Door: Tommy Wieringa » Meer columns van Tommy Wieringa
Gepubliceerd: maandag 5 december 2011 22:11
Update: maandag 5 december 2011 21:57
In de Volkskrant van gisteren stond een interview met Jan Marten Boon, vader van een geestelijk gehandicapte dochter. De antroposofische zorginstelling waar zij woont, wordt met sluiting bedreigd vanwege wanbeheer. Jan Marten Boon is een bezorgde vader, hij zegt: ‘De bestuurders en toezichthouders profileerden zich allemaal als bewuste – vaak antroposofische – mensen die het beste met de wereld voor hadden. Zo praten ze, maar het zijn maar woorden.
Het gaat om wat ze doen, en hun daden zijn allerminst antroposofisch. Zij hebben er een rotzooi van gemaakt.’
Ook in Amsterdam ging een Vrije School bijna ten onder aan bestuurlijke chaos – de school werd beoordeeld als zeer zwak en onder curatele gesteld.
In 2007 stelde de onderwijsinspectie dat veertien van de veertig Vrije Scholen ‘zeer zwak’ waren. Onderwijskundige Hilde Steenhuizen concludeerde in haar promotieonderzoek dat kinderen op Vrije Scholen ten opzichte van kinderen op gewone scholen een cognitieve achterstand hebben die zij niet meer inlopen. Wel scoren ze beter op vuurspringen en nat-op-nat schilderen.
Ik ben gedurende acht jaar onderwezen door bewuste, vaak antroposofische mensen die het beste met de wereld voor hadden. Zij bezaten een rijk geestelijk leven. Zo rijk, dat zij dingen zagen die voor anderen onzichtbaar bleven. Boven deze materiële wereld uit zweefde een geesteswereld – een heel aantal van hen ‘schouwde’ in die wereld en gaf wat ze daar zag weer door aan ons. Zo moesten wij bij sommige lessen de ramen sluiten omdat anders ‘de geest’ het lokaal zou verlaten.
De leerkrachten waren meer dan onderwijzend personeel, het waren zieners, zij bemiddelden tussen ons en de bovenwereld, waar lichtwezens en donkere krachten met elkaar streden. Zo vast was hun geloof dat ze je naar huis stuurden als je bijvoorbeeld je hoofd had kaalgeschoren (puberteit); zo hadden de kwade krachten immers onbelemmerd toegang tot het kinderhoofd.
Bij Rudolf Steiner, grondlegger van de antroposofische beweging, openbaarde zich al op 7-jarige leeftijd een grote gevoeligheid voor het bovenzinnelijke – de geesteswereld was voor hem even reëel als de materiële.
De vertrouwdheid met het spirituele is een kerneigenschap van de antroposofie. Het trekt zoekers aan, mensen die het aanleren van vaardigheden alleen te weinig vinden voor hun kinderen. Er moeten versjes en herfsttafels bij, en een dagelijkse ochtendspreuk gericht aan de ‘Godesgeest’: ‘Ik schouw diep in de ziel / die binnenin mij leeft. / De Godesgeest, hij weeft / in zon- en zielelicht, / in wereldruimte buiten, / in zielediepten binnen...
Koekoek.
Voorstanders van de antroposofie roemen de creativiteit, de zachtheid en de warmte van de Vrije School. Zelf heb ik ervaren dat die zachtheid en die warmte in schril contrast stonden met de soms hardhandige en vaak hardvochtige geloofsijver van de antroposofische priesters aan wie wij waren toevertrouwd.
Tommy Wieringa is auteur van onder meer de roman Caesarion.