie voor pilots om overlast rond coffeeshops aan te pakken. In totaal stelt het rijk 3,3 miljoen euro beschikbaar. Eindhoven en Maastricht krijgen geld om onder meer een pasjessysteem voor bezoekers in te voeren. Heerlen mag voor twee ton BOA’s inhuren en Roosendaal en Bergen op Zoom (waar geen coffeeshops zijn) krijgen geld om drugstoeristen via een reclamecampagne te weren.
De ‘gelukkige’ gemeenten dragen zelf een kwart van de kosten bij.