Door: Eva Ludemann
Gepubliceerd: zondag 27 november 2011 22:41
Update: maandag 28 november 2011 07:15
Twintig artsen staan vandaag opnieuw terecht, omdat ze gewonde demonstranten hebben behandeld. Eerder veroordeelde een militair tribunaal hen tot lange gevangenisstraffen.
‘Ze kwamen onze cel in, dat deden ze elke dag een paar keer. Willekeurig begonnen ze dan op gevangenen in te slaan, we zaten met zijn tienen opgepropt. Ze hadden elektriciteitskabels en houten knuppels. Naast mij zat een man. Ze begonnen op hem in te rammen. Hij gilde en schreeuwde. Ze sloegen, schopten, sloegen, schopten. Opeens zei hij niets meer en viel tegen mij aan. Ik zat onder zijn bloed. Hij lag op mij, hij was dood.’
De stem van Ghassan Dhaif hapert. De 46-jarige chirurg is net een paar weken vrij, daarvoor zat hij zeven maanden achter de tralies. Zijn vrouw Zahra (45) en zijn broer Bassim (47) zaten ook maanden in de gevangenis, vanwege dezelfde misdaad: het verplegen van gewonde anti-regeringsdemonstranten. Eind september veroordeelde een militair tribunaal in totaal twintig artsen van het Salmaniya Ziekenhuis in Manama tot jarenlange gevangenisstraffen.

Vandaag mogen Ghassan, Zahra, Bassim en de andere veroordeelde artsen in hoger beroep. Niet omdat de Bahreini dictator-koning Hamid bin Isa Al Khalifa van mening is dat de artsen beter verdienen, maar omdat zijn bondgenoten in het Westen hem zeggen dat hij de mensenrechten moet respecteren. Een arts veroordelen omdat hij zijn werk doet is bepaald niet zoals het hoort. Het is niets minder dan schandalig.
‘Onze zaak dient nu voor een civiel hof’, zegt Bassim, ook chirurg. Hij en Ghassan werden door het militair tribunaal tot vijftien jaar cel veroordeeld, Zahra kreeg vijf jaar. ‘We mogen voor het eerst advocaten meebrengen. Maar vergis je niet: dit is geen echt hoger beroep, zoals bij jullie in Nederland. De rechter zal onze zaak niet helemaal opnieuw bekijken en we mogen nauwelijks bewijs en getuigen aandragen. We worden nog steeds beschuldigd van landverraad, pogingen het regime ten val te brengen en nog een hele waslijst aan zware vergrijpen die we niet hebben begaan. Dit zogenaamde hoger beroep is voor de show. Het regime wil hiermee alleen zijn imago oppoetsen.’
Internationale kritiek
Nu heeft Bahrein nooit bekend gestaan als baken van vrijheid en democratie, maar begin dit jaar liep zijn imago een heel fikse deuk op. We gaan terug naar februari, het begin van de Arabische Lente in het Golfstaatje. Naar Tunesisch en Egyptisch voorbeeld bezetten tienduizenden sjiitische Bahreini’s het Parelplein in het centrum van de stad. Ze eisten vrijheid en democratie en gelijke rechten als de soennieten in Bahrein. Die maken in het Golfstaatje de dienst uit, al zijn ze in de minderheid. Koning Hamid en zijn familie behandelen de sjiieten in het land al sinds jaar en dag als derderangs burgers en als een vijfde colonne van het nabijgelegen sjiitische Iran.
Koning Hamids veiligheidsdiensten drukten de demonstraties met bruut geweld de kop in. De doden, in totaal 35, en honderden gewonden belandden in het Salmaniya Ziekenhuis, het grootste in Bahrein en niet ver van het Parelplein. ‘Ghassan en ik werden in de nacht van 17 februari opgepiept’, zegt anesthesiste Zahra. ‘Er waren zoveel gewonden, het was een noodsituatie, alle artsen moesten onmiddellijk aan het werk. Toen we in het ziekenhuis aankwamen, viel één ding mij direct op: alle medisch personeel was sjiitisch. Mijn soennitische collega’s waren er niet. Ze hebben zich tijdens de rellen niet één keer in het ziekenhuis laten zien.’
De excessief gewelddadige reactie van het regime van koning Hamid leidde internationaal tot veel kritiek. Zijn belangrijkste wapenleverancier, de VS, zette een deal ter waarde van 53 miljoen dollar in de ijskast. Hamid zou zijn gepantserde Humvees, bunker-busterraketten en nachtkijkertechnologie pas krijgen als duidelijk was wat er precies op het Parelplein was gebeurd, waarschuwde Washington.
