Door: Marcel Hulspas 
Gepubliceerd: vrijdag 11 april 2008 22:40
Update: vrijdag 11 april 2008 23:18
Een complot van kwaadwillende schurken is het mooiste excuus om een oorlog te beginnen. Zie Bush versus Irak, nu 5 jaar geleden. Hoe Amerika bij conflicten de waarheid een handje helpt. Nobel, noodzakelijk en gerechtvaardigd. Zo omschreef president Bush onlangs de oorlog in Irak. Maar buiten het Witte Huis geldt de oorlog, die zich nu al vijf jaar voortsleept, als een uitzichtloze, mislukte, en vooral niet-noodzakelijke militaire operatie.
De officiële reden om het land binnen te vallen was dat dictator Saddam Hoessein Al-Qaida zou steunen, en over massavernietigingswapens zou beschikken. Beide beschuldigingen bleken nergens op gebaseerd. Sterker nog; ze werden bewust gefabriceerd om een inval te rechtvaardigen. Al ruim vóór de aanslagen van 11 september 2001 werd een dergelijke inval aanbevolen door conservatieve denktanks, nauw verbonden met het Witte Huis.

Leugens niet nieuwMaar dergelijke leugens zijn niet nieuw: in de geschiedenis van de Verenigde Staten is het wel vaker voorgekomen dat men een provocatie verzon, om een ‘gerechtvaardigde’ oorlog te kunnen starten. Een jaar voor 9/11, in september 2000, publiceerde de conservatieve denktank Project for the New American Century (PNAC) een rapport, onder andere opgesteld door vice-president Dick Cheney, zijn stafchef Lewis Libby, minister van Defensie Donald Rumsfeld en zijn onderminister Paul Wolfowitz, waarin aangeraden werd de Amerikaanse oliebelangen veilig te stellen door een legermacht te stationeren in het Midden-Oosten. Het slepende conflict met Saddam Hoessein zou een goed excuus (‘the immediate justification’) kunnen zijn maar ‘the need for a substantial American force presence in the Gulf transcends the issue of the regime of Saddam Hussein.’
In februari 2001 waarschuwde een andere conservatieve denktank, het Baker Institute of Public Policy, in een rapport opgesteld in opdracht van Cheney, dat Irak ’een destabiliserende invloed op de levering van olie’ had, en ‘militaire interventie’ daarom noodzakelijk was. De vraag was: met welk excuus kon men daar militairen stationeren? Vijf maanden later kaapten Al-Qaida-terroristen vier vliegtuigen. Twee toestellen boorden zich in de Twin Towers en één in het Pentagon (nummer vier stortte neer in Pennsylvania).
Stortvloed aan bewijzenIn de maanden daarna produceerde het Witte Huis een ware stortvloed van ‘bewijzen’ voor nauwe banden tussen Al-Qaida en Irak, en voor de aanwezigheid van massavernietigingswapens in dat land. Medewerkers van het (links-liberale) Center for Public Integrity berekenden dat president Bush en zeven topbestuurders, waaronder Cheney, minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell en veiligheidsadviseur Condoleeza Rice, tussen 9/11 en de inval in Irak in maart 2003 in totaal 935 keer gelogen hebben. Het dieptepunt was de toespraak van Colin Powell tot de VN-veiligheidsraad, waarin hij ‘bewijzen’ voor massavernietigingswapens presenteerde. Deskundigen maakten er gehakt van.
Het maakte niets uit. Amerika wilde Irak binnenvallen. En snel. Het voortdurende gehamer op de aanwezigheid van massavernietigingswapens (die nooit zijn gevonden) blijkt achteraf volkomen irrationeel – maar dat was het niet.
SchuldvraagWie een oorlog wil beginnen, wil het liefst zélf bepalen wanneer die oorlog uitbreekt, maar wil óók dat de tegenstander daarvoor de schuld krijgt. Het is dus verstandig niet passief af te wachten tot de vijand over de schreef gaat, maar zelf een provocatie te fabriceren die de mogelijkheid biedt de vijand ‘terecht’ aan te vallen wanneer dat het beste uitkomt.
