Door: Eric Smit 
Gepubliceerd: woensdag 25 april 2007 10:00
Documenten, video: donderdag 26 april 2007 16:15
Nina Brink heeft haar centen verdiend met de beursgang van World Online. Ruim honderdduizend mensen hebben vooral verloren. Een voormalige vriendin: ‘Ze is het type dat een heel eind met je meeloopt, je gebruikt, vervolgens beloftes niet nakomt en je uiteindelijk een grote schop geeft als ze je niet meer nodig heeft.’ Deel 1 van een drieluik over de manipulaties van mrs. Innocent. 
De internethype heeft in Nederland de top bereikt als World Online (WOL) naar de beurs gaat. Het is 17 maart 2000 en het bedrijf, met een omzet van 64 miljoen euro en 91 miljoen euro verlies, is 12 miljard euro waard. Zo ging dat in die dagen. Op 17 maart 2000 kopen 150.000 beleggers voor bijna 3 miljard euro aandelen WOL. Het is de grootste beursgang in de geschiedenis van de Amsterdamse Effectenbeurs. Als de koers van het aandeel kort na de beursgang instort, blijkt het ook het grootste Nederlandse beursdebacle ooit te worden. In korte tijd verdampen miljarden euro’s.
In de nasleep van het drama tuimelen de advocaten over elkaar heen om benadeelde beleggers bij te staan. Markantste zaak is die van twintig gedupeerde beleggers van het veelbesproken Friends & Family-programma: een select groepje vrienden van WOL-topvrouw Nina Brink. Hun advocaat Reinoud Imhof van het advocatenkantoor Derks Star Busmann in Utrecht heeft maandenlang de schijnwerpers op zich gericht staan als hij WOL aanvalt. Uit onderzoek van deze krant komt een bizarre waarheid naar boven. Advocaat Imhof werd in werkelijkheid aangestuurd én betaald door de hoofdrolspeelster: Nina Brink.
De zaak rond de vrienden en familie van WOL was misschien wel de meest spraakmakende van alle procedures die na het beursdrama speelden. De vrienden en familie van WOL werden gevormd door een kleine bevoorrechte groep van 120 mensen die ooit voorrang kregen bij de inschrijving op de aandelen van het internetbedrijf. Door hun contact of familieband met werknemers en leden van het management van WOL kregen ze de gelegenheid om bij de beursgang relatief grote pakketten aandelen te kopen.
Tina Turner,
Sarah FergusonTot deze groep van uitverkorenen behoorden veel prominenten: Barbra Streisand, de hertogin van York Sarah Ferguson, Tina Turner. En ook captains of industry als Cees van der Hoeven, de vroegere bestuursvoorzitter van Ahold (hij kocht voor 250.000 euro aandelen), de toenmalige bestuursvoorzitter van Heineken Karel Vuursteen (300.000 euro), Hans Breukhoven (100.000 euro) van Free Record Shop, Jaap Blokker eigenaar van het Blokker- concern (1 miljoen euro) en makelaar Cor Zadelhoff (500.000 euro). En verder de weduwe van vastgoedbaas Jaap Kroonenberg, Christine Kroonenberg (250.000 euro) en de WOL-huisarchitect Ed Veenendaal (500.000 euro).
Christine KroonenbergZe hebben allemaal forse bedragen verloren op hun beleggingen. En daarom is een half jaar na de beursgang van WOL de Utrechtse advocaat Reinoud Imhof uit naam van een aantal van deze bijzondere gedupeerden een zaak begonnen om een schadevergoeding los te krijgen. De voormalige vrienden trokken op tegen het WOL van Nina Brink. Het was althans de bedoeling dat het daarop zou lijken. Vanuit de coulissen trok echter iemand anders aan de touwtjes: Nina Brink herself.
VoorjaarTerug naar het koortsige voorjaar van 2000, wanneer WOL naar de beurs gaat. Vanaf het moment dat het internetbedrijf een notering krijgt aan de Amsterdamse Effectenbeurs en de koers een dag later al onderuitgaat, is Nina Brink de kop van Jut van heel Nederland. Helemaal als bekend wordt dat ze haar eigen aandelen vóór de beursgang heeft verkocht. Hoewel de transactie deels in de beursprospectus staat vermeld is dat niemand opgevallen. De collectieve pers en zelfs belangenbehartiger de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) hebben zitten slapen. Tot een paar dagen na de beursgang. Dan wordt duidelijk dat Brink haar lockup, een verbod op de verkoop van haar aandelen, op een slimme manier heeft omzeild en het gros al voor de zekerheid heeft verkocht.
