11honderd schreef:
[quote=11honderd]
Soera 9 is de laatste openbaring aan de profeet Mohammed. Het is de meest gewelddadige soera in heel Mohammeds Koran en doet alle voorgaande vredelievende passages teniet (dat heet 'abrogatie').
9:29 “Strijdt tegen hen die niet in God geloven en niet in de laatste dag en die niet verbieden wat God en Zijn gezant verboden hebben en die niet de godsdienst van de waarheid [de islam] aanvaarden uit het midden van hen aan wie het boek gegeven is [Joden en christenen], totdat zij met bereidwillige onderdanigheid de djizja [hoofdelijke belasting] betalen en zich vernederd voelen.”
Hieruit blijkt dus dat de mohammedaanse islam een oorlogsverklaring is aan de rest van de mensheid.
Als je beter op de hoogte zou zijn, zou jij hij begrijpen dat dezelfde argumentatie nog veel meer op de bijbel dan op de koran toegepast kan worden. De koran bevat zeker oorlogsteksten maar die teksten werden gezonden in die tijd maar roept bij mijn weten nergens op tot volkenmoord (genocide). Zoals bekend doet de bijbel dat wel, zelfs zo dat volkenmoord rechtstreeks als de wil van God voorgesteld wordt. Volgens Deuteronomium gaf God het Joodse volk bevel om alle volken van Palestina (Kana'an) geheel uit te roeien:
DEUTERONOMIUM 20
10 'Voordat u een stad aanvalt, moet u eerst een vredesregeling aanbieden.
11 Als men op het voorstel ingaat en de poorten voor u opent, moeten alle inwoners van de stad tot herendienst worden gedwongen.
12 Als ze echter geen vrede willen sluiten en liever de strijd met u aangaan,
13 en de HEER, uw God, u de belegerde stad in handen geeft, moet u alle mannelijke inwoners ter dood brengen.
14 Maar de vrouwen en kinderen en het vee en alles wat er aan goederen in de stad is mag u buitmaken. U mag van de buit eten wat u wilt, want u krijgt het van de HEER, uw God.
15 Zo moet u te werk gaan bij de steden die op grote afstand van u liggen, buiten het gebied dat u nu gaat veroveren.
16 Maar daarbinnen, in de steden van het land dat de HEER, uw God, u als grondgebied zal geven, mag u geen mens in leven laten.
17 Alle Hethieten, Amorieten, Kanaänieten, Perizzieten, Chiwwieten en Jebusieten moet u doden, zoals de HEER, uw God, u heeft opgedragen,
18 om te voorkomen dat u de gruwelijke dingen die zij voor hun goden doen van hen overneemt, waardoor u tegen de HEER, uw God, zou zondigen.'
De gebeurtenissen in het OT zijn tijdgebonden en plaatsgebonden en zijn zeker geen opdracht tot wereldoverheersing; Israël is qua oppervlakte de helft van Nederland.
De Koran daarentegen is een opdracht om de wereld te onderwerpen aan de wet van Allah (sharia), dus die opdracht in soera 9 geldt nog steeds. De Koran schrijft dwang en geweld voor (Jihad).
De geschiedenis van de mohammedaanse islam bewijst het ook. Hieronder één voorbeeld dat ik al eens eerder aangehaald heb. Overigens zij er tal van voorbeelden, want de 1400 jaren van islamitische geschiedenis zijn vol van gruwelen.
DE JIHADCAMPAGNES IN EGYPTE, PALESTINA EN TRIPOLITANIA (640-646)
Beschreven door Johannes van Nikiou.
Toen Theodosius, de generaal, hoorde dat de Ismaëlieten [arabieren] oprukten, verplaatste hij zich van plaats naar plaats om de vijand te observeren. De Ismaëlieten vielen aan, vermoordden de commandant, slachtten al zijn troepen af en namen onmiddellijk de stad in [waarschijnlijk Behnesa]. Iedereen die bij hen in de buurt kwam werd afgeslacht; zij spaarden niemand, bejaarden, vrouwen noch kinderen.
Na de aftocht van het Griekse leger nabij Nikiou.
