Door: Andrew Gumbel
Gepubliceerd: dinsdag 13 november 2007 22:29
Update: woensdag 14 november 2007 08:04
Bonnie Brown nam in 1999 een baantje aan als masseuse bij een internetbedrijfje. Ze had geen idee dat haar werkgever, Google, haar stinkend rijk zou gaan maken.
In 1999 reageerde Bonnie Brown op een advertentie waarin een parttime masseuse gevraagd werd bij een van de internetbedrijfjes waar het in Sillicon Valley van wemelde. Het betaalde niet goed; ze verdiende zo’n 450 dollar per week, maar net genoeg om het hoofd in de glamourwereld rond de dot.com-business boven water te houden. Ze had er geen ogenblik bij stilgestaan dat de Google- aandelen die bij het baantje hoorden, ooit wat waard zouden worden.
Maar vijf jaar later, toen het bedrijf naar de beurs was gegaan, waren haar aandelen zoveel waard dat ze multimiljonair was en kon ophouden met werken. Ze woont nu in een groot huis in Nevada, laat zich eens per week masseren en reist de hele wereld over voor de liefdadigheidsinstelling die ze met haar onverwachte miljoenen heeft opgericht.
En het geld bleef binnenstromen. Vorige week stond de prijs van een Google-aandeel, dat 85 dollar waard was toen het bedrijf in 2004 naar de beurs ging, op 700 dollar. Het is uitzonderlijk dat één enkel bedrijf mensen zo waanzinnig rijk maakt.
Volgens Google hebben vroegere en huidige werknemers voor 2,1 miljard aan aandelenwaarde in hun bezit. Zij kunnen die, wanneer ze maar willen, verzilveren. Dan zijn ze samen ook nog in het bezit van 4,1 miljard dollar aan premies en aandelen die nog vastliggen.
Voor mensen als Bonnie Brown was die rijkdom een kwestie van puur geluk. In 1999 was de zogeheten New Economy op zijn hoogtepunt. Investeerders pompten tientallen, zelfs honderden miljoenen in bedrijven die in hun businessplan het woord ‘internet’ hadden staan en een vage belofte deden de zaken anders aan te gaan pakken.
Veel van dit soort bedrijven kwamen met geintjes als massage op het werk, sportgelegenheid en gratis lunch bereid door een echte chefkok. Maar toen de internetballon in 2000-2001 knapte, stortten de meeste bedrijven net zo spectaculair als ze waren opgekomen, ook weer in elkaar. Google was een grote uitzondering, waarschijnlijk dé grote uitzondering. De stichters van het bedrijf, Sergey Brin en Larry Page, vonden namelijk een manier om hun hypermoderne zoekmachine-technologie te gebruiken om adverteerders en bezoekers van een site met elkaar in contact te brengen. Zo werd het mogelijk om specifiek op onderwerp te zoeken.
Bonnie Brown had hier natuurlijk allemaal niets mee te maken. Zij solliciteerde gewoon bij Google omdat ze na haar akelige echtscheiding een baan moest hebben. Haar werkzaamheden bestonden uitsluitend uit het masseren van de schouders van de software-ontwerpers die het bedrijf zo succesvol maakten. Ze was maar één onderdeel van het hele scala aan pleziertjes en ontspanningsmogelijkheden in het bedrijf, samen met tafelvoetbal en een groot bad met plastic balletjes om in te duiken.
Toen ze er kwam, had Google 40 werknemers. Nu zijn dat er meer dan 10.000, die in meer dan 30 landen werken. Maar Bonnie is de eerste persoon om toe te geven dat ze veel geluk gehad heeft. Ze heeft een boek geschreven, waar ze nog wel een uitgever voor moet vinden. Hierin wordt duidelijk hoe ze tegen het geheel aankijkt. De titel is Giigle: How I Got Lucky Massaging Google.
Foto: NYT/Hollandse Hoogte