Gepubliceerd: woensdag 21 januari 2009 06:22
Update: woensdag 21 januari 2009 09:23
Mijn medeburgers: Ik sta hier vandaag voor u, nederig door de taak
die mij te doen staat, dankbaar voor het vertrouwen dat u in mij heeft
gesteld, mij goed bewust van de offers die door onze voorouders zijn
gebracht.
Ik dank president Bush voor zijn diensten aan ons volk
en ook voor de gastvrijheid en medewerking die hij heeft betoond
gedurende het hele proces van overdracht.
Vierenveertig
Amerikanen hebben nu de presidentiële eed afgelegd. Deze woorden zijn
gesproken tijdens een opwaartse beweging van welvaart en de kalme
wateren van de vrede. Maar soms wordt de eed ook afgelegd temidden van
zich samenpakkende donkere wolken en razende stormen. In dat soort
tijden heeft Amerika doorgezet, niet alleen vanwege de vaardigheid of
visie van haar leiders, maar omdat wij, het volk, de idealen van onze
voorvaderen trouw zijn gebleven, en onze oprichtingsdocumenten trouw
zijn gebleven. Zo is het in het verleden gegaan; zo moet het ook gaan
met deze generatie Amerikanen.
Dat we midden in een crisis zitten
is nu goed duidelijk. Onze natie is in oorlog, tegen een verstrekkend
netwerk van geweld en haat. Onze economie is sterk verzwakt: dit is een
gevolg van hebzucht en gebrek aan verantwoordelijkheid van de kant van
sommigen, maar is ook te wijten aan het feit dat wij met z'n allen niet
in staat zijn geweest moeilijke keuzes te maken en het land voor te
bereiden op een nieuw tijdperk.
Mensen zijn hun huis
kwijtgeraakt, hun baan verloren, hebben hun bedrijven moeten sluiten.
Onze gezondheidszorg is te duur, en te veel mensen redden het niet in
ons schoolsysteem. En elke dag brengt ons meer bewijzen dat de manier
waarop wij energie verbruiken onze tegenstanders sterker maakt en een
bedreiging vormt voor onze planeet.
Dit zijn de indicatoren van
de crisis, die onderhevig zijn aan gegevens en statistieken. Minder
goed meetbaar maar minstens even diepgaand is een groeiend gebrek aan
vertrouwen in ons hele land - de knagende angst dat de neergang van
Amerika onontkoombaar is, en dat de volgende generatie haar
verwachtingen zal moeten bijstellen. Vandaag zeg ik u dat de
uitdagingen waarmee wij geconfronteerd worden, reëel zijn. Ze zijn
ernstig en talrijk. Ze zullen niet gemakkelijk of snel kunnen worden
opgelost. Maar dit wil ik u zeggen, Amerika: ze zullen worden opgelost!
Vandaag
zijn wij hier bijeen omdat wij gekozen hebben voor hoop in plaats van
angst, saamhorigheid in plaats van onenigheid en meningsverschillen.
Vandaag zijn wij hier om een einde te maken aan kleinzielige rancune en
valse beloften, aan de verwijten en versleten dogma's die al te lang
onze politiek hebben verstikt. Wij zijn nog steeds een jong land, maar
zoals in de Schrift staat: de tijd is gekomen om 'kinderlijke zaken
vaarwel te zeggen'.
De tijd is gekomen om ons
doorzettingsvermogen te herbevestigen; om te kiezen voor onze betere
geschiedenis; om dat kostbare geschenk, dat nobele idee, te propageren,
dat is doorgegeven van generatie op generatie: die door God geschonken
belofte dat iedereen gelijk is, dat iedereen vrij is, en dat iedereen
de kans moet krijgen om zijn volledige portie geluk na te streven.
Wanneer
wij de grootheid van ons land herbevestigen zijn we ons ervan bewust
dat grootheid nooit iets vanzelfsprekends is. Het moet verdiend worden.
Bij onze reis hebben we nooit de kortste weg gekozen, of de weg van de
minste weerstand. Deze weg is niet voor de lafhartigen; voor hen die
ontspanning verkiezen boven werk, of die alleen de lusten van rijkdom
en roem nastreven. Nee, het zijn zij die bereid zijn om risico's te
nemen, de doeners, de makers van dingen - van wie sommigen beroemd
waren maar vaker onbekende hardwerkende mannen en vrouwen - die ons
hebben gedragen langs het lange, zware pad naar de welvaart en de
vrijheid.
