Door: Kustaw Bessems 
Gepubliceerd: donderdag 10 november 2011 23:06
Update: vrijdag 11 november 2011 10:52
Als Jan Marijnissen de SP vandaag zou oprichten, zou hij de term ‘socialisme’ niet meer in de naam opnemen. Een gesprek over vaderliefde, ziekte, China en macht. ‘Ik had ook niet kunnen komen vanavond.’
We kijken naar een afbeelding van Titus in een habijt, dat Rembrandt in 1660 schilderde van zijn zoon. Een favoriet werk van SP-voorzitter Jan Marijnissen. ‘Titus’, zegt hij, ‘heeft een blik die niet te vangen is. Je kunt zien dat dit geschilderd is door een vader met liefde voor zijn zoon’.
Marijnissen is te gast in Goed Gedrag, de maandelijkse talkshow van Dagblad De Pers en De Balie in Amsterdam. Hij is, beaamt hij, gevoelig voor zo’n band tussen vader en zoon. ‘Ja, nu je dat zegt.Het ligt voor de hand om te denken aan mijn eigen, vroeg overleden vader. Ik was 10. Hij 51.’
‘Die vaderliefde moet ik tot mijn tiende ook hebben gekregen, maar ik kan me heel weinig van die leeftijd herinneren. Het schijnt dat je meestal vanaf je vierde herinneringen hebt, maar ik niet.’

| Foto: Jan Boeve
Marijnissen werd na de dood van zijn vader naar een kostschool gestuurd. Daar zou hij later over zeggen dat op die leeftijd weg van huis zijn ‘funest is voor affectieve gevoelens. Je wordt te vroeg op jezelf teruggeworpen.’ Anderen zien in die periode de bron voor zijn latere gedrevenheid en wil om de wereld beter te maken.
Weet hij echt niets meer van daarvoor? Ja, dat zijn vader een rijbewijs haalde en dat ze op zondag tochtjes maakten in een Tsjechische auto. En pas schoot hem ineens weer te binnen welk merk sigaretten zijn vader rookte: North State, in een geel met blauw pakje. ‘Ik wist ook weer dat ik ooit aan mijn vader vroeg: waarom rook je? Hij zei: dat geeft een prettig, prikkelend gevoel in mijn keel.’
Zijn vader overleed aan hartklachten die Marijnissen later ook kreeg maar die de zoon in zíjn tijd niet fataal hoefden te worden. Kwestie van dotteren. Voor zijn hart hoefde Marijnissen in 2008 ook niet na twintig jaar te stoppen als politiek leider. Dat waren zijn vier hernia’s. Door aanleg, vast, maar misschien ook door het roken zei de dokter. En stress, dat kon ook een oorzaak zijn.
Een lijf heeft hij, geteisterd door veertig jaar inzet voor de linkse zaak. Hij voelt nu geen pijn. Ja, hij moet niet te lang zitten en regelmatig van houding veranderen – soms kondigt zich iets aan in zijn onderrug. ‘Dan weet ik dat ik even helemaal geen gekke dingen moet doen.’
Marijnissen zit in zijn drieëntwintigste jaar als partijvoorzitter. En er is goed nieuws. De foutmarges zijn altijd behoorlijk, maar in een opiniepeiling van Maurice de Hond is de SP onder aanvoering van Emile Roemer met 27 zetels groter dan PvdA en CDA samen, groter ook dan de PVV van Geert Wilders.
Wordt Nederland dan toch nog socialistisch?
‘Het woord socialisme gebruik ik eigenlijk niet.’
Je spreekt het zelfs uit of het een vies woord is.
‘Ja, ‘Ik ben een socialist’, ‘wij zijn socialistisch’, dat zeg ik niet. Die partij heet natuurlijk zo...’
Wat krijgen we nu?
‘Het woord is bezoedeld. De Sovjet-Unie, Oost-Europa, Cuba, daar is het totaal mislukt. Daar krijgen wij altijd kritische vragen over en terecht. ‘SP’ is een heel sterk merk, maar als je vandaag de dag die partij zou oprichten, zou je haar zo niet meer noemen.’