CashenDat is niet iets dat een oprichter/directeur van een nog zwaar verliesgevend bedrijf behoort te doen. Door in een vroeg stadium te cashen, geeft Brink in feite aan dat ze weinig vertrouwen heeft in de toekomst van haar eigen bedrijf. Feit is echter dat haar transactie op dat moment nog binnen de regels van de Amsterdamse beurs valt. De verontwaardiging is er niet minder om. De koers van het aandeel WOL stort verder in en Brink krijgt er in de media ongenadig van langs. Die wijzen haar terecht op een leugen die ze voorafgaand aan de beursgang over haar aandelenbelang naar buiten heeft gebracht. Ze zou nog geen aandelen hebben verkocht. ‘I did not sell any shares at this time’, sprak ze enkele maanden voor de beursgang.

Niet dus. Brink zou mede daarom de belegger hebben misleid. Advocaten Spong en Hammerstein doen om deze reden aangifte bij justitie en Brink wordt kort na de beursgang door de Raad van Commissarissen gedwongen om af te treden. Kort daarna laat ze zich wanhopig uit tegenover een verslaggever van De Telegraaf: ‘Waarom is alles alleen maar op mij gericht?’ Brink vindt dat haar niets te verwijten valt. Wat er mis is gegaan ligt niet aan haar, maar vooral aan anderen: de bank, de advocaten, de managers van World Online, de commissarissen en wie al niet meer. Ze voelt zich door de media zwaar mishandeld en zet in op eerherstel. In het geval Brink betekent dat doorgaans dat er advocaten ingehuurd worden om te procederen. Zo ook hier. Alleen beseft de buitenwereld dat niet. Wanneer het vriendschap betreft wordt Nina Brink tot haar ergernis in de media over het algemeen met haar goede en vooral beroemde vrienden als Willeke Alberti en Sarah Ferguson in verband gebracht. Eind 2000 zegt ze daarom tegen De Telegraaf: ‘Mijn beste vriendin is een huisvrouw, die vrijwilligerswerk doet in de gezondheidszorg. Maar ja, daar schrijft nooit iemand over.’
Vriendin
Die ‘beste vriendin’ is Marjolein Jessen, vrijwillig stervensbegeleidster in een ziekenhuis in België. Maar dat ze vriendinnen waren, zei Brink zesenhalf jaar geleden. De innige vriendschap tussen de twee dames ligt inmiddels op het kerkhof. ‘Ik leerde Nina midden jaren negentig op de manege in Brasschaat kennen’, zei Jessen in 2005 tegen Quote. ‘De periode na World Online maakte een eind aan onze relatie.’ Jessen deed op advies van Brink mee aan het Friends and Family-program bij de beursgang. ‘Ze zei dat ik me geen zorgen hoefde te maken en dat ze eventuele verliezen hoe dan ook zou compenseren. Ik had toen geen redenen om aan haar woord te twijfelen want in eerste instantie betaalde ze netjes de rente over het geïnvesteerde kapitaal.
Maar Nina bleek totaal onbetrouwbaar. Ze is het type dat een heel eind met je meeloopt, je gebruikt, vervolgens beloftes niet nakomt en je uiteindelijk een grote schop geeft als ze je niet meer nodig heeft. Als je haar daarop aanspreekt, draait ze het om. Dan ben jij ineens de leugenaar, degene die haar het leven moeilijk maakt. Zelfs haar man Ab noemt haar mrs. Innocent. Zij heeft nooit iets verkeerd gedaan. Uiteindelijk heb ik enorme schade geleden door Brink. De gevolgen zijn nog dagelijks merkbaar. Wie deze vrouw in zijn of haar leven binnenlaat, moet weten dat er dan nare dingen kunnen gebeuren’.
