Gepubliceerd: donderdag 3 februari 2011 20:22
Update: donderdag 3 februari 2011 20:53
Minister Uri Rosenthal van Buitenlandse Zaken erkent dat hij het in
de zaak van Zahra Bahrami beter had kunnen doen. ,,Ik vraag me dat ook
steeds af. Ik heb het niet prima gedaan en sta mezelf niet op de borst
te kloppen'', zei de minister donderdagavond tijdens het spoeddebat
over de executie van de Nederlands-Iraanse vrouw in Iran. ,,Ook
ik trek een les uit deze gebeurtenis'', zei hij. De knieval kwam nadat
vooral D66 en de PvdA in het debat kritiek hadden geleverd op de
minister. Ze verweten hem dat hij zich zelf niet had bemoeid met
Bahrami terwijl hij in de media wel had gezegd ,,dat alles was gedaan
op alle niveaus''.
Rosenthal hield dat nog lang vol in het
debat, maar matigde later zijn toon. Hij zei dat de fase nog niet
aangebroken was om het niveau op te schalen tot dat van de minister of
president van Iran. Ook daar kon de minister zich volgens het merendeel
van de oppositie niet achter verschuilen. De minister had niet moeten
afgaan op de informatie van Iraanse zijde, omdat bekend was dat die
zeer onbetrouwbaar was.
Achteraf kun je zeggen ,,er was meer
nodig geweest'', aldus Rosenthal. Zaterdag bleek tot zijn verrassing
dat Bahrami was geëxecuteerd. ,,De nacht van zaterdag op zondag is een
van mijn slechtste nachten geweest'', zei de minister. Hij zegt ook met
het ,,klamme zweet'' in z'n handen te zitten over vier andere
Nederlanders met de Iraanse nationaliteit die nog in Iran gevangen
zitten.
De lessen die hij uit de zaak-Bahrami zal trekken,
beslaan volgens Rosenthal het hele traject. Dat loopt van de geruchten
over haar arrestatie eind 2009 op internet en in de media, tot aan haar
dood op 29 januari 2011. Hij zal over deze lessen nog een brief sturen
naar de Kamer, op verzoek van de ChristenUnie.