De Pers
 
Privatisering Het kabinet blijft stil

Het oneindig grote leger

Door: Remco Tomesen
Gepubliceerd: maandag 10 november 2008 00:08
Update: woensdag 2 december 2009 09:07

Het Nederlandse leger is voor buitenlandse missies steeds afhankelijker van private militaire bedrijven, van de Blackwaters van deze wereld. De marketing van deze bedrijven bestaat uit het verspreiden van angst.

Een nieuwe grote oorlog, daar wachten private militaire bedrijven nu op, zegt overheidsadviseur René Hiemstra. Op een Amerikaanse inval in Teheran of op het moment dat de strijd tussen Israël en Iran losbarst. ‘In Irak is de afbouw begonnen. Dat is een aflopende zaak voor private partijen. En in Afghanistan waren altijd al veel minder mankrachten nodig.’

DynCorp, Vinnell Corporation, Blackwater en Custer Battles. Het zijn een paar namen van private militaire bedrijven. De Amerikanen noemen ze Private Military Companies (PMCs). In Irak waren vorig jaar naar schatting 180.000 mannen en vrouwen van zulke bedrijven actief. Het is een ruwe schatting: niemand weet hoeveel het er precies zijn.

Dat geldt ook voor Nederland. Niemand weet hoeveel ‘civiele krachten’ ons land heeft ingehuurd in Afghanistan. Exacte gegevens ontbreken domweg, ontdekte de AIV (Adviesraad Internationale Vraagstukken). Die club adviseerde de regering eind vorig jaar over ‘de inhuur van civiele dienstverleners’. Een kritisch rapport, dat grote vraagtekens zette bij de inhuur van privépartijen. Het kabinet reageerde eind april ietwat gebeten, was het met veel kritiek niet eens. Vervolgens bleef het muisstil; een principiële discussie over de inhuur van private partijen bleef tot nu toe uit. Alleen de SP stelde een paar Kamervragen.

‘Er moet absoluut een discussie komen’, vindt René Hiemstra, die een bijdrage leverde aan het AIV-rapport en directeur is van adviesbureau Acestes. De regering doet volgens hem bewust vaag over de inzet van private partijen. ‘Als ze er open over is, brengt dat de regering in verlegenheid.’

Want Nederland is volgens de AIV in Afghanistan ‘operationeel afhankelijk van de private militaire industrie’. Met andere woorden: we kunnen niet zonder inhuur. Nederland is in Afghanistan vooral afhankelijk van ingehuurd lokaal luchttransport en voedsel- en brandstoftransporten. ‘Maar ons land heeft ook bewapende Afghanen gecontracteerd voor de beveiliging van Nederlandse militaire bases,’ schrijft de AIV.

De buitenste ringen van de Nederlandse kampen in Tarin Kowt en Deh Rawod wordt door lokaal Afghaans beveiligingspersoneel bewaakt: de Afghan Security Guards (ASGs). Volgens de ministeries van Defensie en Buitenlandse Zaken heeft Nederland 250 van zulke zwaarbewapende ASG’s ingehuurd. De ASG’s hebben een paar keer daadwerkelijk hun wapens moeten trekken. ‘Zelfverdediging’, zei onze regering. Of er doden bij die incidenten zijn gevallen, is niet bekend.

Niet beschikbaar

Wat is het probleem met de inzet van Afghaanse huurlingen? Hiemstra: ‘Blijven ze staan als het écht gevaarlijk wordt? Bij een aanval bestaat het risico dat ze weglopen.’ Een niet zo’n fijn vooruitzicht voor de Nederlandse militairen die zich in die kampen bevinden. Ook de Deense wetenschapper Anna Leander, die veel publiceerde over de inzet van private partijen, noemt dit risico. ‘Private partijen hebben uiteraard een winstoogmerk. Ze zullen niet altijd tot het uiterste gaan.’ Zelfs het ministerie van Defensie geeft dit toe: ‘Contractors zijn niet altijd beschikbaar, bijvoorbeeld bij optredens in gevaarlijke gebieden.’

En dan is er het risico van infiltratie. Begin dit jaar ontstond daar beroering over toen een voor de Nederlanders werkende Afghaan werd gearresteerd. De man werd verdacht van het voorbereiden van een aanslag. De Afghaan bleek later geen bewaker te zijn, maar een ingehuurde tolk. Hiemstra: ‘Als je in het buitenland bent als leger is het onvermijdelijk dat je locals inhuurt. Er is altijd het risico dat je mensen inhuurt met kwade bedoelingen. Ook de kok kan een spion zijn.’

