Door: Arnold Karskens
Gepubliceerd: zondag 4 mei 2008 23:35
Update: maandag 5 mei 2008 07:08
Zonder waarschuwing vooraf werd het dorp Kakrak in Uruzgan september verleden jaar gebombardeerd. In totaal kwamen die nacht 76 burgers om het leven. Ooggetuigen geven Nederland de schuld. ‘We willen dat de Nederlandse regering ons compenseert voor onze huizen en veestapel.’
De Nederlandse militaire aanwezigheid in de centraal-zuidelijke Afghaanse provincie Uruzgan sinds medio 2006 heeft honderden burgerslachtoffers tot gevolg gehad. Exacte cijfers zijn niet voorhanden omdat een lokale vertegenwoordiger van een mensenrechtencommissie ontbreekt en het Internationaal Rode Kruis niet actief is in de provincie.

| Foto: Arnold Karskens
Bronnen van Dagblad De Pers zijn ooggetuigen en verklaringen van prominente inwoners. Zo stelt parlementslid Abdul Khaliq dat bij de gevechten tussen 16 en 20 juni in het district Chora ruim tachtig onschuldige burgers zijn omgekomen.
Khaliq is afkomstig uit het dorp Qala-e-Ragh, hetzelfde dorp waar sultan Jan Mohammed 22 familieleden verloor. ‘Ik heb de families persoonlijk gecondoleerd.’
Binnen de ISAF klinkt ook kritiek door over het Nederlandse optreden. De regionale ISAF-commandant generaal Dan McNeill noemde de aanval op Qala-e-Ragh in een rapportage ‘in strijd met het oorlogsrecht.’
Bij een ander groot bombardement in het district Deh Rawod in de nacht van 25 op 26 september 2007 verloor Amanullah (60) zijn vrouw, twee zonen en twee dochters. Zijn dorpsgenoot Torjan (59) verloor zijn vrouw, zijn zoon en twee kleinkinderen. Rond middernacht vielen zonder waarschuwing bommen op hun dorp Kakrak. In blinde paniek renden beiden mannen hun huis uit, zo vertellen ze. Amanullah: ‘Ik was met mijn gezin, maar ze waren jonger en ze liepen harder. Ik zocht beschutting en liet me vallen tussen het gewas op de akker.’ Ook de bijna bejaarde Torjan zag zijn familie vooruitsnellen. ‘Naast het huis was een veld met hennepplanten, daar verschool ik me.’ Hun familieleden zochten beschutting onder een grote boom. Amanullah: ‘Toen kwam er een tweede ronde bommen.’
Volgens hun verklaringen kwamen twaalf mensen onder die boom om het leven, inclusief hun familieleden. Amanullah benadrukt dat het niet ging om talibanstrijders. ‘Het waren onschuldige mensen. Mijn twee zonen werkten op de Amerikaanse basis. We willen dat de Nederlandse regering ons compenseert voor onze huizen en veestapel.’
Torjan: ‘We willen ook recht. Waarom bombardeerden ze ons? Waarom is mijn gezin gedood?’
Amanullah: ‘We hebben geen huis meer. Alles is kapot.’ In totaal kwamen die nacht 76 burgers om het leven.
De belangrijkste rechter van Uruzgan, Mullah Mohmad Jan, vertelt tegenover De Pers over het incident onder de boom dat twee helikopters de dodelijke schoten zouden hebben gelost. ‘Ze schoten van twee kanten.’ Hij weet het zeker omdat een van zijn lokale medewerkers erbij om het leven is gekomen. De rechter schat het aantal doden onder de boom ook hoger, namelijk in de tientallen.
Alleen Nederland beschikt in Uruzgan over gevechtshelikopters. Een woordvoerster van het Openbaar Ministerie in Arnhem zegt over de nacht van 25 september dat bij de aanval op het dorp Kakrak twee Apache gevechtshelikopters ter ondersteuning zijn ingezet en dat dit ‘rechtmatig’ was. Volgens Defensievoorlichting was er één Apache-helikopter die nacht in de lucht, maar niet in de buurt van Kakrak.
Rechter Mullah Mohmad Jan verklaart verder dat hij regelmatig overleg heeft met de Nederlandse militairen van het Provinciaal Reconstructie Team. ‘Ik zeg dat ze veel mensen doden. Het laatste anderhalf jaar zijn volgens mijn berekening in Uruzgan tussen de 500 tot 600 onschuldige burgers omgekomen bij gevechten. Het grootste deel door de buitenlandse troepen.’
De aangerichte schade tijdens de anderhalf jaar Nederlandse aanwezigheid is enorm. In Qala-e-Ragh zijn 48 qala’s vernield. Bij de gevechten in het district Deh Rawod zijn tussen eind augustus 2007 en januari 2008 zeker 400 qala’s deels of geheel vernield, meldt directeur Mohmad Hashim van het ministerie van Reconstructie in Uruzgan.
In het budget van 75 miljoen euro dat Nederland vorig jaar voor Uruzgan heeft vrijgemaakt wordt geen cent besteed aan het monitoren van de mensenrechten. ‘Het is geen aparte activiteit voor ons,’ laat een vertegenwoordigster van Buitenlandse Zaken weten.