Door: Fons de Poel
Gepubliceerd: zondag 26 augustus 2007 22:31
Update: maandag 20 oktober 2008 14:05
In de jaren zeventig, ver voordat zij zich Jomanda zou gaan noemen, had Joke Damman uit Deventer een nogal raadselachtige broodheer die haar een magische rol in de schijnwerpers gunde.
Vier jaar lang was Joke de assistente van John Elferink, alias Magiër Mantra, een artiest die ergens in het schemergebied tussen Hans Kazan en Rasta Rostelli het publiek bij voorkeur amuseerde met griezeligheden.
Kom dat zien! Op affiches uit die jaren zien we hoe John – vampier, mysterieus uitgelicht – Joke kaarsrecht gestrekt op het podium laat zweven. ‘Ik wilde geen goochelaar zijn met kaarten, munten en balletjes’, zegt Elferink. ‘Het ging mij om de mystiek.’
En Joke Damman was de gedroomde aangever: spontane meid met een onmiskenbare hang naar het theatrale. Elferink herinnert zich nog hoe tot zijn eigen verwondering de shows aan kracht wonnen. Gaandeweg bleek hij in dat stemmige decor van optisch bedrog zelfs in staat om mensen te hypnotiseren. ‘Alle hypnose is ook zelfhypnose’, zegt hij. ‘Je kunt, in een omgeving die daartoe uitnodigt vrij gemakkelijk allerlei suggesties in mensen planten. En dat deed ik.’
Het begon als puur entertainment. ‘Mensen vastnagelen op het podium, bijvoorbeeld. Pure overdracht van suggestie, maar ze konden zich inderdaad niet meer verroeren, ik was er zelf stomverbaasd over.’ Maar op den duur bleken de capriolen van de magiër ook als een magneet te werken op mensen met uiteenlopende kwaaltjes.
‘Uiteindelijk zat de hele kleedkamer vol met mensen met allerlei pijntjes en aandoeningen. De een wou van de hoofdpijn af, de ander van het roken, een derde hoopte dat via ons het gebroken been sneller zou genezen. Joke Damman vond het fantastisch, begon ook te magnetiseren.’
Daar, in de catacomben bij Magiër Mantra, moet in Joke Damman ‘Jomanda’ zijn ontkiemd, de vrouw die twintig jaar later als mediageniek genezend medium nationale bekendheid verwerft en bij healings in haar evenementenhal in Tiel jaarlijks honderdduizenden hulpzoekenden ontvangt.
Tussen John en Joke zijn de wegen dan allang gescheiden. Elferink wil er slechts over kwijt dat hij zich (anders dan Joke) ‘suggestoloog’ wenst te noemen. Hij heeft niet meer pretentie dan die van de podiumkunstenaar. En op de grens van show en zorg wenst hij trouw te blijven aan de codes van het entertainment. ‘Ik ben magiër, niet meer en niet minder.’
Als Jomanda iets van haar magische leermeester heeft opgestoken, is het wel het vermogen om het publiek als bij toverslag te begeesteren. Wieteke van Dort, actrice en overtuigd ‘Jomandiste’ beschrijft de extatische vervoering die door de zaal trekt zodra het medium de sessie opent met haar Song of Light. ‘Het is aangrijpend, er komen enorme emoties vrij. Een bevriende helderziende heeft me wel eens beschreven hoe hij het ervoer. Het plafond gaat open, er is een stralend licht en er dalen engelen neer. Witte wezens, zonder vleugels overigens.’
Ewald Vervaet, ontwikkelingspsycholoog die ooit in een uiterst kritisch boek Jomanda’s ‘wonderbaarlijke genezingen’ trachtte te ontmaskeren: ‘Zodra zij opkomt, zie je zo’n zaal letterlijk plat gaan. Mensen gillen, trillen, rollen over de vloer. Niet vreemd dat Jomanda zichzelf als een bijzonderheid is gaan beschouwen. Ik krijg dat soort reacties nooit als ik ergens binnenkom.’
Op het hoogtepunt van haar roem – Hemelvaartsdag 1994 – meldden zich in een paar uur tijd 13.000 volgelingen in de Tielse evenementenhal. De NS was genoodzaakt extra treinen in te zetten. Joke Damman – ex-PTT-lokettiste, ex-demonstratrice van kleutervoeding, ex-reisleidster, ex- danseres, ex-goochelassistente – had haar eigen ‘Lourdes aan de Waal’ gecreëerd.
Vervaet, die haar helende kracht naar het rijk der fabelen verwijst, kan enige bewondering niet onderdrukken: ‘Haar ware natuurtalent ligt op terreinen van public relations en marketing. Een magistrale prestatie.’
De dood van de comedienne Sylvia Millecam in augustus 2001 bracht, zegt Vervaet, niettemin de ommekeer, ook in Jomanda’s publicitaire talent. Millecam die borstkanker had, reguliere medische behandeling weigerde en in haar wanhoop twintig alternatieve genezers raadpleegde, onder wie Jomanda (‘Het is een ont-steking’).
‘Het is Jomanda te zwaar aangerekend’, vindt Vervaet. ‘Millecam heeft zelf die keuzes gemaakt, het was onderdeel van haar wereldbeeld. Maar ik geloof wel dat de affaire de genadeklap is geweest voor Jomanda’s reputatie. Haar totale gebrek aan twijfel is haar opgebroken. Haar stelligheid haar grootste valkuil gebleken.’