Voor ons hebben zij hun karige bezittingen ingepakt en
de reis over de oceaan ondernomen op zoek naar een nieuw leven. Voor
ons hebben zij geploeterd in benarde omstandigheden, en hebben ze het
westen gekoloniseerd; de klap van de zweep doorstaan, de harde aarde
doorploegd. Voor ons hebben zij gevochten en zijn ze gestorven, in
plaatsen als Concord en Gettysburg, Normandië en Khe Sahn. Steeds weer
hebben deze mannen en vrouwen geworsteld, offers gebracht en gezwoegd
totdat hun handen kapot waren, opdat wij een beter leven zouden hebben.
Zij
beschouwden Amerika als meer dan de som van onze individuele ambities;
groter dan alle verschillen in afkomst of rijkdom of groepering. Dit is
de reis die wij vandaag voortzetten. Wij zijn nog altijd het meest
welvarende en machtige land op aarde. Onze werkers zijn niet minder
productief dan voor het begin van deze crisis. Onze geest is niet
minder vindingrijk, en er bestaat nog evenveel behoefte aan onze
goederen en diensten als vorige week of vorige maand of vorig jaar.
Ons
vermogen is nog even groot. Maar de tijd dat wij pas op de plaats
konden maken, dat we specifieke belangen konden beschermen en
onplezierige beslissingen op de lange baan konden schuiven - die tijd
is beslist voorbij. We moeten vanaf vandaag hard aan het werk gaan, de
mouwen opstropen en opnieuw beginnen met de taak van de wederopbouw van
Amerika. Want er is werk aan de winkel waar we ook kijken.
De
toestand van de economie vraagt om actie, om snel en doeltreffend
handelen, en we zullen ook handelen - niet alleen om nieuwe banen te
scheppen maar ook om een nieuwe basis voor groei te leggen. We zullen
de wegen en bruggen gaan bouwen, de elektrische netwerken en digitale
verbindingen die onze handel bevoorraden en ons allen verbinden. We
zullen de wetenschap weer haar rechtmatige plaats geven, en gebruik
maken van de wonderen van de techniek om de kwaliteit van de
gezondheidszorg te verbeteren en de kosten daarvan te verlagen.
We
zullen de zon en de wind en de bodem temmen om brandstof te verschaffen
voor onze auto's en onze fabrieken te laten draaien. En we zullen onze
scholen en universiteiten hervormen zodat ze beter voldoen aan de eisen
van de nieuwe tijd. Dit alles kunnen wij doen - en dit alles zullen wij
doen. Nu zijn er sommigen die onze ambities in twijfel trekken - die
aangeven dat ons systeem niet al te veel grote plannen kan verdragen.
Deze mensen zijn kort van memorie; want ze zijn vergeten wat dit land
al heeft gepresteerd, en waartoe vrije mannen en vrouwen in staat zijn
als hun verbeeldingsvermogen hand in hand gaat met een
gemeenschappelijk doel, als nood hand in hand gaat met moed.
Wat
de cynici niet begrijpen is dat er een aardverschuiving heeft
plaatsgehad, en dat de afgezaagde politieke argumenten die zo lang
gemeengoed zijn geweest nu niet meer van toepassing zijn. Vandaag de
dag vragen wij ons niet meer af of onze regering te groot of te klein
is, maar of hij functioneert; of de regering gezinnen helpt om banen te
vinden tegen redelijke betaling, gezondheidszorg die ze zich kunnen
veroorloven, een waardig pension. Waar het antwoord op deze vragen Ja
luidt, zijn wij van plan door te gaan; waar het antwoord Nee luidt
worden de regelingen beëindigd.
En die mensen die de publieke
fondsen beheren zullen ter verantwoording worden geroepen: om
verstandig geld uit te geven, slechte gewoontes te corrigeren, en zaken
te doen in het volle daglicht - want dan pas kunnen wij het cruciale
vertrouwen tussen het volk en zijn regering herstellen. Ook is de
belangrijkste vraag niet of de markt een kracht ten goede of ten kwade
is. Het vermogen van de markt om rijkdom te genereren en vrijheid te
verhogen is ongeëvenaard, maar deze crisis heeft ons een signaal
gegeven dat zonder waakzaamheid de markt onbeheersbaar kan worden - en
dat een land geen welzijn kan kennen als het alleen de welvarenden
begunstigt.
Het succes van onze economie is altijd afhankelijk
geweest niet alleen van de omvang van onze bruto binnenlands product,
maar van de reikwijdte van onze welvaart; van ons vermogen om kansen te
verschaffen aan een ieder die daarvoor open staat - niet uit
liefdadigheid, maar omdat dat de zekerste weg is naar ons
gemeenschappelijk goed.