Vriendin Jessen speelt een cruciale rol in de operatie eerherstel die Brink entameert. Brink meldt Jessen dat ze een rechtszaak wil beginnen. Ze zou beschikken over belastend materiaal van betrokken bestuurders en commissarissen dat een ander licht op de beursgang zou kunnen laten schijnen. Daarmee zou haar vriendin een goede kans maken op een schadevergoeding. De zaak zou uit naam van enkele benadeelde beleggers uit het Friends & Family-programma van WOL gevoerd moeten worden. ‘Ze kon natuurlijk niet zelf naar voren treden’, zegt Jessen. ‘En daarom heeft ze mij gevraagd of het in mijn naam gedaan kon worden’. En zo gebeurt het aanvankelijk ook.
Zomer
Ergens in de zomer van 2000 begeleidt Jessen Brink bij de eerste afspraak met advocaat Reinoud Imhof op het kantoor van Derks Star Busmann. Na die ontmoeting worstelt de Utrechtse advocaat met de vraag uit wiens naam hij zal zeggen dat hij optreedt? Tjerk Stapel, een zwager van Brink-rechterhand Eric Tolsma, en ene Willem de Bois worden uiteindelijk als deelnemers van het vriendenprogramma bereid gevonden om als façade te dienen voor de juridische procedure die Imhof op verzoek van Brink zal opzetten. De Bois, die carrière maakte als manager van bekende radio-dj’s als Adam Curry, Ruud de Wild en Jeroen van Inkel zegt: ‘Mij werd gevraagd of ik het lef had om naar voren te stappen en in naam deze zaak te beginnen’, zegt De Bois.

‘Ik vond dat geen probleem. Ik had bakken met geld verloren en ik hoopte hiermee wellicht iets terug te krijgen. Bovendien was ik gemotiveerd om iets tegen Brink te ondernemen.’ De Bois heeft op dat moment echter geen idee dat hij Brink juist een grote dienst bewijst. Imhof stuurt de succesvolle djmanager een e-mail waarin hij hem vraagt of hij wil bevestigen dat hij als boegbeeld wil optreden. De Bois antwoordt bevestigend maar stelt wel enkele voorwaarden: ‘De betalingen van uw declaraties gaan aan mijn deur voorbij, hoe en wie daar garant voor staat/staan, weet ik niet.’ En: ‘Ik zou het wel zeer irritant vinden om door persmensen benaderd te worden, kan daar niet wat op verzonnen worden? Ook is het niet erg gewenst om voor de rechter te verschijnen gezien het feit dat ik in Spanje woonachtig ben.’
Over hoe de zaak wordt gefinancierd hoeft De Bois zich geen zorgen te maken. ‘Jessen draagt zorgt voor de betaling’, laat Imhof weten. In werkelijkheid is Jessen slechts de ontvanger van de facturen. Zijn honorarium wordt in werkelijkheid betaald met gelden die afkomstig zijn van de bankrekening van Nina Brink. Jessen informeert of stuurt in de regel de facturen door naar de echtgenoot van Nina, Ab Brink. Deze zorgt op zijn beurt voor de contanten om de gepeperde rekeningen (die in de tienduizenden euro’s lopen) van Reinoud Imhof te voldoen. Jessen: ‘Er is van mij zelf nooit één dubbeltje richting meneer Imhof gegaan’.
Imhof wil in de procedure zijn pijlen richten op WOL, de commissarissen van het bedrijf en ABN Amro, de bank die de beursgang van het internetbedrijf begeleidde. Dat blijkt in elk geval uit de berichtgeving. Rond juli van dat jaar doen zich de eerste geruchten voor dat medewerkers van WOL die aan het programma meegedaan hebben, zijn gecompenseerd. Dat gegeven zou kunnen wijzen op een ongelijke behandeling van deelnemers van het vriendenprogramma. Imhof heeft daarnaast ook vermoedens dat de commissarissen gehandeld hebben in hun stukken terwijl ze dat volgens de beursregels niet hadden mogen doen. Dan is al opmerkelijk dat hij voor de hoofdrolspeelster in het beursdrama, Nina Brink, geen enkele interesse toont.