Zijn jullie sociaal-democraten?
‘Sociaal-democraten met wat erbij, zeg ik altijd. De SP heeft sinds de jaren negentig eigenlijk een eigen ideologie, zonder de klassieke basis van Marx en Engels.’
Je zegt: het socialisme is bezoedeld, we gebruiken het woord niet meer. Maar kun je niet beter zeggen: zodra het ergens wordt toegepast, ontaardt het, dus die ideeën zijn niet goed?
‘Ik vind hoe het nu in China gaat wel een goed voorbeeld. Daar hebben steeds meer mensen te eten.’
Omdat het land zich in de kapitalistische markteconomie heeft gestort. Het communisme is er vervangen door nationalisme.
‘Ach, dat nationalisme. Kijk, waar zij doodsbang voor zijn, is dat ál die verschillende bevolkingsgroepen elkaar naar het leven gaan staan of dat het land uit elkaar valt. Balkanisering. En dat kan ik me wel een beetje voorstellen. Je ziet dat dat uiteindelijk overal een kwestie wordt, nationalisme.’
China is een land dat pas nog tientallen dissidenten oppakte.
‘Oh ja? Dat heb ik nergens gelezen.’
Ja, een aantal maanden geleden..
‘Oh maanden geleden.’
Ai Weiwei bijvoorbeeld, de architect van het Olympisch stadion..
‘Dat is er één, geen tientallen.’
Zeg je nu dat het niet gebeurt? Jouw redenering is precies die van de Chinese machthebbers: wij komen niet toe aan mensenrechten want eerst moet het volk te eten.
‘Nou, te eten hebben is wel verdomd belangrijk, hoor. Het is een land in ontwikkeling en die ontwikkeling gaat de goede kant op. En om dan vanuit hier te gaan zeggen – destijds met de Olympische Spelen bijvoorbeeld – een kunstenaar die zegt: we moeten dat boycotten. Ik vind dat van een pedanterie.’
De SP ís eens echt zo groot geweest als nu in de peilingen. Woensdag 22 november 2006 gebeurde dat. 25 zetels. Onder hem. Marijnissen kijkt hoe acteur Pierre Bokma zijn overwinningsspeech van toen naspeelt. De laatste woorden: ‘de verantwoordelijkheid om na te gaan hoe wij in komende coalitiebesprekingen eruit kunnen halen wat erin zit’.
Álles in Marijnissen, zegt hij, was erop gericht dat hij zou gaan regeren. ‘Ik zat ergens in de schmink en toen werden er zelfs 33 zetels voorspeld en ik dacht alleen maar: shit, met wie ga ik dat doen?’ Maar zo ver kwam het niet. De SP stond snel buiten spel.
Zo werd je lot bepaald: je hebt een partij groot gemaakt, maar je hebt Nederland niet veranderd.
‘Nee, nou ja, we hebben als partij heus wel wat op onze palmares, hoor.’
Hij begint over een fonds voor asbestslachtoffers.
Maar dat is toch niet...
‘Kun je dan van Ruud Lubbers zeggen dat hij Nederland heeft veranderd? Kun je dat van Wim Kok zeggen?’
Vind je dat je even veel invloed hebt gehad als Lubbers en Kok?
‘Nee, dat zou hovaardig zijn.’
Het gaat me om je politieke nalatenschap. Dat kan, met respect, toch niet een asbestfonds zijn?
‘Nou goed, als je het een niveau fundamenteler wilt: wij hebben de oppositie teruggebracht in de politiek.’
Opgetogener: ‘Ik lees in columns en opiniestukken over ‘het kapitalisme’, terwijl daar twintig jaar lang niet over gesproken werd, alsof er geen alternatief was. Dat is niet helemaal onze verdienste, dat komt door de crisis, maar wij hebben de uitwassen wel eerder gesignaleerd en benoemd.’
