Door: Lars Anderson
Gepubliceerd: maandag 19 januari 2009 00:34
Update: maandag 19 januari 2009 09:06
‘Laat de geschiedenis over mij oordelen’, zegt George Bush. Liefst twee historici blijken hem goedgezind.
‘Er bestaat niet zoiets als kortetermijngeschiedenis’, verdedigt George W. Bush zich als hem wordt gevraagd of zijn presidentschap een mislukking is. Hij vergelijkt zich graag met Harry S. Truman; verguisd toen hij in 1953 vertrok, maar dertig jaar later bejubeld om zijn ‘visionaire blik’.
De doorsnee historicus in Amerika maalt er niet om: 98 procent van de geschiedkundigen ziet het Bush-tijdperk nu al als een mislukking, en 61 procent beschouwt hem als de ‘slechtste president ooit’.
Twee zonderlingen
Dat blijkt uit een (informeel) onderzoek van het Historian News Network onder 109 van Amerika’s meest prestigieuze en vooraanstaande historici. Het betekent dus echter ook dat twee procent Bush wél een succes vindt. Wie zijn deze zonderlingen? En wat valt er te verdedigen aan het beleid van Bush?
Die twee procent blijken te bestaan uit twee historici. Een van hen is John Howe, professor geschiedenis aan de Universiteit van Texas. ‘Wat!?’, brult hij. ‘Dat was een anonieme enquête. Wat een slinkse organisatie is dat! Zie je hoe ze dit politiseren?’
Eenmaal bedaard zegt Howe dat Bush een aantal keuzes heeft gemaakt die belangrijk zijn geweest voor Amerika. ‘Denk aan zijn benoemingen voor het hooggerechtshof, of zijn Faith Based and Community Initiatives, gebaseerd op zijn ‘compassionate conservatism’. Bush begreep dat kleine religieuze groepen sneller het individu bereiken dan het logge regeringsapparaat.’
Ook wilde Bush de sociale zekerheid en het immigratiebeleid hervormen, zegt How. ‘Twee extreem gevoelige kwesties.’ Maar die zijn toch jammerlijk mislukt? ‘Klopt, maar hij probeerde het wel. Zulke onderwerpen kunnen de nagel aan je presidentiële doodskist zijn. Wellicht dat het uiteindelijk aan Bush te danken is dat Obama ze wel kan hervormen.’
Trouwens, zo meent Howard, Bush heeft Amerika klaargestoomd voor de eerste zwarte president. ‘Zijn regering was de meest diverse ooit: twee Afrikaans-Amerikaanse ministers, Colin Powell en Condoleezza Rice, en diverse Latino’s op sleutelposities. Bush’ handreikingen naar minderheden worden onderschat, evenals zijn onderwijsinitiatieven, zoals No Child Left Behind. Bush investeerde tweeënhalf keer zo veel in onderwijs als Clinton en meer dan elke andere president in de bestrijding van aids in Afrika. Man, zelfs Bono zou dat goedkeuren!’

Succes
Victor Davis Hanson, de andere hardnekkige Bushbacker, twijfelt geen seconde: ‘Yes, Bush’ presidentschap is een succes.’ Hanson is militair historicus en verbonden aan het Hoover Instituut van de Universiteit van Stanford. ‘Amerika heeft na 9/11 zeven jaar lang geen nieuwe terreuraanval gehad.’ Maar de zeven jaar ervoor toch ook niet? ‘Nee, maar Bush heeft wel een vorm gevonden om de islamisten in het Midden-Oosten in te sluiten en via het door hem opgezette Department of Homeland Security nieuwe aanvallen af te weren. Al-Qaida is geminimaliseerd en Irak en Afghanistan zijn prille democratieën.’
Hanson geeft, net zoals Howe, toe dat Bush ook fouten heeft gemaakt, ‘zoals iedere president’. ‘Zijn overheidsuitgaven waren twee keer zo hoog als onder Bill Clinton en de economische instabiliteit is deels zijn verantwoordelijkheid. Verder zijn er in Irak cruciale tactische blunders gemaakt. Het was een vreselijke periode van vier á vijf jaar. Maar de surge werkt: het is er relatief rustig. Ik bedoel, afgelopen maand waren er meer moorden in Fresno, Californië, dan in Irak. Uiteindelijk draait het om het lange-termijnperspectief. Over dertig jaar zullen de historici zeggen: ‘Vergeleken met WOII of Vietnam was Irak zeker niet de nachtmerrie zoals men toen beweerde.’ Ik bedoel, we hebben niet de olie genomen.’
Hanson kreeg voor zijn werk in 2007 de National Humanities Medal van president Bush, dus hij kent hem persoonlijk. ‘De grootste teleurstelling van Bush was de uitzinnige kritiek vanuit Europa. Bush is een idealist, hij was cynisch geworden door de realpolitik van de jaren tachtig en wilde werkelijk democratie brengen. Als Irak over twintig jaar ergens tussen Turkije en Koeweit in zit, zal men zich afvragen: waarom haatten we die man toch zo?’
De allerslechtste
Terug naar een exponent van de groep ‘98-procent’. Sean Wilentz is professor aan de Universiteit van Princeton en een van Amerika’s vooraanstaande historici. In 2006 schreef hij ‘Bush: The Worst President in History’ voor RollingStone.
Enkele voorbeelden die hij en andere Bush-critici aanhalen: onder Bush’ leiding steeg de werkloosheid van 4,2 naar 7,2 procent; het begrotingsoverschot van 287 miljard werd een tekort van meer dan een biljoen; meer dan een miljoen families kwamen onder de armoedegrens; er kwamen zes miljoen onverzekerden bij; en de vruchten van zijn economische programma gingen volledig naar de rijken. Bush stortte Amerika in een ‘gekozen oorlog’ tegen Irak op basis van ‘verkeerde inlichtingen’ en ‘grove leugens’.
‘Ach, Bush is geen kwaadaardige man, zijn hart zit op de juiste plaats’, peinst Wilentz hardop. ‘Zijn presidentschap moet worden beoordeeld op basis van de beschikbare informatie. En daar knelt het voor hem. Geen enkele andere regering deed zo geheimzinnig als deze. Als Bush echt een eerlijke beoordeling wil, dan moeten de archieven open.’