Wat betreft onze gezamenlijke
verdediging: de keuze tussen onze veiligheid en onze idealen verwerpen
wij als onjuist. De grondleggers van onze natie, die voor gevaren
stonden die wij ons nauwelijks kunnen voorstellen, hebben een handvest
opgesteld dat garant stond voor onze rechtsorde en rechten van de mens,
een handvest dat is uitgegroeid door het bloed van vele generaties. De
wereld wordt nog steeds verlicht door die idealen, en we zullen ze niet
opgeven uit opportunisme.
En dus zeg ik tegen alle andere
volkeren en regeringen die vandaag kijken, van de grootste hoofdsteden
tot het kleine dorpje waar mijn vader werd geboren: weet dat Amerika
een vriend is van elke natie en alle manen, vrouwen en kinderen die op
zoek zijn naar een toekomst vol vrede en waardigheid, en dat we er
opnieuw klaar voor zijn om de leiding te nemen.
Ik roep in
herinnering dat eerdere generaties niet alleen tegen fascisme en
communisme optraden met tanks en granaten, maar met stevige allianties
en duurzame overtuigingen. Zij begrepen al dat onze kracht alleen niet
genoeg is om ons te beschermen en ons niet het recht geeft om te doen
wat wij maar willen. Integendeel, zij wisten dat onze kracht groeit
door voorzichtigheid te gebruiken; onze veiligheid komt voort uit de
rechtvaardigheid van ons doel, de kracht van ons voorbeeld, de
temperende eigenschappen van nederigheid en inperking. Wij zijn de
bewaarders van dit erfgoed.
Als we ons eens temeer laten leiden
door deze principes, zijn we opgewassen tegen die nieuwe bedreigingen
die een nog grotere inspanning vergen - een nog nauwere samenwerking en
wederzijds begrip tussen naties. We zullen beginnen Irak op
verantwoordelijke wijze aan haar volk over te laten. We zullen een
welverdiende vrede smeden in Afghanistan. Met oude vrienden en vijanden
van weleer zullen we onvermoeibaar samenwerken om de nucleaire dreiging
te verminderen en het spook van een opwarmende planeet verjagen.
We
zullen ons niet verontschuldigen voor onze levensstijl, noch aarzelen
om die te verdedigen. En voor diegenen die hun doel proberen te
bereiken door middel van terreur en het afslachten van onschuldge
mensen: laten we nu tegen u zeggen dat wij sterker zijn en dat onze
geest niet gebroken kan worden; u zult het niet langer volhouden dan
wij en wij zullen u verslaan.
Want wij weten dat ons veelkleurige
erfgoed een kracht inhoudt, geen zwakte. Wij zijn een natie van
christenen en moslims, joden en hindoes - en ongelovigen. Wij zijn
gevormd door elke taal en cultuur uit alle hoeken van deze aarde; en
omdat we van de bittere smaak van de burgeroorlog en segregatie hebben
geproefd, en sterker en meer verenigd uit dat donkere hoofdstuk naar
voren zijn gekomen, kunnen we niet anders dan geloven dat de oude haat
ooit zal verdwijnen; dat de lijnen die de stammen scheiden spoedig
zullen vervagen; dat, naarmate de wereld kleiner wordt, onze
gezamenlijke menselijkheid naar boven zal komen; en dat Amerika haar
rol moet vervullen in het verwelkomen van een nieuw tijdperk van vrede.
Aan
de moslimwereld zeg ik dat we op zoek zijn naar een nieuwe weg
voorwaarts, gebaseerd op gezamenlijke interesse en wederzijds respect.
Aan die leider in de wereld die conflicten probeert te stimuleren, of
het leed van zijn samenleving aan het Westen wijten: weet dat uw volk u
zal beoordelen op basis van wat u kunt opbouwen, niet wat u kunt
vernietigen. Aan diegenen die hun macht ontlenen aan corruptie en
bedrog en het monddood maken van andersdenkenden: weet dat u de
geschiedenis niet aan uw zijde hebt staan maar dat wij u een hand
zullen toereiken als u bereid bent om uw vuist te openen.
Aan de
volkeren van arme naties, zeg ik dat we met u zullen samenwerken om uw
boerderijen te laten opbloeien en schoon water over uw land te laten
stromen; om uitgehongerde lichamen en hongerige geesten te voeden. Aan
naties zoals de onze die kunnen genieten van een relatieve welvaart
zeggen we dat we het ons niet meer kunnen veroorloven om onverschillig
te zijn ten opzichte van leed buiten onze grenzen; noch kunnen we de
bronnen in de wereld opmaken zonder aandacht voor de gevolgen. Want de
wereld is veranderd en wij zullen moeten mee veranderen. Terwijl we
nadenken over de weg die voor ons ligt, denken we met nederige
dankbaarheid terug aan die dappere Amerikanen die, terwijl ik spreek,
in verre woestijnen en berggebieden patrouilleren.
