Gepubliceerd: maandag 18 januari 2010 08:33
Update: maandag 18 januari 2010 10:14
De Turkse autoriteiten hebben Mehmet Ali Agca maandag vrijgelaten uit de extra beveiligde gevangenis bij de hoofdstad Ankara, waar hij sinds 2000 vastzat. Dat heeft zijn advocaat tegen verslaggevers gezegd. De 52-jarige Agca pleegde op 13 mei 1981 op het Sint Pietersplein in Vaticaanstad een aanslag op paus Johannes Paulus II, waarbij het hoofd van de Rooms-Katholieke Kerk zwaargewond raakte.
Een leger van journalisten stond bij de gevangenispoort om Agca op te wachten. De advocaat zei dat Agca direct wordt overgebracht naar een bureau van het Turkse leger. Dat stelt dat hij de dienstplicht heeft ontdoken. Als Agca medisch wordt goedgekeurd, moet hij ondanks zijn leeftijd aan de slag op een militaire basis in de stad Malatya.
Toen Agca de aanslag op Johannes Paulus pleegde, was het lid van de radicale uiterst rechtse groepering Grijze Wolven op de vlucht voor de Turkse justitie. Hij was uit een Turkse gevangenis ontsnapt, waar hij was vastgezet voor de moord op een journalist in 1979 en twee gewapende overvallen.
Agca zat voor de aanslag op de paus negentien jaar vast in Italiaanse gevangenissen. Enige jaren na de aanslag zocht Johannes Paulus hem in zijn cel op en schonk hem vergiffenis. In 2000 verleende Italië Agca gratie. Hij werd naar Turkije overgebracht, waar hij onmiddellijk werd vastgezet.
Agca heeft gezegd dat de aanslag een onderdeel was van een 'goddelijk plan'. Hij heeft vaak tegenstrijdige verklaringen voor zijn actie gegeven, wat de Italiaanse rechercheurs dwong telkens nieuwe onderzoeken op gang te brengen. Er waren ook aanhoudende maar nooit bewezen geruchten dat de toenmalige communistische regimes in Bulgarije en de Sovjet-Unie bij de aanslag op de fel-anticommunistische Poolse paus betrokken waren, maar die zijn nooit bewezen.