Peter Singer Hulpoptimist

We kunnen meer geven

Door: Marcel van Engelen
Gepubliceerd: vrijdag 21 augustus 2009 00:14
Update: vrijdag 21 augustus 2009 00:17

Ruim dertig jaar nadat Peter Singer een basis legde voor het dierenactivisme met Animal Liberation, komt de filosoof met een nieuw boek. Dagelijks sterven 27.000 kinderen aan armoede. Dat hoeft niet, zegt Singer, als we meer geven.

Eerlijk is eerlijk, zelf gaat Peter Singer zich ook te buiten aan onnodige pleziertjes. Hij zou ze kunnen nalaten, om het vrijgekomen geld te doneren aan organisaties als Oxfam of de Against Malaria Foundation, en zo elders op de wereld een leven te redden. ‘Ik leef in een comfortabel huis, ga op vakantie en bezoek restaurants, bioscopen en concerten’, zegt hij aan de telefoon vanaf de Amerikaanse oostkust. ‘Nee, dat is niet de allerstrengste versie van mijn opvattingen.’

Evengoed levert hij zijn fair shareom de extreme armoede in de wereld te dempen, vindt hij. Meer dan dat zelfs. ‘Sinds de jaren zeventig, toen ik begon na te denken over dit thema, doneer ik aan organisaties die zich inzetten voor de allerarmsten. Inmiddels geef ik ongeveer eenderde van mijn inkomen weg. Ik ben me nog steeds bewust van mijn tekortkomingen, natuurlijk kan ik meer geven, maar het heeft weinig zin me schuldig te voelen als ik in een restaurant aanschuif. Al zijn het nooit de duurste restaurants.’

Het inkomen van Singer – vermaard om zijn ‘bijbel voor dierenrechtenactivisten’ Animal Liberation, invloedrijk ethicus aan de Princeton Universiteit, maar in de VS omstreden vanwege zijn vrijzinnige opvattingen over abortus en euthanasie, moet dezer dagen aardig oplopen nu zijn jongste boek The Life You Can Save in zeker tien talen verschijnt. De Nederlandse versie Het kan wel!, die deze week uitkomt, verwijst ongetwijfeld naar andere boeken die de laatste jaren over ontwikkelingshulp zijn verschenen, waarin veelal werd betoogd dat hulp niet werkt. Of sterker: dat die averechtse effecten heeft. Singer voegt zich aan de zijde van de hulpoptimisten.

Opvallend: de tientallen kritieken die al zijn verschenen in landen als de VS, Engeland of Frankrijk zijn vrijwel zonder uitzondering lovend. ‘Mr. Singer pareert de tegenargumenten overtuigend, en zijn logische conclusie is nagenoeg onweerlegbaar’, schreef The New York Times. De recensie in de Britse The Times besloot aldus: ‘Je kunt niet van iedereen verwachten een heilige te worden, maar we kunnen zeker meer geven. Dat is waar Singer op aandringt, en hij heeft gelijk.’

‘Die positieve ontvangst heeft me wel verrast’, zegt Singer. ‘In het achterhoofd weet iedereen wel wat er aan de hand is en dat er iets aan gedaan moet worden. Maar er is altijd wel een excuus om niets te doen. Het lezen van het boek zet mensen kennelijk aan het denken.’

Tegen het eerste deel van zijn betoog is ook weinig in te brengen. Hoe is het anno 2009 nog mogelijk dat aan de ene kant van de wereld jaarlijks achttien miljoen mensen sterven door gebrek, terwijl aan de andere kant wordt gesproken van een crisis als overvloedige economieën een paar procenten krimpen? En hoe kan het ons toch zo weinig schelen?

Herverdeling

Singer maakt er een parabel van. Stel, je bent op weg naar je werk en je ziet een kind in het water. Het dreigt te verdrinken. Red je het kind, ook al wordt je goede pak nat en kom je te laat op het werk? Antwoord overbodig. Waarom laten we het op grote schaal dan wel gebeuren?