Althans, niet als persoon die iets valt te verwijten. Wel wil hij haar oproepen om te getuigen. Brink is zelfs een van de eersten die toezegt. Ze zal haar getuigenis uiteindelijk als laatste mogen geven. In september 2000 stuurt Imhof zijn eerste brieven aan de personen die hij wil oproepen om te getuigen. WOL en zijn commissarissen ontvangen een brief, net als Wilco Jiskoot, de bestuurder van ABN Amro die namens de bank verantwoordelijk was voor de beursgang. Van de advocaat van commissaris Henry Holterman krijgt hij als reactie de vraag of hij zijn cliënten wil openbaren. Die zijn er, op drie namen na, niet. Brink levert de dag erna via haar vriendin aan Imhof ee voorlopige lijst met zestien personen. Daarop onder andere de namen van ondernemer Hans Breukhoven, societydiva Christine Kroonenberg en Jean-Pilippe Iliesco de Grimaldi, een familielid van het Monegaskische koningshuis die de Engelse vestiging van WOL hielp oprichten.

Op 20 oktober 2000 verstuurt Imhof zijn verzoek tot een voorlopig getuigenverhoor naar de Rotterdamse rechtbank. De uiteindelijke inzet: schadevergoeding voor zijn ‘cliënten’. Dezelfde dag maakt hij dat aan de media bekend. Tegen wie hij nu precies een zaak wil beginnen, kan hij niet zeggen. Alle opties staan open, behalve één: Nina Brink blijft buiten schot. ‘Ik denk dat met die transactie niets mis was’, zegt Imhof later tegen Elsevier, als de controversiële verkoop van Brinks aandelen aan de orde komt. Opmerkelijk, zo constateert de journalist van Elsevier. Want officier van justitie Henk de Graaff is op dat moment nog vol bezig met zijn strafrechtelijk onderzoek naar het handelen van Brink. De advocaten Spong en Hammerstein zitten achter haar aan en ook de advocaat van de VEB kijkt nog kritisch naar haar handelen als bestuursvoorzitter van WOL.
Imhofs verklaringen aan de pers bestaan vooral uit harde beschuldigingen aan het adres van enkele leden van de Raad van Commissarissen van WOL, die op ‘grote schaal’ gehandeld zouden hebben in aandelen ,terwijl ze dat volgens de beursregels niet mochten. Imhof zegt tegen NRC Handelsblad dat hij over ‘sterke aanwijzingen’ beschikt die dat wangedrag zullen aantonen. Op 8 maart 2001 worden de eerste getuigenverhoren gedaan. Een dag eerder zegt Imhof tegen Het Financieele Dagblad dat de verhoren niet bedoeld zijn als ‘pressiemiddel’ maar ‘voor eens en voor altijd de waarheid boven tafel moeten halen’.
De onderwerpen waarover de waarheid naar boven moet komen: ongelijke behandeling van aandeelhouders, handel in strijd met lock-up-regels en het publiceren van een onjuist prospectus. De werkelijkheid doet eerder een hetze tegen enkele direct betrokkenen vermoeden. Met name commissaris Wyler en later ook financieel directeur van WOL, Ruud Huisman, krijgen in de maanden ervoor in de media de volle laag. Imhof heeft immers aan de pers medegedeeld dat hij ‘sterke aanwijzingen’ heeft dat er beursregels zijn overtreden. De ver wachtingen van de media zijn daarom hooggespannen: wie weet zal Imhof tijdens het verhoor een beerput opentrekken.
‘De beursgang van WOL – het grootste debacle uit de geschiedenis van de Amsterdamse beurs - is een van die zeldzame financiële gebeurtenissen die heeft geleid tot maatschappelijke onrust’, schrijft Het Financieele
Dagblad die ochtend. ‘De verhoren van vandaag leveren veel meer dan een significant tijdsdocument’. In werkelijkheid zijn de verhoren niet meer dan een schijnvertoning die door Nina Brink zelve worden georkestreerd. Jessen: ‘Nina was de dirigent’. Als eerste mag Wilco Jiskoot getuigen, het bestuurslid van ABN Amro dat verantwoordelijk was voor de beursgang. Het verhoor is een aanfluiting. Rechter mr. T. Fransen blijkt niet de moeite te hebben genomen om de zaak voor te bereiden en geeft tijdens de zitting toe dat hij ‘naïef en onwetend’ is.
