Door: Eveline Domevscek 
Gepubliceerd: woensdag 21 december 2011 23:44
Update: donderdag 22 december 2011 07:20
Na het zoveelste fraude-schandaal in het hbo wordt de vraag steeds prangender: waar ging het mis? Al in 1983.
Opnieuw een schok. De opleiding journalistiek van hogeschool Windesheim in Zwolle is ondermaats. Volgens de Nederlands Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) hebben de afgelopen twee jaar meerdere studenten ten onrechte een diploma gekregen. Het personeel van de opleiding kwam gisteren bijeen in een ‘emotionele bijeenkomst’ en staatssecretaris van Onderwijs Halbe Zijlstra dreigt met sluiting van de opleiding. En dat terwijl we nog aan het bijkomen waren van de – mogelijke – diplomafraude op de Hogeschool van Amsterdam die maandag aan het licht kwam. Het jaar waarin de Onderwijsinspectie gehakt maakte van hogeschool Inholland, hier én op de hogeschool van Utrecht opnieuw tentamenfraude werd ontdekt, wordt hiermee toepasselijk afgesloten.

Maar een nieuw fenomeen is het zeker niet. Ook in 2001 kwam grootschalige hbo-fraude aan het licht. Toen was het de Delta Hogeschool die bleek te sjoemelen met subsidieregels en zo veel te veel geld opstreek. Een commissie onder leiding van Gert Schutte ontdekte vervolgens in 2005 dat meer hogescholen hetzelfde trucje hadden uitgehaald. Conclusie: er was 96 miljoen euro te veel aan overheidsgeld uitgegeven. Ai. De grote vraag is nu: wanneer ging het mis? Toen, in 2001? Nee, veel eerder.
We gaan terug naar begin jaren tachtig. Toenmalig CDA-minister van Onderwijs en Wetenschappen Wim Deetman telde meer dan 400 hbo-instellingen en besloot dat dat er veel te veel waren. Vanuit deze gedachte ontstond in 1983 zijn Beleidsnota Schaalvergroting, Taakverdeling en Concentratie. Hierin werd besloten dat – naast een grondige bezuiniging – iedere hbo-instelling minimaal 600 studenten moest hebben, en alleen instellingen met meer dan 2.500 studenten onderzoek en onderwijsontwikkeling mochten doen. Bovendien kregen hogescholen veel meer vrijheid in de besteding van het overheidsgeld.
Sturen op afstand
In de jaren daarop deed Deetman vooral twee dingen: bezuinigen én het hoger onderwijs meer vrijheid geven. Samen met toenmalig directeur-generaal Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek Roel in ’t Veld (u weet wel, de man die in 1993 tien dagen staatssecretaris van Onderwijs was) schreef hij de beroemde nota Hoger Onderwijs Autonomie en Kwaliteit (kort: HOAK), waarin werd besloten dat de overheid zich nog maar vanaf de zijlijn met het hoger onderwijs ging bemoeien. Het idee achter dit ‘sturen op afstand’? De onderwijssector was te groot en complex geworden voor een centraal bestuur, dus kregen de instellingen vrij spel. Het enige wat ze moesten doen, was zich houden aan de vooraf bepaalde kwaliteitsnormen. Overheidsvoorschriften over onderwijs, examinering en bevoegdheden van docenten waren in één klap weg. Incluis de overheidscontrole op verstrekte diploma’s. ‘Het wettelijke regime viel weg’, zegt Han Leune, emeritus hoogleraar sociologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en oud-voorzitter van de Onderwijsraad. ‘Daardoor werd het beduidend makkelijker om een diploma af te geven. Op hogescholen is er een duidelijk verschil voor en na het wegvallen van de controles.’
Ondertussen werd de druk vanuit de politiek om sneller en goedkoper te studeren opgevoerd en werden beloningssystemen per afgegeven diploma opgetuigd. Bovendien stelde elk kabinet zichzelf als doelstelling om het aantal hoogopgeleiden in Nederland fors te verhogen. Dat laatste is gelukt. De afgelopen tien jaar zijn er volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek bijna 100.000 hbo’ers bijgekomen en 67.000 wo’ers.
Het indammen van fraude op hogescholen is wél jammerlijk mislukt. En dat terwijl er sinds Deetman wel toetsingscommissies in het leven zijn geroepen om frauduleuze praktijken te onderscheppen. In 2002 werd zelfs de Nederlandse Accreditatieorganisatie opgericht (die een jaar later opging in de NVAO). Naar aanleiding van het grote fraudeschandaal op Inholland rees de vraag of deze organisatie, die opleidingen elke zes jaar keurt, wel goed functioneert.
Zesjes
Gek genoeg kijkt een visitatiecommissie, die het daadwerkelijke doorlichten van opleidingen overlaat aan commerciële bedrijven, vooral naar evaluaties die door opleidingen zelf worden opgesteld. En de scripties en eindrapporten die de NVAO onder ogen krijgt, zijn van tevoren slim uitgezocht. Zo onthulde een oud-docent eerder in de Volkskrant: ‘Als er onterecht zesjes worden gegeven, komen visitatiecommissies daar niet achter. De afdeling kwaliteitsmanagement schrijft een mooi rapport. Ik was te kritisch, ik ben nooit gevraagd.’ En Paul Thijssen van accreditatiebureau NQA: ‘Wij zijn niet voor fraudebestrijding. Wij lezen alle documenten, maar als je zaken buiten de boeken houdt, komen wij er niet achter.’ De politiek mag dan na elk fraudeschandaal geschokt naar de hogescholen wijzen, veel heeft zij aan zichzelf te danken.
Leune gelooft dat de ‘financiële prikkel’ om te sjoemelen – om meer diploma’s af te kunnen geven en dus meer geld te vangen – er zeker is. Toch denkt hij dat het vaak de individuele docenten zijn met ‘gebrek aan professionele integriteit’ die leerlingen voldoendes geven die ze niet verdienen. ‘Ik loop al heel lang mee in deze wereld. Tot op de dag van vandaag is het de individuele docent die bepaalt. Het gaat mis als ze de verleiding niet kunnen weerstaan om aardig gevonden te worden. Misschien zijn dat wel docenten die twintig jaar geleden zelf aan hun diploma zijn geholpen.’
Wim Deetman
Was ook verantwoordelijk voor de Wet op de studiefinanciering. Na zijn ministerschap werd hij Kamervoorzitter.