Door: Rop Zoutberg
Gepubliceerd: woensdag 15 oktober 2008 23:46
Update: donderdag 16 oktober 2008 00:25
De burgeroorlog in Spanje ging nooit echt voorbij. Maar eindelijk durven de Spanjaarden achterom te kijken. Met het openen van de laatste graven geneest de open wond.
Josefina was vijftien jaar toen ze met haar familie door de militairen werd opgepakt. Ze stonden bekend als een rooie, linkse familie die de Spaanse republiek steunde. Maar de dagen van de republikeinse regering waren al geteld. In 1936 pleegden de militairen hun staatsgreep die zou uitmonden in een burgeroorlog. Josefina en haar ouders redden het; haar zus overleefde de arrestatie niet.
Ze staat, nu bijna negentig jaar oud, aan de rand van een massagraf dat in de provincie León wordt blootgelegd. Het is het tweede massagraf dat ze in een week ziet. Uit het eerste bij het dorpje Izagre kwam haar zus tevoorschijn tussen de skeletten van nog acht dorpelingen. En nu staart Josefina opnieuw naar botten en schedels die door vrijwilligers van een historische vereniging met zekere precisie worden afgestoft.
Langs de kant van de weg
Ze is gekomen om de vrijwilligers te bedanken, vertelt ze, gebogen over de stok waarop ze leunt. ‘Ik kan haast niet beschrijven hoe het is de resten van je familie op deze manier terug te vinden. Al die jaren weet je niet veel meer dan dat je zus ergens langs de kant van de weg ligt.’
Josefina glimlacht. ‘Nu is ze weer bij ons, in het graf van de familie, op de begraafplaats.’ Ze wijst om zich heen, een heuvel tussen dennenbomen. ‘De afrekeningen tijdens de burgeroorlog waren niet omdat er in dit gebied veel gevochten werd. Dat was al heel snel voorbij omdat de provincie op de hand van de opstandige militairen was. Het was repressie. Angst zaaien om de bevolking er onder te houden, de oorlog in de rest van Spanje te winnen.’
Aan twee dennenbomen zijn kale houten kruizen gespijkerd met daarop de jaren 1936-1939 geschilderd. Plastic bloemen werden met een draadje vastgebonden. De resten van de vijf mannen die werden neergeschoten, zijn al bijna helemaal zichtbaar. Net als de espadrilles (sandalen) van een van de lijken, die de jaren wonderwel doorstonden. Een paar peseta’s uit een versleten beursje liggen ernaast. ‘Het waren vier boeren en een linkse onderwijzer. Een van de mensen uit de buurt, die gedwongen werden het graf te delven, herkende de lichamen’, vertelt een vrijwilliger.
Wereldoorlogje
Een massagraf tussen dennenbomen langs de kant van een weg buiten een dorp, ergens in de duinen van de noordkust. Verspreid over heel Spanje liggen nog honderden massagraven, misschien zelfs meer, met daarin de afrekeningen uit de jaren dertig. De strijd van destijds was links tegenover rechts, een wereldoorlogje in miniatuur. Anarchisten vochten tegen monarchisten, communisten bevochten fascisten, republikeinen tegen nationalisten, arbeiders tegen bazen. En buren tegen buren.
Daarover werd in Spanje amper gesproken, zegt Santiago Macias van de historische vereniging ARMH (Asociación para la Recuperación de la Memoría Histórica). ‘Tijdens bijna veertig jaar dictatuur hield iedereen logischerwijs zijn mond. Maar ook na de dood van de generalísimo Franco veranderde weinig. De politieke partijen sloten een pact rond de verzoening van de Spanjaarden. De prijs daarvoor was de massagraven te laten voor wat ze waren.’
Met dat verschil dat de doden die aan de kant van de militairen onder generaal Franco vielen, al decennia geleden werden verzameld en bestempeld tot martelaar. Pas nu komt Spanje toe aan het opruimen van de massagraven met daarin de linkse slachtoffers, de verliezers. Macias: ‘Het moest gebeuren. Het voelt voor de nabestaanden niet anders dan wanneer hun familieleden bij een verkeersongeluk waren gedood. Ze willen de lichamen terughebben en begraven bij de rest van de familie.’
Zeker vierduizend lijken werden inmiddels teruggevonden, geholpen door recente wetten van de socialistische regering. Naar verwachting gaat ook bij Granada snel het massagraf open waarin de dichter Federico García Lorca ligt, die bij een van eerste afrekeningen, in augustus 1936, werd geëxecuteerd.
Familiegraf kan dicht
Voor het eerst begonnen ook onderzoeksrechters van het Nationale Gerechtshof een inventarisatie van vermiste personen sinds burgeroorlog en dictatuur. Op hun lijsten staan inmiddels de namen van ruim 140.000 Spanjaarden, drie keer zoveel als steeds werd aangenomen.
Het massagraf tussen de dennenbomen is na drie dagen graven en inventariseren leeg. De nu 78-jarige zoon van een van de doodgeschoten boeren staart naar de vijf kartonnen verhuisdozen waarin de botten in plastic zakken zitten. ‘Eindelijk kan mijn familiegraf op de begraafplaats dicht’, schokschoudert hij. ‘Ik had het marmer al besteld, maar de afdekplaat kon er steeds maar niet op. Mijn vader ontbrak nog. Nu heb ik hem terug.’