De massavernietigingswapens waren het perfecte excuus: omdat ze een permanente ‘bedreiging’ vormden, kon de VS zelf bepalen wanneer ze zou aanvallen, en de schuld ging naar de leugenaar Saddam Hoessein. Het gaat hier om een oude tactiek. De geschiedenis van de Verenigde Staten biedt veel voorbeelden van samenzweringen op het hoogste niveau, gericht op het uitlokken van oorlogen en het misleiden van de publieke opinie.
Cuba
Een van de eerste voorbeelden is het uitlokken van de Spaans-Amerikaanse oorlog van 1898. Inzet van de strijd was Cuba, of beter: de suikerproductie op het eiland. De Amerikaanse suikerbaronnen wilden de lastige dictator Weyler verdreven hebben, en betaalden krantenmagnaat William Randolph Hearst voor een agressieve anti-Spaanse perscampagne. Oorlog werd onvermijdelijk, en een excuus werd spoedig gevonden.
p 15 februari vond er een zware explosie plaats aan boord van de Amerikaanse kruiser Maine, in de haven van Havana. Het schip zonk. De kapitein verklaarde naderhand dat de explosie veroorzaakt was door kolenstof in het ruim, maar president McKinley beweerde dat het schip door de Spanjaarden getorpedeerd was en verklaarde Spanje de oorlog. Cuba werd door de Amerikanen ‘bevrijd’. Een later onderzoek aan het wrak van de Maine toonde aan dat de kapitein gelijk had. Er is nooit een torpedo afgevuurd.
Vice-president Dick Cheney | Foto: APPearl HarborVeel minder bekend is de beschuldiging dat de Japanse overval op de Amerikaanse vlootbasis Pearl Harbor, in december 1941, door Washington was uitgelokt. Alle schoolboekjes vermelden dat het om een laffe verrassingsaanval ging – maar dat is waarschijnlijk een vrome leugen. De relatie met Japan was uiterst gespannen, vooral vanwege de groei van de Japanse oorlogsvloot. Dat de Japanners in geval van oorlog Pearl Harbor zouden aanvallen, lag voor de hand. Daar lag het grootste deel van de Amerikaanse vloot, praktisch onbeschermd. En het lijkt erop dat Roosevelt de Japanners heeft aangezet om toe te slaan.
De inlichtingendiensten hadden hem verzekerd dat als de VS de export van benzine naar Japan zou stoppen, de Japanners gedwongen waren om aan te vallen. Roosevelt stopte de export van benzine. Daarnaast liet hij de moeizame vlootonderhandelingen met de Japanners vastlopen, en gaf hij de marine de opdracht de vloot zo te stationeren dat ze extra kwetsbaar werd. De marineleiding protesteerde, maar Roosevelt zette door.
Bij wijze van straf kreeg de marinestaf geen inzage meer in gedecodeerde Japanse berichten – berichten waaruit de marine gemakkelijk had kunnen afleiden waar en wanneer de Japanners zouden aanvallen. En zo konden de Japanners ongestraft Pearl Harbor overvallen. Negentien grote slagschepen werden vernietigd; 2400 man marinepersoneel kwam om. En dat waarschijnlijk alleen maar om ervoor te zorgen dat de Japanners de schuld kregen voor de uitbreiding van de oorlog.
VietnamDe Amerikaanse deelname aan de Vietnam-oorlog was in ieder geval zeker gebaseerd op leugens. Begin 1964 was er officieel alleen sprake van een oorlog tussen het communistische Noord-Vietnam en Zuid-Vietnam (een militaire dictatuur), waarbij Amerikanen het Zuid-Vietnamese leger bijstonden als ‘adviseurs’. Washington wilde echter dolgraag een actievere rol spelen en de communisten verjagen. Dus werd een Noord- Vietnamese provocatie verzonnen.
In augustus 1964 maakte president Johnson bekend dat de Noord-Vietnamezen tot twee maal toe een ‘onschuldig’ Amerikaanse schip in internationale wateren hadden aangevallen. Het betreffende schip, de Maddox, was echter helemaal niet onschuldig: het assisteerde bij luchtaanvallen op het Noord-Vietnamese leger en werd daarom een keer door Noord-Vietnamese schepen belaagd.
