Door: Raymond Lesparre » Meer columns van Raymond Lesparre
Gepubliceerd: zondag 12 augustus 2007 21:24
Update: zondag 12 augustus 2007 22:03
Het is een van mijn vroegste herinneringen aan mijn opa. Ik sta naast de hoge leunstoel waarin hij altijd zat en praat honderduit. Hij tilt mij op en neemt mij op schoot. ‘Jongen’, begint hij, ‘onze Lieve Heer geeft aan alle mensen die geboren worden een heleboel woordjes die ze tijdens hun leven kunnen zeggen. Maar als je nou alle woordjes opmaakt als je klein bent, dan kun je later, als je groot bent, niet meer praten.’
Ik staar hem met grote ogen aan, wanneer hij mij weer op de grond zet. Wat was dat verschrikkelijk nieuws! Ineens begreep ik het. Waren daarom grote mensen vaak zo stil. Zeiden daarom mijn vader en moeder soms dagenlang niets tegen elkaar.
Als kleuter zal ik onophoudelijk hebben gekwebbeld. Mijn opa moet er wel gek van zijn geworden en mij toen op schoot genomen hebben. Maar ik zat ook zo vol verhalen: dat de buurvrouw boven aan de trap hard was geduwd en toen helemaal naar beneden was gevallen en dat de meester op school Pierre weer in zijn gezicht had geslagen, omdat hij een snottebel had. En zo vol vragen: ‘Waarom hebben koeien niet zulke mooie strepen als de gestreepte paarden in de dierentuin?’ en: ‘Waarom is die meneer helemaal zwart? En zijn er ook groene meneren, en blauwe?’
Ik ben intussen al lang ‘groot’, kwam haar tegen en vond haar meteen de leukste en gekste meid die ik ooit ontmoette. Ze heeft de meest sprekende ogen en de meest eigenwijze krullen van de hele wereld en van mij mag ze altijd haar pas gewassen bh’s aan een lijn voor het raam laten drogen. Maar ineens herinner ik mij weer wat mijn opa mij toen, lang geleden, zei. Want als ik haar wil vragen: ‘Heleen, mag ik alsjeblieft, alsjeblieft, een rol in je leven spelen?’, zijn mijn woordjes op. Zijn ze helemaal op...