Door: Lars Anderson
Gepubliceerd: donderdag 26 februari 2009 23:19
Update: donderdag 26 februari 2009 23:56
De regeringsleiders van Pakistan zijn meer bezig elkaar de hersens in te slaan dan het land te besturen. Intussen rukken de taliban naar de hoofdstad op.
Lees verder op pagina 3Asif Zardari wond er onlangs geen doekjes om. ‘De wereld is de strijd voor een stabiel, vredig en welvarend Pakistan aan het verliezen.’ De Pakistaanse president krijgt gelijk: de macht van de centrale regering neemt in sneltreinvaart af, de rechterlijke macht dwarrelt als een blad in de wind, en de taliban rukken op naar Islamabad. Slechts een paar honderd kilometer zijn ze nog verwijderd van de rode knop die grote paddenstoelen aan de hemel zet. Steeds meer vormt deze failed state een bedreiging voor de wereldvrede.
Interne krachten
Pakistan is een snelkookpan waarvan het overdrukventieltje stuk is. Een aantal sterke interne krachten bestrijdt elkaar harder en harder. De politieke uitschakeling van de gebroeders Sharif afgelopen woensdag – Nawaz is oppositieleider van de Pakistaanse Moslim Liga (PML-N), Shahbaz president van de grootste en rijkste provincie Punjab – is daar een mooi staaltje van. Een rechter bepaalde dat zij door hun corrupte verleden geen publieke functies meer mogen bekleden. Ook zouden de broers betrokken zijn geweest bij een poging het vliegtuig van de toenmalige legerleider Pervez Musharraf te kapen.
President Zardari, leider van de volkspartij PPP en weduwnaar van Benazir Bhutto, is de lachende derde. Hij heeft een broertje dood aan de Sharifs, die dankzij ‘zijn’ rechters nu even in de wacht staan.
Lange mars
De populaire Sharifs laten het er uiteraard niet bij zitten en protesteren mee in een ‘lange mars’ op 12 maart waarin de deelnemers pleiten voor de terugkeer van de verbannen opperrechter Iftikhar Chaudhry. Die wordt weer gevreesd door Zardari, omdat Chaudhry beweert het corrupte verleden van de president, ook bekend als ‘Mr. Ten Percent’, te willen onderzoeken.
De regeringsleiders zijn drukker met elkaar de hersens in te slaan dan het land te besturen. Intussen neemt de invloed van de regering-Zardari in rap tempo af. Het leger keek het afgelopen anderhalf jaar machteloos toe hoe de taliban de Swatvallei overnamen. De regering gooide het vorige week maar op een akkoordje.
In steeds grotere delen
van het land brokkelt de macht af. Op dit moment wordt minstens
eenderde van Pakistan, vooral aan de Afghaanse grens, bestuurd door
lokale stammen. De wanhoop van de regering in de strijd tegen taliban
en andere moslimextremisten is tegenwoordig zo groot dat het vorige
week besloten heeft de lokale bevolking in de stamgebieden van wapens
gaat voorzien. Zo kan het volk zélf ten strijde trekken tegen
terroristen.
De politieke onrust wordt verder gevoed door almaar gewelddadiger
wordende terroristische aanslagen die het land lamleggen. In 2008
kwamen zo’n 1.500 burgers om, van wie 53 bij een grote aanslag in het
Marriott Hotel in Islamabad.
Voeg daaraan toe de zwaarste economische crisis in decennia en de
misère is compleet. Volgens een recent verschenen rapport van de
American Council heeft Pakistan minstens vier miljard dollar per jaar
van Amerika nodig om de neerwaartse spiraal te doorbreken zodat ‘de
ondergang voorkomen kan worden’.
Onder al die krachten broeit altijdhet conflict met aartsrivaal
India. De aanslagen in Mumbai hebben ook dat vuurtje weer flink
opgepord. Volgens geruchten had de machtige en eigengereide Pakistaanse
geheime dienst (ISI) daar een stevige vinger in de pap. Zoals het dat
ook zou hebben bij het trainen van Al-Qaida en het opvangen van
gevluchte taliban.
Drie kernbommen
Paradoxaal genoeg heeft Pakistan belang bij een beetje onrust in
Afghanistan. Een westers Afghanistan vergroot immers de invloedssfeer
van India, dat veel beter kan opschieten met het Westen. Zolang
Pakistan onrust stookt met moslims heeft India minder invloed.
Ooit was die strijd veel eenvoudiger. Een Pakistaanse wijsheid
beweerde dat het land ‘slechts’ drie kernbommen nodig had: voor New
Delhi, Mumbai en Calcutta. Tegenwoordig beschikt het over 40 tot 100
kernkoppen, allemaal in handen van het leger. Volgens Pervez Hoodbhoy,
kernwapenexpert in Pakistan, zijn die wapens zwaar beveiligd en hoeven
‘we ons geen zorgen te maken dat ze in handen van extremisten vallen’,
zei hij tegen de BBC. ‘Hoewel, meer wapens betekent dat meer mensen
toegang hebben.’