De Amerikanen verzonnen vervolgens een tweede aanval op het ‘onschuldige’ schip, zogenaamd uitgevoerd met torpedo’s. En vanwege deze ‘oorlogsdaad’ gaf Johnson opdracht Noord-Vietnam te bombarderen. Een paar maanden later gingen de eerste Amerikaanse troepen in Vietnam aan land. Het was het begin van de meest rampzalige oorlog uit de Amerikaanse geschiedenis – vóór de inval in Irak.
Zesdaagse oorlog
De meest beruchte verzonnen provocatie vond plaats tijdens de Zesdaagse oorlog tussen Israël en Egypte, in juni 1967. Als deze operatie, een samenzwering tussen Israël en de VS, een succes was geworden, was toen wellicht de Derde Wereldoorlog uitgebroken. Doelwit was de USS Liberty, een oud bevoorradingsschip dat ingezet werd voor inlichtingenwerk. Tijdens de oorlog voer ze voor de kust van Egypte, om het radioverkeer van beide partijen te onderscheppen.
Niet ver van de Liberty voer de Amerikaanse Zesde vloot, en er was ook een Russisch smaldeel in de buurt. De Liberty werd op 8 juni gespot door Israëlische verkenningsvliegtuigen, maar de bemanning maakte zich geen zorgen. Israël en de VS waren bondgenoten en het schip was zo Amerikaans als maar kon. Die middag echter verschenen twee Israëlische jagers aan de horizon die de Liberty, tot afgrijzen van de bemanning, begonnen te bestoken met raketten. Het schip was ongewapend en de wanhopige kapitein vroeg de nabijgelegen USS America om luchtsteun. Die werd toegezegd, maar even later, op last van minister van Defensie Robert McNamara himself, weer teruggeroepen.
Prompt verschenen twee nieuwe Israëlische toestellen die het schip met napalm bombardeerden, en nog eens drie Israëlische torpedomotorboten die topedo’s afvuurden. Ze verdwenen weer, waarschijnlijk in de veronderstelling dat ze het schip de genadeklap hadden gegeven, maar de inmiddels volledig kapotgeschoten Liberty bleef wonder boven wonder drijven. Op zijn laatste krachten bereikte het Malta.
Man en muisDe Israëlische aanval had 34 Amerikaanse zeelieden het leven gekost; er waren tweehonderd gewonden. Het is duidelijk dat de USS Liberty met man en muis had moeten vergaan, zodat niemand zou kunnen navertellen wie de aanvallers waren geweest. Volgens sommigen was het een Israëlisch plan: als Egypte de schuld kreeg, zou de VS wellicht openlijk hun kant kiezen. Maar Egypte had op dat moment geen luchtmacht van betekenis.
Het is veel waarschijnlijker dat de aanval een Israëlisch/Amerikaans complot was, waarbij de Russische vloot de schuld had moeten krijgen. Israël stond op dat moment op het punt om Ruslands bondgenoot Syrië binnen te vallen, om de strategisch belangrijke Golanhoogte te veroveren. Die aanval zou een gevaarlijke escalatie van de Koude Oorlog betekenen, en Israël zou daar de schuld van krijgen – tenzij de VS en Israël, de Russen van agressie konden beschuldigen.
Complot mislukteEen ‘Russische aanval’ op de USS Liberty zou perfect in dit plaatje passen. Maar het complot mislukte. De Russen konden niet als agressor afgeschilderd, en de VS konden de Israëlische aanval op Syrië niet onvoorwaardelijk steunen. Als de USS Liberty was vergaan, was dat wellicht het begin geweest van de Derde Wereldoorlog.
Israël bood naderhand zijn excuses aan voor de ‘tragische vergissing’. Toen de Amerikaanse marine een onderzoek instelde, kreeg de onderzoekscommissie van het Witte Huis de geheime opdracht dat zij tot dezelfde conclusie diende te komen. De hele affaire raakte volkomen vergeten.