Vorig week verscheen het langverwachte rapport van de Bahreini International Commission for Inquiry (BICI), die Hamid afgelopen juni in het leven riep om de kwestie te onderzoeken. Het rapport bevestigt dat de Bahreini veiligheidsagenten zich schuldig hebben gemaakt aan onnodig en excessief geweld tegen de vreedzame sjiitische demonstranten op het Parelplein. Ook meldt het rapport dat arrestanten, onder wie ook de artsen, op grote schaal psychologisch en lichamelijk zijn gemarteld en dat vier van hen zijn doodgeslagen.
De Commissie concludeert ook dat slechts een twintigtal officieren zich schuldig maakte aan het folteren. Het gebeurde niet stelselmatig, onderstreept het rapport, al kun je je afvragen hoe zo’n kleine groep beulen in enkele weken tegen de drieduizend arrestanten zwaar kan mishandelen. Van het feit dat koningsdochter Nura bint Hamid Al Khalifa plus enkele van haar broers persoonlijk gevangenen bruut onder handen namen, onder wie ook chirurg Bassim, maakt het rapport geen gewag.
In een rede noemde de koning het rapport van de BICI het ‘begin van een proces van verzoening’ en hij beloofde hervormingen. In zijn paleis hield hij een feestelijke ceremonie om het eerste exemplaar te ontvangen. Enkele straten verderop protesteerden duizenden sjiieten bij het kantoor van de Commissie, ze noemden het rapport een farce. ‘Vier dagen voor de presentatie van het rapport reden vijf politieauto’s net zo lang op een 16-jarige demonstrant in tot hij dood was’, zegt Bassim. ‘Denk je nu echt dat er één sjiiet is in Bahrein die gelooft dat er hervormingen komen?’
Internationaal is positief gereageerd op het rapport. Het mini-Golfstaatje Bahrein is voor het Westen strategisch belangrijk: het ligt in de Perzische Golf tussen ‘schurkenstaat’ Iran en Saoedi-Arabië, een grote bondgenoot van het Westen.
De westerse regeringen kunnen zich nu comfortabel verschuilen achter het BICI-rapport. Dat het onvolledig is, deels gemanipuleerd en dat er essentiële verschillen zijn tussen de Engelse en Arabische versie (zie kader) verandert daar niets aan. Zo ook in Nederland. Als deze krant een reeks concrete vraagtekens bij het rapport plaatst, blijft de reactie van het ministerie van Buitenlandse Zaken: ‘Het is positief dat de Bahreini openstaan voor onderzoek door internationale en onafhankelijke experts en dat het rapport is verschenen. Nederland heeft scherpe kritiek geuit op veroordelingen door militaire rechtbanken in Bahrein en op de hoge straffen tegen onder andere de twintig artsen/verplegers, ook in EU-verband. Nederland heeft samen met andere EU-landen de betrokken instanties in Bahrein opgeroepen om de aanbevelingen van het rapport uit te voeren. Koning Hamad van Bahrein heeft zijn ontzetting uitgesproken over de bevindingen van het rapport en hij beloofde dat deze pijnlijke gebeurtenissen zich niet zullen herhalen.’
Videobeelden
‘Dat zijn mooie, maar lege diplomatieke formuleringen’, zegt Ghassan bitter. Hij en Zahra schrokken zich wild toen ze het rapport lazen en moesten aan de kalmeringspillen. ‘We waren diep geschokt en radeloos’, zucht Ghassan. ‘Het verslag staat vol met onwaarheden over ons, artsen. Het stelt bijvoorbeeld dat wij, de medici, volledige controle en toegang hadden tot de Eerst Hulp en de operatiezalen, maar de militairen hielden het ziekenhuis bezet. Ze lieten ons niet naar buiten om patiënten uit ambulances te halen en hinderden ons in ons werk. Het is allemaal duidelijk te zien op talloze videobeelden van het ziekenhuis. We hebben de leden van de commisie kopieën van de banden gegeven, maar ze waren niet geïnteresseerd.’
Internationale mensenrechtenorganisaties als Amnesty International, Artsen zonder Grenzen en het Internationale Rode Kruis onderschrijven het verhaal van de artsen. En Human Rights Watch rapporteerde in februari en maart al dat groepen gemaskerde en gewapende veiligheidsagenten en militairen in de gangen en zalen van het ziekenhuis patrouilleerden.