Grote incidenten met door Nederland ingehuurde krachten zijn (voor zover bekend) nog niet gebeurd. Wij hebben nog niet ons eigen Blackwater-incident. Mannen van dat oorlogsbedrijf openden vorig jaar september het vuur op Iraakse burgers; zeventien kwamen er om het leven. Volgens ooggetuigen bleven de Blackwater mannen schieten, terwijl de burgers vluchtten. Blackwater beweerde later dat ze ‘uit noodweer handelde’. De FBI dacht daar anders over, en vond geen bewijs dat Blackwater was aangevallen door burgers.

De (Amerikaanse) mannen van Blackwater vallen onder Amerikaans strafrecht. En komen in dat land voor de rechter. Maar soms ligt dat moeilijker. Als een Nederlandse militair zonder aanleiding een Afghaan neerschiet, moet hij voor de krijgsraad verschijnen. Maar hoe zit dat met een Afghaanse kracht? Wat als deze het vuur onterecht opent op een burger? Soms staan de ingehuurde mannen ‘volledig buiten de wet’, schrijft de AIV. Terwijl Nederland wél verantwoordelijk is voor hun daden.

Marketing

Er zijn principiëlere bezwaren te bedenken tegen de opkomst van private militaire bedrijven, vindt de Deense Anna Leander (Copenhagen Business School). Zij was vorige week in Nederland voor een discussiebijeenkomst in De Balie. ‘Deze bedrijven hebben belang bij zoveel mogelijk onveiligheid. Hun marketing bestaat uit het verspreiden van angst. Zij hebben vervolgens de oplossing: bewakers, wapens of trainingen.’

De bedrijven hebben in Amerika hun eigen lobbyorganisaties, waaronder de International Peace Operations Association (IPOA). Leden zijn onder meer Dyncorp en MRIP. Zo was de IPOA een van de sponsors van een handtekeningenactie onder studenten. Doel van de actie: het oproepen tot ingrijpen in Darfur. Uiteraard betekent ingrijpen in Darfur werk aan de winkel voor militaire bedrijven.

Meestal gaan de bedrijven vrij subtiel te werk, zegt Leander: ‘Ze zullen niet gaan lobbyen bij de Nederlandse regering en zeggen: Nederland moet in Afghanistan blijven’. Nee, ze gaan volgens haar eerder rechtstreeks naar bedrijven, hulporganisaties of onderdelen van het leger. ‘Dan hebben ze een analyse klaarliggen: kijk, u bevindt zich in een onveilige situatie. Het is verstandig beveiligers in te huren. Of een nieuw camerasysteem aan te schaffen’. Leander: ‘Het effect is heel duidelijk. Markten hebben nu eenmaal de neiging groter te worden. Dus ook die van de private oorlogsbedrijven.’

Eigenlijk is er niets nieuws onder de zon, zegt Cees Homan van instituut Clingendael. ‘De VOC was het eerste private militaire bedrijf ter wereld.’ Ongeveer de helft van de compagniesdienaren bestond uit militairen. Pas zo’n honderd jaar geleden werd oorlogvoeren iets dat honderd procent publiek werd. Homan: ‘Maar sinds het einde van de Koude Oorlog zijn de privésoldaten weer in opkomst. Onder aanvoering van De Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. In Irak zijn er nu meer ingehuurde krachten dan gewone militairen.’ En nee, het gaat niet altijd om onschuldige ondersteunende militairen. ‘Zij komen soms echt in vuurgevechten terecht.’

Leander: ‘Voor staten is het ook een dekmantel. Ze melden wel hoeveel eigen militairen er om het leven komen, maar niet hoeveel ingehuurde krachten. Dat scheelt in de statistieken.’

Inhuren is voor Nederland echter vooral bittere noodzaak. Vorige maand maakte Defensie bekend dat het een enorm personeelstekort heeft: er zijn intussen zevenduizend vacatures. Hiemstra: ‘Als Nederland mee wil doen in Afghanistan, moet het wel inhuren.’