Iets goeds nalaten is misschien wel net zo erg als iets kwaads doen, schrijft Singer. En ‘zo gaan die dingen nu eenmaal’ betekent niet dat ze zo zouden moeten gaan.

Tot slot komt hij met een voorstel voor een internationale herverdeling van welvaart, zoals die op nationaal niveau gewoon is. Eigenlijk zouden instellingen als de VN het moeten regelen, maar omdat die het nalaten, is het aan de 10 procent rijkste Amerikanen (lees: westerlingen) om te beginnen.

Geef 5 procent van je inkomen tussen de 105.000 en 148.000 dollar aan projecten die levens redden of het lijden verminderen van de allerarmsten; geef 10 procent van je inkomen boven de 148.000 dollar, enzo verder, oplopend tot het weggeven van eenderde uit de inkomensschaal boven de 10,7 miljoen dollar.

Wereldwijd zou zo’n systeem 1,5 biljoen dollar opleveren. Acht keer het geraamde bedrag dat de VN heeft becijferd om de ontwikkelingsdoelen voor 2015 te halen.

U schrijft dat het afschaffen van Amerikaanse en Europese subsidies op katoen, graan en andere landbouwproducten meer effect kan hebben, maar vanwege de machtige landbouwlobby is dat niet realistisch. Hoe realistisch is uw voorstel?

‘Niets weerhoudt mensen ervan te doneren, dat is iets anders dan het veranderen van een politiek systeem. Er zijn wel psychologische barrières waardoor we niet geven, maar die zijn te doorbreken. Zo geven mensen makkelijker als ze weten dat anderen het ook doen. Het is daarom belangrijk dit idee te verspreiden. Ook als doneren niet normaal wordt: elk leven dat met een donatie gered wordt, is er één.’

Zijn mensen niet te egoïstisch voor uw voorstel, zeker als het gaat om mensen die ver weg wonen en niet dagelijks zichtbaar zijn?

‘Het klopt dat mensen eerder geneigd zijn te geven in hun eigen omgeving. Maar egoïsme is geen argument. We kunnen gewoon doorgaan met ons eigen, comfortabele leven. Het gaat slechts om kleine bijdragen. Bovendien worden we er zelf voor beloond. Uit onderzoek blijkt dat mensen die geven zich daarbij erg goed voelen.’

Met zijn boek mengt Singer zich in de aangewakkerde discussie over de zin en onzin van ontwikkelingshulp, overzichtelijk in te delen in twee kampen: trade versus aid. Hoewel in de praktijk nog weinig is veranderd, is het eerste kamp, dat van de hulpcritici, de laatste jaren in opmars. Ontwikkelingsgeld verdwijnt te vaak in verkeerde zakken, vinden zij. Hulp van buitenaf maakt dat regeringen zich bezighouden met het pamperen van donors en het binnenhengelen van fondsen, in plaats van een economie op te zetten en in de noden van de eigen bevolking te voorzien.

Het is de achilleshiel van Singers betoog: komt het geld dat wij doneren wel terecht? Redt het inderdaad levens? Heeft het geen omgekeerd effect?

Kwestie van geloven

Volgens een van de voornaamste hulpcritici, de Amerikaanse econoom William Easterly, is het bij Singer vooral een kwestie van geloven. Het staat zelfs letterlijk in The Life You Can Save, aldus Easterly in The Wall Street Journal: ‘Het lijkt nauwelijks mogelijk dat wanneer we ons echt inzetten om de armoede terug te dringen, en middelen inzetten die overeenkomen met de omvang van het probleem (...) het ons niet lukt een positieve impact te hebben.’

Easterly vindt ook dat u wat meer aandacht mag besteden aan ontwikkelingswerkers die meer met bureaucratische spelletjes en hun eigen carrière bezig zijn, dan de armen te helpen.