Bokma speelt weer. Nu de geëmotioneerde persconferentie die Marijnissen hield bij zijn afscheid.
Waarom zat je daar toen eigenlijk alleen?
‘Ik wilde het sober houden. En kwetsbaar.’
Je zei erop te vertrouwen dat het goed zou komen met de SP maar daar leek het lange tijd niet op.
‘Nee, die hele periode met Agnes, bedoel je.’
Hij heeft het over Agnes Kant. Ooit begonnen als zijn medewerkster in de Tweede Kamer, uiteindelijk zijn opvolgster. Maar na twee jaar aan het roer opgebrand door een verschrikkelijke beeldvorming.
Ooit gedacht: dit was het, met mijn partij?
‘Nooit. Ik heb ook nooit het vertrouwen in Agnes verloren. Je kunt ook niet zeggen dat dat nou allemaal door haar kwam.’
Het ging goed onder jou, slecht onder haar en weer goed onder Roemer.
‘We zakten onder mij ook al door die mislukte formatie. Iets heeft nooit één reden.’
Waarom kon je je mond niet houden over haar?
‘Ik heb nooit iets negatiefs over Agnes gezegd.’
Je evalueerde haar publiekelijk.
‘Ik heb haar altijd verdedigd.’
Dan had ze een debat gehad en dan zei jij dat ze een schrille stem had en...
‘Nee, dit trucje ken ik: als je citeert moet je precies citeren.’
Die citaten zijn er. Bijvoorbeeld na een debat over de uitslag van Europese verkiezingen. Kant had geprobeerd boven lawaai uit te komen ‘met haar toch wat schrille stem’, aldus Marijnissen, en dat had geleid tot ‘verbeten trekken en zo en dat komt dan, ja, wel een beetje streng over. Dan is het niet goed gegaan, dan had je toch eigenlijk een beetje rustiger moeten blijven. Meester zijn van de omstandigheden. Dus, je van tevoren realiseren: waar ga ik naartoe? En daar op prepareren.’
Zulke dingen zei hij vaker in een krant of tv-programma.
Marijnissen nu: ‘Ja luister eens, ik ben partijvoorzitter. Als mij wat wordt gevraagd, moet ik dan zeggen: alles is goed gegaan? Ik geef eerlijk antwoord. Wat moet ik dan doen?’
Niets zeggen.
‘Oh, ik wist niet dat dat tegenwoordig ook een optie was van journalisten, niks zeggen. Ik had ook niet kunnen komen vanavond.’
Je kunt Marijnissen, lijkt het soms, beter niet tegen de haren in strijken.
Bokma doet nu Marijnissen in zijn jonge jaren. Toen hij in fabrieken de mensen mobiliseerde met ‘Arbeidersmacht’, een alternatief voor de vakbonden van toen. Plat Brabants sprak hij toen. Dat was nep, geeft hij nu toe. ‘Ik wilde arbeideristisch klinken, gelukkig ben ik opgehouden met die onzin.’
Die tijd mist hij wel: rechttoe rechtaan, duidelijke ideeën. Veel lachen, bier drinken, praten over politiek, muziek en voetbal.
Hij geniet als zangeres Qeaux Qeaux Joans inzet: Won’t get fooled again, van The Who, uit 1971. Haar stem scheurt de zaal in tweeën. Maar hij kijkt ook aangedaan. Ja, het is een van zijn lievelingsnummers. Maar het is ook het nummer dat hij deelde met een vriend die hij veel te vroeg aan kanker verloor. ‘Met elke vriend heb ik een nummer.’
‘There’s nothing in the street looks any different to me’, zingt Qeaux Qeaux. ‘Meet the new boss, same as the old boss.’
Het lied van de teleurgestelde revolutionair.
Zo gaat het ook, zegt Marijnissen. ‘Macht corrumpeert uiteindelijk iedereen. Het enige wat je kunt doen, is de macht controleren.’