Toch doet de Nederlandse regering erg schimmig over de inhuur. Hiemstra: ‘Het is als staat ontzettend moeilijk uit te leggen dat je het leger uitbesteedt. Het sentiment daarover is zó negatief’. En er is volgens hem nog een reden, waarom Nederland zich ‘stilletjes houdt’. ‘Als de regering open is over de inzet van private partijen, verdwijnt het argument dat we een te kleine strijdmacht hebben. Dan moeten we ook naar Darfur gaan.’

Hiemstra: ‘Het is wachten tot een volgend Blackwater-incident’. Maar dan één die nog groter is en waar Nederland bij betrokken is. Misschien dat er dan een echte discussie op gang komt’.

Trefwoord: Blackwater
Het oneindig grote leger

Foto: AP


Blackwater

Het in 1997 opgerichte Blackwater is door zijn eigen succes in de problemen gekomen. ‘Vergeleken met heel veel andere bedrijven, is het geen slechte partij’, zegt Rene Hiemstra, adviseur bij Acestes.

Het door twee voormalige Amerikaanse elitesoldaten opgerichte bedrijf, nam in het begin volgens hem ‘alleen de beste mensen aan’. Dat kon, toen de vraag naar personeel nog niet te groot was.

Hiemstra: ‘Maar ze kregen steeds meer contracten, daardoor moesten ze ook slechtere mensen inhuren. En ja, die deden soms slechte zaken’. Kortom de groei was te onstuimig.

In 2006 en 2007 waren er een paar schietincidenten, waarbij – zo gaan de beschuldigingen – onschuldige burgers door Blackwater-medewerkers zijn doodgeschoten.

Na het laatste incident, waarbij zeventien burgers omkwamen, dreigde de Irakese regering de toestemming voor Blackwater om op Iraaks grondgebeid te opereren in te trekken. Voor Irak zette Blackwater personeel in uit een poule van 21.000 mannen en vrouwen.

Het in North Carolina gevestigde Blackwater heeft daar, naar eigen zeggen, het grootste privéterrein voor oefeningen ter wereld. Op de website van het bedrijf staat een uitgebreide virtuele tour van dat terrein.

Blackwater heeft een eigen groot oorlogsschip, de McArthur. Vorige maand maakt het bedrijf bekend dat het dat schip naar de Golf van Aden stuurt, gelegen tussen het Arabische Jemen aan de noordkant en de Afrikaanse landen Djibouti en Somalië aan de zuidkant.

Schepen hebben daar last van piraterij. Blackwater is ingehuurd door eigenaren van schepen.


Abu Ghraib

Er waren ten minste drie ingehuurde krachten van private militaire bedrijven betrokken bij de mishandelingen in de Abu Ghraib gevangenis: Steven Stefanowicz van CACI International en John Israel en Adel Nakhla van Titan. Stefanowicz zou opdracht hebben gegeven tot fysieke mishandeling; Nakhla is beschuldigd van verkrachting van een Iraakse jongen. Israel loog onder ede. Alleen al van de ondervragers in Abu Ghraib was de helft in dienst van CACI.

In een intern onderzoeksrapport van het Amerikaanse leger over Abu Ghraib staat verder dat ondervragers van CACI honden gebruikten om gevangenen af te schrikken. Ze zouden bovendien soldaten hebben aangemoedigd om gevangen te mishandelen. Medewerkers van Titan komen er ook niet best van af. Zij zouden gevangen hebben geslagen.

Daarnaast waren er structurele problemen bij het management en training van de bedrijven, staat in het rapport. Zo zou eenderde van de internationale medewerkers van CACI nooit een formele militaire training hebben gehad, of training in ‘ondervragingen’.

De twee bedrijven hebben de beschuldigingen altijd afgewezen. Ondanks protesten van mensenrechtenorganisaties kregen CACI en Titan in 2005 weer vernieuwde overheidscontracten.


Blijf op de hoogte van:



Login of registreer voor alerts


 
Login of registreer om te reageren

 

Deze newsflash is alleen te bekijken met de gratis Adobe FlashPlayer!
Spaarrente.nl - 4,25% spaarrente? Profiteer nu!
Neckermann - Boek nu uw last minute!
De Pers Reizen - Spot de laatste aanbiedingen!
Deal-Alarm - Elke week de beste deal online!
Gratis i-Phone 3GS nergens goedkoper!
e-Matching.nl - Dating hoger opgeleiden
 
 


© 2008 Copyright DePers.nl