Door: Arnold Karskens 
Gepubliceerd: maandag 10 november 2008 23:06
Update: dinsdag 11 november 2008 06:49
Wie aan Irak denkt, denkt aan soennieten en sjiieten
die elkaar naar het leven staan. Toch kwamen er sinds 2003 ook 700
christenen om door systematisch geweld. ‘De islamieten willen ons weg
hebben.’
Een moeder vertelt hoe haar zoon thuiskwam en werd opgewacht door
drie mannen, die hem op de drempel neerschoten. ‘Hij riep zijn vrouw.
Zij omhelsde hem. Hij keek haar aan en stierf.’
Noma Fatho Noman is haar naam. Ze draagt een zwarte rouwjurk. Naast
haar zitten echtgenote May Akram (31) en dochter Medea Jalal Musah (8).
Beiden zwijgen, want ze zijn nog in shock. De dood van vader Jalal
Musahablahad (32) was er een in een gecoördineerde terreuractie. Binnen
een week in september werden twaalf christenen gedood in Mosul. Het
motief is duidelijk, vertelt de moeder: ‘Omdat hij christen was. Niet
alle vingers hebben dezelfde lengte en ook zijn alle mensen niet gelijk
maar de islamieten willen ons weg hebben uit Mosul.’
Daar komt weer een politieauto met gillende sirene aangescheurd. In
blinde paniek rijden tegenliggers het trottoir op. In een nauwe straat
stopt het luidruchtige politiekonvooi. Drie woningen vlak bij elkaar
zijn opgeblazen. Puin en huisraad liggen verspreid in de voortuin. Een
buurman getuigt: ‘We zagen verschillende wagens. Daar kwamen soldaten
uit. Even later volgden explosies. De wijk heeft maar een ingang. Hoe
ze konden binnenkomen met de springstof weet ik niet.’
Stille moord
In Irak worden christenen systematisch vermoord, ontvoerd voor geld en verjaagd. ‘Er bestaat geen moraal. Ze doden ons en denken er niet over na.’
In het islamitische Irak leeft de christelijke minderheid in voortdurende angst. In de wijk Ban Nirgal in Mosul opent de oudste dochter Alaa (23) van de familie Neamet Roel de deur. Ze toont de kapotte plafonds als bewijs dat de terreur al langer duurt. Vorig jaar februari cirkelden plots helikopters boven het dak en bliezen Amerikaanse militairen de voordeur uit de hengsels. ‘Ze doorzochten het huis en maakten van alles kapot. Toen ze niks vonden zeiden ze alleen ‘sorry’ en vertrokken. Een buurman had ze wijs gemaakt dat hier terroristen woonden. Om ons bang te maken. Zodat we zouden vertrekken.’

| De moeder van Jalal Musahablahad, Noma Fatho Noman, zijn weduwe May Akram en dochter Medea Jalal Musah.
Na de moordpartijen afgelopen september vluchtte ook dit gezin de stad uit samen met 2.600 christelijke families, totaal zo’n 15.000 mensen. Tientallen zijn inmiddels teruggekeerd, ook dit gezin. ‘Moeder is de enige kostwinnaar. Mijn vier jongere zusters moeten naar school. Mijn vader heeft een auto-ongeluk gehad en ligt al maanden met een gebroken heup op bed. Er was geen adequate opvang buiten de stad’, verklaart ze. De angst blijft onverminderd groot maar een andere uitweg ziet Alaa niet. ‘Wat kunnen we doen? Er bestaat geen moraal. Ze doden ons en denken er niet over na. We willen weg maar hebben niet genoeg geld om Irak te verlaten.’
Verraden
Duizenden christelijke families uit Mosul vinden onderdak bij geloofsgenoten en kerkgebouwen in de dorpen ten noorden en oosten van Mosul op de Nineveh-vlakte. Zo ook in het ‘broederschapproject’, gebouwd voor vluchtelingen uit steden als Basra en Bagdad waar ook christenen worden vervolgd. Zittend op een veranda met uitzicht op een immense kale vlakte vertelt Hanaa Paul (48) hoe op 6 september haar man, een bouwondernemer, van 56 jaar en haar zoon van 20 jaar naar de werf gingen, vlakbij hun huis.