‘Dat is een nogal algemene sneer, zonder namen of organisaties te noemen. Natuurlijk zijn er voorbeelden van fraude en inefficiëntie, maar je kunt ook niet de hele investeerdersgemeenschap als frauduleus wegzetten door naar Bernard Madoff te wijzen. Easterly is oneerlijk. Volgens mij zijn de meeste ontwikkelingswerkers toegewijde mensen, die veel meer hadden kunnen verdienen als ze in de marktsector zouden werken.’

De Nederlandse journaliste Linda Polman schetst in haar boek De Crisiskaravaan hoe zelfs noodhulp verkeerd uitpakt: hulpgoederen komen in handen van krijgsheren, met verlengd geweld en meer doden tot gevolg.

‘Ik ken het boek niet, maar ik weet dat hulp verkeerd kan werken. In het algemeen ben ik tegen voedselpakketten, of andere hulpgoederen van buitenaf, omdat het de lokale economie ondermijnt. Mijn boek gaat over hulp die mensen in staat stelt voor zichzelf te zorgen. Natuurlijk, je moet goed weten aan welke organisaties je geeft, wat ze doen, hoe effectief ze zijn. Niet iedereen heeft daar de tijd en vaardigheden voor. Daarom zijn er organisaties als Give Well, die ngo’s rangschikken. Ik ben voor rigoureuze evaluatie.’

De Zambiaanse econome Dambisa Moyo betoogt in Dead Aid dat ontwikkelingshulp Afrika afhankelijk maakt, dat het corruptie voedt en eigen initiatief doodt.

‘Ik ben het met haar eens dat het opheffen van handelsbarrières belangrijk is, en op lange termijn waarschijnlijk effectiever dan hulp. Maar er zijn landen die helemaal niks te verhandelen hebben. Of die een infrastructuur missen om hun goederen te exporteren. Die hebben hulp nodig om toe te kunnen treden tot de wereldmarkt. Corruptie van regimes kan een probleem zijn. Mijn boek gaat dan ook niet over hulp van de regering aan regering, maar over ngo’s, die op dorpsniveau kunnen werken, in krottenwijken.

Voorbeelden van waar het mis is gegaan, zijn signalen dat het anders moet, geen redenen om te stoppen. We moeten leren van onze fouten en zoeken naar de beste manieren. Moyo heeft nogal een sterke claim: hulp faalt onvermijdelijk. Dat maakt ze niet hard. Er zijn ook tegenvoorbeelden: Zuid-Korea heeft in de jaren vijftig, na de Koreaanse oorlog, veel hulp ontvangen en zich daarmee goed ontwikkeld.’

Is dat niet veeleer een uitzondering? In vijftig jaar heeft het Westen honderden miljarden aan hulp gegeven. De kloof met Afrika is alleen maar gegroeid.

‘Van de 1,4 miljard allerarmsten leven de meeste in Azië, niet in Afrika, al wonen er in Afrika verhoudingsgewijs meer. Los daarvan: we denken dat we veel hebben gegeven, maar het is terug te brengen tot 0,3 procent van het inkomen van welvarende landen. Is dat veel? Bovendien ging het vaak om het verdedigen van onze politieke doelen, in de jaren van de Koude Oorlog, niet om werkelijke hulp. Of het betrof de aanschaf van Amerikaanse goederen, waar wij zelf van profiteerden. We hebben nauwelijks ervaring met substantieel geven om de extreme armoede te bestrijden. We hebben het nooit echt geprobeerd.’

We kunnen meer geven
Foto's: Hollandse Hoogte

‘Animal Liberator’

Nog altijd wordt de Australiër Peter Singer (1946) beschouwd als vader van het dierenrechtenactivisme, al vindt hij zelf dat zijn rol vaak wordt overtrokken. Het boek dat hem internationale faam gaf, Animal Liberation, verscheen in 1975. Singer werkte er het idee van speciesisme in uit: discriminatie op grond van (dier-)soort.

Dieren zijn weliswaar geen mensen, betoogde Singer, maar ze kunnen wel lijden en dus hebben ze rechten. Mensen kunnen dieren niet zomaar gebruiken.