Doodsbedreigingen
Ghassan, Zahra en Bassim hebben moeite te praten over hun tijd in de gevangenis. Ghassan was de eerste die werd opgepakt, hij werd op 19 maart door gemaskerde mannen in burgerkleding van het vliegveld geplukt. ‘We waren op weg naar Londen, voor een weekje vakantie met de familie’. Zahra en ik hadden eindeloze diensten gedraaid tijdens de rellen, we waren bekaf. En de sfeer in het land voelde niet goed. We wilden er even uit, ook voor de kinderen.’ Vlak voor ze in het vliegtuig konden stappen, werd Ghassan voor de ogen van zijn gezin in elkaar getrimd, in een auto geduwd en afgevoerd.
Enkele uren nadat Ghassan verdween, viel ’s avonds een dozijn zwaarbewapende mannen bij zijn broer Bassim binnen. ‘Terwijl de ene helft van de agenten mij in elkaar sloeg, ramden de anderen alles in ons huis kapot’, zegt Bassim. ‘Ze zetten een pistool op mijn hoofd en eisten de code van mijn kluis. Ze stalen al ons spaargeld en de eigendomspapieren van ons huis.’
Op 11 april – Ghassan of Bassim waren al weken ‘kwijt’ – werd ook Zahra opgepakt. Veiligheidsagenten brachten haar naar de Criminal Investigative Directorate (CID), onderdeel van het complex van het ministerie van Binnenlandse Zaken in Adliya, een wijk in Manama. Het CID staat onder Bahreini’s en internationale mensenrechtenorganisaties bekend om zijn martelkamers.
‘De politie was nog wel zo vriendelijk aan onze kinderen te denken’, schampert Zahra. ‘Omdat Ghassan én ik nu allebei vastzaten, haalden agenten onze kinderen thuis op en namen ze mee naar het politiebureau. Daar werden ze gedwongen toe te kijken hoe agenten een vrouw halfdood sloegen. Mohammed (14) heeft aldoor angstaanvallen en huilbuien, Yousif (10) plast weer in zijn bed.’
Ghassan, Zahra en Bassim hebben weinig hoop dat tijdens de nieuwe rechtsgang de beschuldigingen tegen hen worden ingetrokken. ‘Wij zijn de grootste doorn in het oog van het regime’, zucht Zahra. ‘Wij zijn de hoofdgetuigen van de misdaden die de veiligheidsdiensten hebben gepleegd. Wij hebben al die dode en gewonde demonstranten gezien, de kogels uit hun lijven gehaald, hun gebroken botten gezet en wonden gehecht. Ze zullen alles verzinnen om ons de mond te snoeren.’
De artsen hopen dat het hoger beroep lang zal duren. ‘Hoe langer, hoe beter’, zegt Bassim. ‘Als ik er aan denk dat ik weer de gevangenis in moet, wordt het zwart voor mijn ogen, ik word er letterlijk ziek van.’ Hij is even stil. ‘Aan de andere kant wil ik deze verschrikkelijke periode zo snel mogelijk afsluiten. We lijden er ontzettend onder. Mijn vrouw en ik, ze schelden ons uit op straat, we krijgen doodsbedreigingen, per telefoon, post, e-mail en op Twitter, onze kinderen zijn bang. En hoe moeten we verder? We krijgen sinds onze arrestatie geen salaris meer en ze hebben ons spaargeld gestolen.’
Ghassan en Zahra zijn sinds hun veroordeling eind september wanhopig op zoek naar onderdak voor hun drie kinderen. Ze houden er ernstig rekening mee dat ze beiden voor jaren achter de tralies moeten. ‘Straks zijn onze kinderen hun ouders kwijt’, zegt Zahra. Voor het eerst breekt haar stem. ‘Wie zorgt er voor ze? Wie troost ze in hun verdriet?’
BICI-rapport
Niet compleet en ook niet eerlijk
Is het internationaal bejubelde BICI-rapport wel zo eerlijk als het
lijkt? De Arabische tekst en de Engelse vertaling ervan, bedoeld voor de
internationale media en westerse regeringen, komen niet altijd overeen.
In het Arabische rapport staat bijvoorbeeld dat de artsen het
ziekenhuis bezetten, anti-koningshuisleuzes schreeuwden en zwaaiden met
sjiitische vlaggen. Die passage komt in de Engelse versie niet voor. En
al zijn de internationale leden van de Commissie, de Canadees Philippe
Kirsch en de Brit Sir Nigel Simon Rodley, briljante, onafhankelijke
juristen, zij spreken en lezen geen Arabisch. Tijdens hun gesprekken
met gearresteerde Bahreini’s zijn zij afhankelijk geweest van
vertalingen van door het regime beschikbaar gestelde Bahreini
tolken.