‘We hoorden schoten en zagen mannen met geweren weglopen.’ Ze belde de politie maar die kwam niet. De arbeiders op de werf bleken vertrokken. Haar man en zoon zijn waarschijnlijk door hun collega’s verraden, denkt ze. Na de begrafenis sloot ze het huis af, gaf de sleutel aan de buren en vluchtte met de rest van haar gezin.
In hun wijk al Sadiq woonden zo’n vijftien christelijke families die allemaal zijn vertrokken. ‘Sommigen hoorden op het werk van de moorden. Ze zijn niet eens meer naar hun huis teruggekeerd maar hebben Mosul direct verlaten. Vaak zonder identiteitspapieren want ze vermoorden je als ze daarop zien dat je christen bent.’
In het dorp Al Qosh, dat iets noordelijker ligt, vertelt onderwijzer Bassam Nafe (40) over de dood van zijn vader, de ijzersmid Nafe Basheer Mekha (63) en zijn broer van Rayan Nafe Basheer (39). Op 28 september kwam hij niet thuis. Hij en zijn broer gingen op zoektocht, zonder resultaat. ‘De volgende dag, een vrijdag, zocht mijn jongste broer hem in de ziekenhuizen. Op zaterdag vroegen we rond bij de buren van zijn smidse. We zeiden dat als iemand hem had ontvoerd, we bereid waren te betalen. We zochten zelfs op de vuilnisbelten omdat ze daar vaak lijken achterlaten. De volgende dag belden mensen en zeiden dat er een onbekend lichaam was gevonden en overgebracht naar het ziekenhuis. We gingen erheen en herkenden hem.’
Bewust en gepland
De vader was omgekomen door vier schoten in het hoofd. Alles gebeurde zonder waarschuwing vooraf. Zijn vader had geen slechte contacten of vijanden, verzekert de zoon die met zijn verhaal wil aantonen dat er sprake is van een bewuste en geplande pogrom op christenen. Want hij vervolgt: ‘Na de begrafenis, 30 september, ging mijn broer naar zijn fietsenmakerij. Na een paar uur belde zijn vrouw mij dat er iets mis was. Ik ging erheen en zag mijn broer liggen met verscheidene kogelgaten in zijn rug. Ik vroeg omstanders mij te helpen hem naar het ziekenhuis te brengen. Maar niemand hielp. Ik ging naar een checkpoint van het Iraakse leger en belde een ambulance die pas twee uur later kwam. Dezelfde dag bracht ik zijn lijk naar de kerk voor het laatste gebed. Ik heb hem snel begraven. Terug in de straat zag ik dat een verdachte auto me stond op te wachten. Ik sloot mijn huis en verliet Mosul. Ik kan niet terug.’

| Basema Armenak Yakoob spreidt haar armen uit verdriet. Haar woning werd in september opgeblazen.
De moorden vinden plaats op klaarlichte dag. Soms voor het huis. Soms op het werk en soms bij een controle van identiteitspapieren ergens op straat. Tot nu toe is geen verdachte gearresteerd. Welke daders achter de recente terreurgolf tegen de christenen zitten is daarom niet duidelijk. Strijders van de soennitische Al-Qaida, die Mosul als laatste bastion zien, wijzen christenen vaak aan als handlangers van de Amerikaanse bezettingstroepen. Ze verspreiden ook dreigbrieven en kunnen achter de moorden zitten.