Wieteke van Dort: ‘Jomanda beschikt over een goddelijk contact, zoveel dieper dan wij, waarom zou zij dan nog moeten twijfelen? Zij heeft zoveel mensen geholpen, gelukkiger gemaakt. Na de dood van Sylvia werd een zondebok gezocht. Heel oneerlijk.’
Joke Damman heeft haar vader nooit gekend. Nog voor haar geboorte overlijdt hij aan de gevolgen van leukemie. Ze groeit op in Deventer, wordt opgevoed door oma en moeder. In haar biografie Lady of the Light laat zij optekenen dat zij als kind kampt met een ernstige huidziekte. Al jong komt zij in contact met de paragnost Gerard Croiset, die haar zou hebben bezworen dat ook zij helende handen heeft die haar ooit wereldberoemd zullen maken.
Joke Damman volgt al vanaf haar vijfde levensjaar balletlessen, droomt van een carrière als danseres (later zou zij ooit een dansschool oprichten). Ewald Vervaet citeert een gedicht dat zij in haar jonge jaren schreef ter nagedachtenis aan de vader die zij nooit kende: ‘Zonder jou lukt het me niet iemand te zijn waar men tegen op ziet’.
Verlangen naar de bühne is een diepe drijfveer, zegt Vervaet. ‘Ze heeft altijd naar aandacht gezocht.’ Hoewel veel is af te dingen op haar zangkwaliteiten, wordt Joke op jonge leeftijd zangeres bij de Skybolts, muziekgroepje in de regio Deventer.
Ed Krebbers, gitarist van het bandje, herinnert zich haar als een ras-performer. ‘Spontane meid, hartstikke gek. Joke was er ineens, geen idee waar ze vandaan kwam. Ze danste op de tafels, schopte bierglazen omver, je kon erg met haar lachen.’
Joke Damman blijkt een tamelijk eigenzinnige vocaliste. Krebbers: ‘Ze zette consequent te hoog in. Wij speelden in A, zij zong in C. En zij bleef gewoon doorzingen, liet zich niet corrigeren. Als het erg vals werd, speelden wij gewoon wat harder.’ Toen Krebbers veel later via de televisie werd geconfronteerd met het de genezende Jomanda was zijn onmiddellijke reactie: ‘Ze heeft weer een nieuwe act bedacht’.
Jomanda begint haar praktijken in 1978 in een behandelkamert in Venlo, ‘strategisch gekozen drielandenpunt’, zegt Vervaet. Ze lokt veel klandizie vanuit België (waar dat soort praktijken dan nog verboden is).
Als Veronica’s Tineke de Nooij in haar paranormale programma het verschijnsel-Jomanda lanceert, is er geen houden meer aan: met een tent van het Russische staatscircus trekt ze door stad en platteland, ze krijgt een eigen programma bij Radio Noordzee en Jomanda figureert vrijwel wekelijks in Privé, Story en Weekend.
Het is critici zelden of nooit gelukt om greep te krijgen op het medium. Ewald Vervaet: ‘Jomanda zal nooit beweren dat zij mensen geneest. De hulp die zij aanreikt, komt van krachten van buiten: witte helpers uit de goddelijke wereld. Daarmee leukt zij de zaak nogal op, vind ik, maar in feite ontloopt zij daarmee haar verantwoordelijkheid.’
Wieteke van Dort: ‘Jomanda is een doorgeefluik van de spirituele wereld. Ik ga altijd op Goede Vrijdag naar haar bijeenkomsten. Heel indrukwekkend legt zij dan contact met overledenen. Nabestaanden kunnen dan via haar met hun dierbaren praten. Heel heftig. Er komen hele directe boodschappen.’ Vervaet: ‘Zij maakt zich passief en tegelijkertijd is ze onmisbaar en voortdurend centraal. Zij regisseert tot in detail de gebeurtenissen in zo’n zaal.’
In een televisiegesprek met professor Bob Smalhout wees de anesthesioloog Jomanda ooit op de hartverscheurende taferelen tijdens haar healings: volgelingen die opleven en soms uitzinnig raken. Had zij daarvoor een verklaring? Het begin van een bizarre dialoog.
‘Die mensen voelen die injectie’, zegt Jomanda. De professor kijkt haar ongelovig aan: ‘Injecties? Wie doet dat dan?’ Jomanda: ‘De witte helpers, afkomstig uit het hogere.’ Smalhout, nog altijd zichtbaar niet overtuigd: ‘En die beslissen wie genezen wordt en wie niet?’ Jomanda, alsof het de gewoonste zaak van de wereld is: ‘De helpers beslissen wie er op het podium op de tafel komt.’
Er zijn talrijke televisiereportages gewijd aan de wonderbaarlijke sessies, hartverscheurende beelden dikwijls waarin volgelingen vol-komen de controle over zichzelf verliezen. Van darmen tot alvleesklier, van hart- en bloedvaten tot huidziekten: ‘Er wordt aan u gewerkt’, horen we het medium in al die reportages zeggen. ‘En dan zijn we nu toe aan de handoplegging voor de dieren…’
Inmiddels is het medium met haar praktijk afgedaald naar een gewezen klooster in Valkenburg. Vergeleken met de hoogtijdagen is het aantal ‘parochianen’ fors geslonken, maar Jomanda is ook actief in het buitenland (Kroatië, Japan); haar helpers uit de goddelijke wereld reizen met haar mee, zegt zij daar zelf over.