Door: Sanne Rooseboom
Gepubliceerd: maandag 11 januari 2010 12:10
Update: maandag 11 januari 2010 12:29
Onze
Britse correspondent maakt een uitstapje naar buureiland IJsland. Een blög
vanuit een land onder vuur.
Sjálfstæðisflokkurinn
staat op het bord achter de spreker. Het is zaterdagochtend 11 uur, buiten
is het donker. Binnen zitten zo' n driehonderd IJslanders in een zaaltje van het
hoofdkantoor van de Onafhankelijkheidspartij, een soort VVD, in Reykjavik. Hun
leider, Barni Benediktsson, houdt zijn handen bezwerend naar de zaal, alsof hij
de situatie wil sussen, de crisis, de oorlog met de wereld.
Wij zijn de vijandHij praat, hij houdt al een half
uur zijn verhaal, soms gniffelt het publiek of wordt er geklapt. Het is
merkwaardig geruststellend te luisteren naar een taal waar je geen woord van
verstaat. Het IJslands klinkt zacht, Scandinavisch met Spaanse th klanken. Soms
snap ik een woord. Lanndsbanskinn hoor ik, Bretland en Hollandi. Wij zijn de
vijand hier.
Kúnnen betalenZe zitten in dit zaaltje om te bedenken hoe het verder moet met de
schuld die wij vereffend willen zien. Maar niemand is boos, iedereen is
vreselijk begripvol. “Natuurlijk willen de Nederlanders hun geld terug,” zegt de
dame naast me die af en toe vertaalt wat de partijleider zegt. “Maar wij moeten
het wel kúnnen betalen.”
Het zaaltje zit vol oudere,
IJslandse mannen. Ze dragen een trui of een ribjasje, sommige hebben een stok,
een baard of een snor met een krul. De meeste houden hun jas aan binnen. Voorin
staat een man op met een vraag voor Benediktsson. Biel Klienton versta ik. Mijn
buurvrouw glimlacht. De man zegt dat IJsland een internationale
vertegenwoordiger nodig heeft om het land te helpen met de onderhandelingen en
schuldsanering. Na
ietavur toh eg kunjathviet Biel Klienton, zegt de
partijleider. Ofzo. Hij schudt zijn hoofd.

Een half uur later, het begint te
schemeren, zit ik tegenover Benediktsson in zijn kantoor. Hij schaart zich
achter de president van het land. Dat gebeurt niet vaak, hij zit immers in de
oppositie, maar dit is geen tijd voor verdeeldheid, zegt hij. “Dit had overal
kunnen gebeuren, het bancair systeem had overal kunnen instorten, maar het
gebeurde hier en nu moeten we een oplossing vinden.”
Hij kijkt me aan. Snappen
jullie om hoeveel geld dit gaat? Vraagt hij met nadruk. “In Groot-Brittannië
hebben ze 100 miljard uitgegeven om de banken te redden. Per hoofd van de bevolking moeten wij
twintig keer zoveel betalen.” Bedediksson wil volgens mij best zelf premier
worden, zo`n uitstraling heeft ie. Zijn partij is de tweede van het land, dus
bij de volgende verkiezingen lukt het hem misschien wel.
JournalistenspeeltuinIJsland is een soort
journalistenspeeltuin. Iedereen is beschikbaar, praat graag met je, spreekt goed
Engels. Twee uur nadat ik land, zit ik in een café met een van de leiders van
het verzet tegen de Icesave wet. We eten zalm met kaviaar, wat hier minder kost
dan een cappuccino. Hij geeft me het nummer van een oud-minister, afgetreden
over de Icesave kwestie. Niet alleen neemt de minister zelf de telefoon op, en
wil hij best met me praten, hij wil dat ook in persoon doen.
Een uur later
ontmoeten we elkaar op de hoek van de straat waar mijn hotel zit. Hij laat me
het parlementsgebouw zien, praat over de crisis, over de schuld van de
IJslanders. Na een kwartier moet hij weer weg, maar ik mag hem altijd bellen.
Stel je voor dat het zo makkelijk
zou gaan in Groot-Brittannië. ‘Hi Sanne, met Tony, je wilde wat vragen over het
Irak-onderzoek?’
Blog
Sanne
Rooseboom (1979) woont in Londen en is correspondent voor dagblad De
Pers. Ze doet daarnaast werk voor onder andere The Guardian en
EenVandaag.
Satellietfoto
Kou
In
het hele land zijn wegen door zware sneeuwval onbegaanbaar geworden.
Het treinverkeer is ontregeld, luchthavens zijn gesloten en scholieren
mogen thuisblijven. Alleen de hoofdstad Londen lijkt de ergste overlast
bespaard te blijven.
Het ongewoon koude weer houdt naar verwachting nog twee weken aan. De huidige koudeperiode is nu al de langste sinds 1981.
undefined