9/11Nu, veertig jaar later, is zoiets ondenkbaar. Dankzij de aanslagen van 9/11, en de vloedgolf aan complottheorieën die daarna losbarstte, heeft de Amerikaanse bevolking absoluut geen vertrouwen meer in haar eigen overheid. De rol van de traditionele media is hierbij vrijwel uitgespeeld, zo lijkt het. Geen enkele serieuze krant, radio- of televisiestation heeft ooit beweerd dat de Amerikaanse overheid op wat voor manier dan ook medeplichtig was aan de aanslagen van 9/11. En toch is driekwart van de Amerikanen ervan overtuigd dat de regering-Bush de terroristen in de gaten hield, maar ze bewust hun gang heeft laten gaan omdat een aanslag de regering wel goed uitkwam.

Eenderde van de Amerikanen is er zelfs van overtuigd dat de regering betrokken was bij het complot. Dat diepe wantrouwen is slechts voor een deel te danken aan boeken als
David Griffins The New Pearl Harbor, of documentaires zoals Michael Moore’s
Fahrenheit 911, maar veel meer aan de
honderden internetsites waarop voortdurend dezelfde ‘dwarse’ feiten worden herhaald.
Zo staat vast dat de CIA ruim van tevoren gewaarschuwd werd door niet minder dan elf buitenlandse inlichtingendiensten, vaak zeer gedetailleerd, voor terroristische aanslagen, uit te voeren door Al Qaida-leden met behulp van vliegtuigen. De terroristen zélf zijn meerdere keren door FBI-agenten en particulieren als ‘verdacht’ aangegeven bij de FBI en de CIA.
ParanoïdeWaarom is met al die aanwijzingen niets gedaan? Openbaar aanklager John Loftus was achteraf keihard in zijn oordeel: ‘The information provided by European intelligence services prior to 9/11 was so extensive that it is no longer possible for either the CIA or FBI to assert a defence of incompetence.’ Incompetent – of stiekem op de hoogte? Liet men de terroristen begaan? Zagen sommigen de naderende aanslag wellicht als de perfecte provocatie om Irak aan te kunnen vallen? Zo niet, waarom werden de gekaapte toestellen dan niet door straaljagers onderschept, zoals dat hoort? Andrews Air Force Base, vlakbij Washington, was daartoe niet in staat. De jagers moesten van héél ver komen, en kwamen dus te laat.
Hoe is het mogelijk dat vele uren nadat de Twin Towers waren ingestort, nog een derde flatgebouw (WTC building 7) plotseling instortte? Hoe konden de Twin Towers überhaupt zo gemakkelijk ineenstorten? Zaten in die drie gebouwen wellicht explosieven verstopt? Hoe kon terrorist Hani Hanjour, een halfopgeleide amateur-piloot, een Boeing 757 onder controle houden en exact in het Pentagon boren? Waar waren de brokstukken van dat toestel? Deze, en nog veel meer vragen circuleren op internet, op de honderden sites die worden onderhouden door duizenden achterdochtige amateuronderzoekers. Uiterst achterdochtige, vaak ronduit paranoïde amateuronderzoekers – maar wie de Amerikaanse geschiedenis kent, vraagt zich af: zijn ze wel paranoïde genoeg?
Foto: Hollandse Hoogte
Bush
De Amerikaanse president George Bush zal ooit terechtstaan voor zijn aandeel in de Irak-oorlog. Dat heeft de geestelijk leider van Iran, ayatollah Ali Khamenei, gezegd.
Bewijs
De bewijzen voor de aanwezigheid van massavernietigingswapens in Irak deugden niet, stelt oud-defensieminister Henk Kamp (VVD) in De Telegraaf. Dat neemt niet weg dat Kamp nog steeds achter de inval staat, en de politieke steun van Nederland daarvoor. "Saddam Hoessein lapte de ene na de andere resolutie van de VN-Veiligheidsraad aan zijn laars en werkte niet mee aan wapeninspecties. Dat was de reden voor onze steun."