De meeste aandacht gaat echter uit naar het verhoor van financieel directeur Ruud Huisman. Imhof had ernstige beschuldigingen over hem en commissaris Joel Wyler geuit, maar Huisman kan de aantijgingen zonder veel moeite ontzenuwen. Wel blijft het beeld hangen van een bestuurder die was bevangen van de geldkoorts. Dat was niet het nieuws waar de buitenwereld op had gerekend. De eerste dag van verhoren eindigt in een anti-climax. Een maand later (5 april) is er een tweede ronde met getuigenverhoren. Huisman treedt voor de tweede keer aan, en ook de verhoren van commissaris Wyler en Brinks rechterhand Eric Tolsma staan op het programma.
Na Huisman, die vragen over het F&F-programma beantwoordt, getuigt Wyler. Hij geeft tekst en uitleg bij de aandelentransactie waarbij hij volgens de informatie van Imhof de beursregels zou hebben overtreden. Uit het verhoor blijkt dat ook Wyler voorafgaand de beursgang ten prooi is gevallen aan hebzucht. Van de beschuldigingen van Imhof laat hij echter weinig heel. Tolsma doet even later in zijn verhoor een kleine onthulling die geen gevolg zal hebben en benadrukt nog eens de hebzucht van Huisman en Wyler. Einde dag twee.
Een week later mogen nog eens drie (oud) werknemers van WOL getuigen. Maar ook de derde dag van verhoren levert, op enkele onbelangrijke details na, niets op. Op 17 juli 2001 schrijft Imhof een brief aan zijn ‘cliënt’, de vriendin van Brink, om de eventuele voortzetting van het getuigenverhoor te bespreken. Uit de brief (in het bezit van deze krant, download op www.depers.nl) blijkt hoe de advocaat zijn informatie krijgt en wie er werkelijk aan de touwtjes trekt.
‘Met mevrouw Brink hebben wij reeds diverse malen uitvoerig gesproken en we weten dus over welke informatie zij beschikt’, schrijft Imhof. ‘De informatie is inmiddels al uitvoerig aan de orde geweest in de diverse getuigenverhoren. Wij zien op dit moment niet wat een getuigenverhoor van mevrouw Brink kan bijdragen aan verdere bewijsvoering. Wij zien dan ook geen reden het voorlopig getuigenverhoor voort te zetten en kunnen u dat ook niet adviseren. Ik ben gaarne bereid de verdere voortgang met mevrouw Brink te bespreken, teneinde te voorkomen dat van onze zijde wordt bericht dat het voorlopig getuigenverhoor niet wordt voortgezet, terwijl zij mogelijk wel een voortgang wenst’.
Wanneer Imhof om commentaar wordt gevraagd en hij de vraag voorgelegd krijgt of hij zijn opdrachtgever kan noemen, antwoordt hij: ‘Dat weet ik natuurlijk niet, dat ben ik toevallig net vergeten’. En vervolgens: ‘Dat valt onder mijn beroepsgeheim, dus daar zeg ik niets over’. Imhof houdt het er even later op dat de aanvragers van het voorlopig getuigenverhoor, Willem de Bois en Tjerk Stapel, zijn opdrachtgevers zijn. Willem de Bois: ‘Ik heb Imhof nooit ontmoet, heb hem nooit een cent betaald en heb na dat eerste contact nooit meer iets van hem vernomen’.
Op de stelling dat Imhof zijn informatie van Brink betrok, antwoordt de advocaat: ‘Weet ik niet. Volgens mij is Brink ook als getuige verhoord’. Als Imhof voorgelegd krijgt dat in werkelijkheid Brink zijn opdrachtgever was en zijn rekeningen betaalde, antwoordt hij: ‘Ja, nou, daar kan ik niets mee’. Ontkent u? ‘Ja, dat ontken ik’. Om daarna het onderwerp af te sluiten met: ‘Daar wil ik het ook bij laten.’
De advocaat van Nina Brink heeft dit artikel gelezen. Hij stelt dat ‘publicatie niet aan de orde kan zijn’ wegens feitelijke onjuistheden, maar expliciteert die niet.
Lees ookDeel 2:
De publieke terechtstelling van Joel Wyler