Door: Eveline Domevscek 
Gepubliceerd: dinsdag 22 november 2011 23:51
Update: woensdag 23 november 2011 05:46
Op een Haagse basisschool zijn smoesjes van ouders verboden. Ze worden betrokken bij school, of ze nu willen of niet.
De twee oude smalle deuren van de Comenius basisschool staan open. Van alle kanten komen dik ingepakte vrouwen met nog dikker ingepakte kinderen aanlopen richting die open deur in de Haagse ‘krachtwijk’ Transvaal. De kou vliegt naar binnen, evenals de kinderen zodra ze doorhebben dat rommelpiet vannacht is langs geweest. ‘Pakjes!’ schreeuwt een jongetje terwijl hij zich op zijn knieën laat vallen voor een stapel dozen. Directeur Michael Krul leunt in de hal tegen de houten trap terwijl hij iedereen begroet die binnenkomt.
Als de moeders en een enkele vader hun kind naar het lokaal hebben gebracht, wijst Krul hen naar een lokaaltje waar al een aantal vrouwen zit. Het is koffieochtend voor de ouders. Daar praten de schoolleiding en welzijnsmedewerkster Zeenat Ghoerahoe met de ouders, drinken ze koffie en praten ze over problemen thuis of praktische zaken als ‘waar vind ik een tandarts?’ En maken ze papieren zwarte pieten, zoals vandaag.
Geen excuses
‘Het doel is dat ouders vervolgens ook thuis met hun kinderen gaan knippen en plakken, of iets anders wat we ze hier aanleren’, zegt Krul. ‘Daarom geven we de ouders hier op school ook gratis taalles. Daarbij regelen we kinderopvang zodat de ouders niet wegkomen met smoesjes als ‘ik kan niet, want ik moet op de kinderen letten’. Wij willen geen excuses meer horen. Wij willen dat de kinderen presteren op school, maar ook hun ouders. En zo willen we ook dat als de kinderen na de zomervakantie terugkomen, ze nog steeds Nederlands kunnen spreken, ook al zijn ze de hele zomer in Turkije geweest.’ Iets wat Krul ook niet meer wil horen? Dat de kinderen die op zijn school zitten, allemaal van allochtone afkomst, ‘zielig’ zijn. Of ‘kansarm’. ‘Wat is dat voor instelling? Als je dat als leraar zegt, dan staat een kind op de basisschool al met 1-0 achter. Daar mogen we elkaar op aanspreken.’
De Comenius basisschool is een van de 95 brede buurtscholen in Den Haag. Ze werken samen met (jeugd-)organisaties in de wijk en geven soms zes uur langer les. ‘Uit onderzoek weten we dat kinderen beter presteren als ouders meer betrokken zijn. Dus investeren we daar behoorlijk in. Twee miljoen per jaar’, zegt onderwijswethouder Ingrid van Engelshoven. Voor de verlengde schooltijd trekt de gemeente jaarlijks 5 miljoen uit. En 700.000 voor extra programma’s. ‘Om het beste uit leerlingen te halen moet een school geen losse activiteiten aanbieden maar structuur. We bieden veel, maar vragen ook wat van leerlingen én ouders. En niet alleen in de krachtwijken. In heel Den Haag willen we dat onderwijs, ouders en omgeving samenwerken.’
Baklava
‘Wat is dit? Hoe noemen we dit?’, vraagt juf Jacqueline van Roosmalen, die één dag in de week is uitgeroosterd om zich helemaal op de ouders te richten. Ze tikt tegen een in elkaar geknutselde mijter. De tien vrouwen die bij elkaar zijn gekomen voor de koffieochtend kijken elkaar verlegen aan. Een vrouw die in haar dikke paarse jas driftig zit te knippen, fluistert iets. Van Roosmalen: ‘Ja? Ja? Moeder van Shamoe? Wat zei je?’ ‘Mij... mij...mijter?’ zegt ze, nu iets harder. ‘Ja! Heel goed, een mijter noemen we dat’, zegt Van Roosmalen, terwijl ze een stukje van de meegebrachte baklava in haar mond stopt.
Na een kwartiertje staan twee moeders op. Van Roosmalen kijkt ze vragend aan. De achterste wijst naar haar peuter die in de kinderwagen zachtjes zit te jammeren. ‘Kijk, ze huilt. Dat vind ik niet fijn. Ik moet gaan. Dag’, zegt ze, terwijl ze de wagen de deur uitduwt. Van Roosmalen is allang blij dat ze binnen zijn geweest. ‘Je kunt ze niet dwingen naar de koffieochtend of op andere ochtenden naar de spelinloop te komen. Hopelijk zien ze dat ze hier wat leren en komen ze terug.’
Zo vrijblijvend is zeker niet alles op deze school. Zo moet minimaal één ouder aanwezig zijn bij de rapportbespreking, anders gaat het rapport niet mee naar huis. Bovendien gaat Van Roosmalen bij elke nieuwe leerling op huisbezoek, evenals wanneer ze merkt dat er thuis problemen zijn. ‘Laatst kwam ik bij een gezin waarvan een kindje geen bedje had, maar in bad lag te slapen. Daar zeg ik dan wat van. Dit losten we op doordat een andere moeder een kinderbedje weg deed. Zien we grotere problemen, dan schakelen we Jeugdzorg, het Centrum voor Jeugd en Gezin in.’
Ook Gül Demirocak (31) gaat er vandoor. Maar om half 12 is ze weer terug om te tolken voor een andere Turkse moeder. ‘Ik moet even naar huis om de bedden van de kinderen op te maken. Anders was ik wel gebleven. Ik vind het leuk hier. Het wordt ook elke week drukker’, zegt ze lachend. ‘Kijk’, ze wijst op een schilderijtje dat in het klaslokaal hangt. ‘Dat is van mij. Hier leer je tenminste wat. Wat moet ik anders? Een beetje thuis op de bank hangen? Nee... Nou, ik moet gaan, tot vanmiddag!’ Jacqueline verschijnt in de deuropening. ‘Vanmiddag? Je komt toch om half 12? Dat noemen we nog ochtend, he?’