Farenheit 9/11
Leugens van Bush
Deel 2 | deel 3
The New Pearl Harbor
GLEIWITZ 1939: HITLERS EXCUUS
In de zomer van 1939 was duidelijk dat een oorlog tussen nazi-Duitsland en Polen niet lang meer op zich zou laten wachten. Nadat alles in gereedheid was gebracht voor de inval, besloot Berlijn om zelf voor een ‘Poolse’ provocatie te zorgen. Op 31 augustus overviel een eenheid van de Sicherheitsdienst, verkleed in Poolse uniformen, de radiozender in het Duitse stadje Gleiwitz (het huidige Poolse Gliwice), dicht bij de toenmalige Poolse grens. Ze zonden enige provocerende oproepen uit en werden daarna door Duitse soldaten ‘verdreven’. (Speciaal voor de pers liet men op het terrein een paar dode concentratiekampgevangen achter, gehuld in Poolse uniformen.)
De volgende dag sprak Hitler de Rijksdag toe: ‘Polen heeft hedennacht voor de eerste maal op ons eigen territorium op ons geschoten. Sedert 5.45 uur wordt er teruggeschoten. En van nu af aan wordt bom met bom vergolden! Wie zich niet aan de regels van humane oorlogsvoering houdt, kan van ons niet anders verwachten dan dat wij hetzelfde doen.’ Het uitroeien van de Poolse natie kon beginnen.
GEEF CASTRO DE SCHULD
De verovering van het eiland Cuba in 1959 door communistische rebellen onder leiding van Fidel Castro, was voor de Amerikaanse regering een enorme schok. Die vernedering werd nog groter nadat een door de CIA op touw gezette invasie door Cubaanse ‘vrijwilligers’ (in de Varkensbaai, in april 1961) uitliep op een bloedige nederlaag. Vanaf dat moment zocht het Amerikaanse leger naar een excuus om Cuba binnen te vallen. En men was daarbij bereid heel ver te gaan, zoals blijkt uit een (recent onthuld) geheim rapport, opgesteld in maart 1962, met de codenaam Operation Northwoods.

In dat rapport worden voorstellen gedaan voor aanslagen in eigen land, uit te voeren door de CIA, waarvan Cuba dan de schuld zou krijgen. Een mogelijkheid was een aanval op een passagiersvliegtuig, uit te voeren door een CIA-toestel in Cubaanse vermomming. Andere voorstellen waren moordaanslagen op prominente tegenstanders van Castro, bomaanslagen in wijken van Miami waar veel gevluchte Cubanen woonden, en het ontketenen van ‘communistische’ rellen in grote steden zoals Washington. De opstellers wezen ook op de mogelijkheid het ‘incident’ met de Maine, uit 1898, te imiteren: blaas een schip op in de haven van Guantanamo (toen net als nu een Amerikaanse enclave op Cuba), geef de Cubanen de schuld, en zet het leger aan land.
SPOOKONDERZEEËRS
In oktober 1981 liep een Russische onderzeeboot aan de grond tussen de eilanden voor de Zweedse kust. De onderzeeër had overduidelijk een spionagemissie, en Zweden protesteerde bij de Russische autoriteiten. Maar dat was maar het begin. In de maanden daarna doken er geregeld ongeïdentificeerde duikboten op langs de Zweedse kust; ze drongen zelfs door in de marinebasis Muskö. De wereldpers streek neer in Zweden om verslag te doen van deze mysterieuze ‘spookonderzeeërs’, die tot eind 1982 werden gesignaleerd. Ook al werden de daders nooit boven water gehaald, en ook al ontkenden de Russen iedere betrokkenheid: iedereen was ervan overtuigd dat Moskou op deze manier Zweden wilde intimideren, en de Zweeds-Russische relaties werden buitengewoon kil.
Pas jaren later bleek dat de Russen er echt niets mee te maken hadden: de onderzeeërs waren Amerikaans en mogelijk Brits, en de clandestiene operaties werden in het diepste geheim gecoördineerd met enkele hoge Zweedse marineofficieren. De Zweedse opperbevelhebber Gustaffson en de Zweedse regering zaten niet in het complot – dat immers bedoeld was om de pas aangetreden socialistische regering van Olof Palme op te zetten tegen de Russen.