Singer, zoon van uit Wenen gevluchte joodse ouders, is een ethicus die de moraal voortdurend naar praktisch handelen vertaalt. Hij is veganist, draagt geen leer en keurt dierproeven alleen onder strenge voorwaarden goed.

Zijn ‘bijbel voor de dierenrechtenbeweging’ staat nog recht overeind, vindt hij. ‘In latere drukken heb ik aanpassingen verricht, maar die betreffen de veranderingen in de wereld. De geïndustrialiseerde landen hebben grote, positieve stappen gezet. Zo heeft de EU regels ingevoerd over de minimale ruimte van varkens in de bio-industrie. Het probleem ligt vooral bij opkomende economieën als China.’

Singer heeft de intimidaties en brandstichtingen van radicale activisten, als die van het Animal Liberation Front, altijd veroordeeld. Zij vinden hem een studeerkamergeleerde, aan wie dieren die nu lijden niets hebben. Hij beschrijft hen als ‘een zeer kleine minderheid die een brede beweging van tientallen miljoenen mensen schade toebrengt.’

‘Het idee van dierenbevrijding heeft een ethische basis. Je kunt alleen de hearts and minds van mensen winnen met de kracht van het argument. Geweld werkt contraproductief: mensen zullen verharden in hun afkeer van de beweging.’



 
Reageer op dit artikel:  

Reageer Door: geld_maakt_niet_gelukkig, 21 aug 2009 14:33
krankzinnig schreef:

Voordat ik ooit een euro aan de Oxfam zou doneren zou ik eerst wel eens een jaarverslag willen zien.

Elke zichzelf respecterende organisatie zet zo'n verslag geoon op de website neer, Oxfam dus niet, je mag kennelijk wel van Voorhoeve doneren maar wat er met de centen gebeurd daar heb je geen flikker mee te maken.

10 seconden heb ik eraan besteed, 10 seconden, maar iets boven het wereldrecord op de 100 meter sprint, en ik heb jaarverslagen van oxfam novib gevonden.
Je bent werkelijk te dom om te poepen als je zulke berichten durft te posten.
hieronder de link:
http://www.oxfamnovib.nl/id.html?id=3751
veel leesplezier

Reageer Door: krankzinnig, 21 aug 2009 14:07
Voordat ik ooit een euro aan de Oxfam zou doneren zou ik eerst wel eens een jaarverslag willen zien.

Elke zichzelf respecterende organisatie zet zo'n verslag geoon op de website neer, Oxfam dus niet, je mag kennelijk wel van Voorhoeve doneren maar wat er met de centen gebeurd daar heb je geen flikker mee te maken.

Reageer Door: geld_maakt_niet_gelukkig, 21 aug 2009 13:49
commentator schreef:

Ik werk hard voor mijn eigen geld en weiger dat af te geven aan organisaties die hun personeel dikke salarissen geven en in duurste hotels laten slapen.

Waar denk jij dat het geld dat je uitgeeft in supermarkten, kledingwinkels etc heengaat?

Reageer Door: commentator, 21 aug 2009 11:55
waarom zou ik geld overmaken aan mensen in landen, die eigenlijk hun slechte leefomstandigheden te danken hebben aan slecht leiderschap van hun regeringen en gebrek aan zelfinitiatief. Ik werk hard voor mijn eigen geld en weiger dat af te geven aan organisaties die hun personeel dikke salarissen geven en in duurste hotels laten slapen.

 

Deze newsflash is alleen te bekijken met de gratis Adobe FlashPlayer!
Spaarrente.nl - 4,25% spaarrente? Profiteer nu!
De Pers Reizen - Spot de laatste aanbiedingen!
Gratis i-Phone 3GS nergens goedkoper!
e-Matching.nl - Dating hoger opgeleiden
Doe de gratis liefdestest van BE2
Word jij Student Ondernemer 2010?
Stap nu over naar Ziggo Alles-in-1
Vermogen laten beleggen? Probeer Ohpen!
 
 


© Copyright DePers.nl