Maar ook de centrale regering van de sjiitische premier Nouri al Maliki zou profijt hebben van onrust onder de christelijke minderheid. Moorden op christenen geven hem een prima alibi om meer regeringstroepen naar Noord-Irak te sturen, zoals recentelijk is gebeurd. De olierijke streek vormt, zo is de verwachting na het vertrek van de Amerikaanse militairen, een potentieel twistpunt tussen de centrale regering van vooral sjiiten en soennieten met de grootste bevolkingsgroep in Noord-Irak, de Koerden. Die willen de Nineveh-vlakte waar de christen naar toe vluchten graag inlijven bij hun defacto bestaande Regionale Koerdische staat.
Politicus Namrud Sargon (30) van de Assyrische Democratische Beweging ADM verdenkt de Koerden daarom van het spelen van vuil spel. De moorden vinden voornamelijk plaats in Noord-Mosul. ‘Daar is de tweede divisie van het Irakese leger gelegerd. Die bestaat voor 90 procent uit Koerden.’ Bewoners wier huizen zijn opgeblazen, zagen uren voor de vernieling auto’s van de Koerdische strijders, Peshmergas, in de straat.’
Het strategische doel is duidelijk, zegt de politicus die ook uit Mosul vluchtte. ‘Christenen verhuizen uit Mosul naar de Nineveh-vlakte en moeten bij de Koerden aankloppen voor hulp. Als tegenprestatie zullen de christenen hun stem geven aan de Koerden bij de komende provinciale verkiezingen in januari en de Koerden steunen bij hun aanspraak op de Nineveh-vlakte.’
Nu al hebben Koerden controleposten opgeworpen langs de wegen in de Nineveh-vlakte.
Weggepest
In de stad Qaraqosh ziet priester Marty de recente terreur en liquidaties als onderdeel van een strategie om christenen te verdrijven uit heel Irak. De man met grijze haren en lang habijt spreekt van een religieuze zuivering.
‘Islamitische partijen roepen op geen christenen aan te nemen als ambtenaar. Op de universiteit van Mosul trekken islamieten alle macht naar zich toe. Christelijke docenten worden ontslagen en christelijke studenten weggepest. Over tien of twintig jaar zijn er geen christelijke dokters en onderwijzers meer.’
‘Aan de andere kant wordt ons geld afgepakt door ons te ontvoeren en hoge losgelden te eisen. Wij zullen zoals in de Koran staat de bedienden en slaven zijn van de islamieten. Tenzij de regering ingrijpt en Europa wakker wordt, worden we allemaal door de moslims binnen enkele jaren ‘eaklona’ – opgegeten’.
Exodus
In het overwegend islamitische Irak met 28 miljoen inwoners woonden
onder het regime van Saddam Hoessein circa 1,5 miljoen christenen. Ze
behoren voornamelijk tot de Assyrische-, Chaldeïsche- en
Syrischorthodoxe kerk.
Door bedreigingen met de dood en uit angst voor ontvoering heeft
meer dan helft van de Irakese christenen de laatste vijf jaar zijn huis
verlaten. Een half miljoen mensen is gevlucht naar buurlanden als
Syrië, Jordanië, Turkije en Libanon. Circa 300.000 christenen hebben
zich binnen Irak verplaatst naar vooral de noordelijke Nineveh-
vlakte.
Ruim 700 christenen zijn sinds 2003 vanwege hun geloof vermoord.
Eind februari werd aartsbisschop Paulos Faraj Rahho van Mosul ontvoerd
en twee weken later dood teruggevonden. Vorig jaar november klaagde
Rahho over de situatie van zijn geloofsgenoten in Mosul. ‘Iedereen
lijdt in deze oorlog, ongeacht godsdienstige achtergrond, maar in Mosul
staan christenen voor lastiger keuzes.’
Burgemeester Bassim Belo van de stad Telkaif zag sinds 2003 30.000
christelijke vluchtelingen binnenstromen uit steden zo ver als het
zuidelijke Basra. Het einde van de ellende is niet in zicht, verzekert
hij. ‘De Amerikanen bevrijdden Irak van Saddam Hoessein maar vergaten
de christenen. Wie democratie brengt, moet als eerste de mensenrechten
van minderheden beschermen en dat zijn ze vergeten.’