Zij hebben ons
vandaag iets te zeggen, net zoals de helden die in Arlington liggen
door de eeuwen zullen blijven fluisteren. Wij eren hen niet alleen
omdat zij de bewakers van onze vrijheid zijn, maar ook omdat zij de
geest van gedienstigheid vertegenwoordigen; een bereidheid om betekenis
te vinden in iets dat groter is dan zij zelf. En toch, op dit moment -
een moment dat een hele generatie zal bepalen - is het juist deze geest
die bezit van ons allen moet nemen.
Want hoeveel een regering ook
kan en moet doen, uiteindelijk is het het geloof en de vastberadenheid
van het Amerikaanse volk waarop deze natie steunt. Het is de
vriendelijkheid om een vreemdeling op te nemen wanneer de dijken
doorbreken, de onzelfzuchtigheid van werknemers die liever uren
inleveren dan dat een vriend zijn of haar baan verliest, die er voor
zorgt dat we ons door deze donkere tijden weten te slaan. Het is de
moed van de brandweerman om een trap vol rook op te stormen, maar ook
de bereidheid van een ouder om een kind te voeden, die uiteindelijk ons
lot bepaalt.
Onze uitdagingen kunnen dan nieuw zijn. De middelen
waarmee we er tegen vechten kunnen nieuw zijn. Maar die waarden waarop
ons welslagen berust - hard werken en eerlijkheid, moed en eerlijk
spel, tolerantie en nieuwsgierigheid, loyaliteit en patriottisme - dat
zijn oude waarden. Ze zijn de waarheid. Ze liggen aan de basis van de
stille kracht van de vooruitgang door onze hele geschiedenis.
Wat
wordt gevraagd is dus een antwoord op deze waarheden. Wat er nu van ons
vereist wordt, is een nieuw tijdperk van verantwoordelijkheid - een
erkenning, door elke Amerikaan, dat we plichten hebben jegens onszelf,
onze natie en de wereld, plichten die we niet met gemorrel accepteren
maar juist met plezier aanvaarden, gesterkt door de wetenschap dat er
niets zo bevredigend is voor onze geest, niets zo vormend is voor ons
karakter, dan ons volledig inzetten voor een moeilijke taak.
Dit is de prijs, en de belofte van burgerschap. Dit is de oorsprong van
ons vertrouwen - de wetenschap dat God ons oproept om vorm te geven aan
een onzekere bestemming.
Dit is de betekenis van onze vrijheid en
onze overtuiging - waarom mannen en vrouwen en kinderen van elk ras en
elke overtuiging in dit voortreffelijke centrum bijeenkomen om samen te
vieren, en waarom een man wiens vader minder dan zestig jaar geleden in
een plaatselijk restaurant misschien niet zou worden bediend, nu voor u
kan staan om een bijzondere heilige eed af te leggen.
Laten wij
daarom deze dag in ons hart opsluiten, en denken aan wie wij zijn en de
lange weg die we hebben afgelegd. In het jaar van Amerika's geboorte,
in de allerkoudste maand, zit een kleine groep patriotten bijeengehurkt
rond een stervend kampvuur aan de oevers van een ijzige rivier. De
hoofdstad werd verlaten. De vijand was in aankomst. De sneeuw was
bevlekt met bloed.
Op het moment dat de uitkomst van onze
revolutie het meest betwijfeld werd, gebood de vader van onze natie om
deze woorden aan het volk voor te lezen: Zeg het voort aan de
toekomstige wereld... dat midden in de winter, toen niets dan hoop en
deugd nog kon overleven... dat de stad en het land, gealarmeerd door
een gezamenlijke dreiging, naar voren traden om deze het hoofd te
bieden.
Amerika. In het aangezicht van onze gezamenlijke
bedreigingen, in deze zware winter, laten we ons deze tijdloze woorden
herinneren. Laten we de ijzige stromen nog eenmaal met hoop en deugd
weerstaan, en laten we de stormen die nog zullen komen het hoofd
bieden. Laat het gezegd zijn door de kinderen van onze kinderen dat we,
toen we getest werden, weigerden om deze reis ten einde te laten komen,
dat we niet onze rug toekeerden en weifelden; en met de ogen op de
horizon en Gods gratie op ons allen, gaven we die geweldige gave die
vrijheid heet door en leverden die veilig over aan toekomstige
generaties.