Toen de moslims in Nikiou [aan de nijl, nabij Damanhur] arriveerden, was er geen enkele soldaat meer om hen te weerstaan. Zij namen de stad in en slachtten iedereen die zij tegenkwamen op de straten en in de kerken; mannen, vrouwen en kinderen, niemand werd gespaard. Zij gingen toen naar andere plaatsen en plunderden en vermoordden alle inwoners die ze vonden. In de stad Sa verrasten zij Esqutaos en zijn mannen van het leger van generaal Theodosius in een hinderlaag, en doodden hen allen. Maar laten we niets meer zeggen want het is onmogelijk om de gruwelen die de moslims begingen te beschrijven, toen zij het eiland van Nikiou veroverden, op Zondag de 18e dag van de maand van Guenbot, in het vijftiende jaar van de maancyclus, evenals de verschrikkelijke taferelen die zich afspeelden in Cecarea in Palestina.
Amr [b. al-‘as] onderdrukte Egypte. Zij stuurde zijn onderdanen om de inwoners van de Pentapolis [Tripolitania] te bevechten, en nadat hij de overwinning had behaald, stond hij niet toe dat zij daar bleven wonen. Hij nam een aanzienlijke buit binnen in dit land en een enorm aantal gevangenen. Abulyanos… gouverneur van de Pentapolis, vluchtte met zijn troepen en vooraanstaande burgers van de provincie, naar de stad Teycheira, die van sterke verdedigingswerken was voorzien, en sloten zichzelf daar op. De moslims keerden naar hun land terug met buit en gevangenen.
De Patriarch Cyrus was diep gegriefd door het onheil dat zich had voltrokken in Egypte, omdat Amr, die van barbaarse afkomst was, geen mededogen toonde in zijn behandeling van de Egyptenaren, en hield zich niet aan de overeenkomsten die met hem waren besloten.
Amr’s positie werd met de dag sterker. Hij vorderde belastingen, maar liet de eigendommen van de kerken onberoerd, en behoedde deze voor plundering, en beschermde deze gedurende zijn hele regeringsperiode. Nadat hij Alexandrië had ingenomen liet hij de kanalen in de stad droogleggen, op aanraden van Theodore de afvallige. Hij verhoogde de belasting tot meer dan tweeëntwintig gouden Batr, wat tot gevolg had dat de inwoners, terneergeslagen door de enorme belastingdruk en onmogelijk in staat zijnde om deze te betalen, onder gingen duiken.
Maar het is onmogelijk om de beklagenswaardige positie te beschrijven van de inwoners van de stad, die tot het punt kwamen dat zij hun kinderen aanboden in ruil voor de enorme bedragen die zij iedere maand moesten betalen, waarbij er niemand was die hen hielp want God had hen verlaten, en had de christenen overgeleverd aan hun vijanden.’
VEROVERING EN PLUNDERING VAN THESSALONIKI 904NC.
Johannes Cameniates verschafte een ooggetuigenverslag van deze massaslachting. Cameniates, zijn bejaarde vader en zijn broer werden gevangengenomen toen ze probeerden te vluchten via de verdedigingswal, en werden gespaard omdat zij hun overweldigers een grote som geld beloofden. Zij werden als gevangenen door de stad geleid, en waren getuige van het afschuwelijke bloedbad waaraan hun medeburgers werden blootgesteld toen zij toevlucht zochten in de Kerk van Saint George.
De bewoners van Thessaloniki probeerden te ontsnappen door de straten, achtervolgt door de Saracenen (Arabieren), die als wilde beesten tekeergingen. Overheerst door paniek vielen mannen, vrouwen, bejaarden en kinderen in elkaars armen voor een laatste kus. De vijand sloeg toe zonder enig mededogen. Ouders werden afgeslacht terwijl ze hun kinderen probeerden te verdedigen. Niemand werd gespaard; vrouwen, kinderen, bejaarden; allen werden onderworpen aan de scherpte des zwaards. De arme stakkers renden door de stad, of probeerden zich te verstoppen in de grotten; anderen meenden een veilig toevluchtsoord te vinden in de kerk, probeerden zich daar te verstoppen, terwijl anderen over de verdedigingswal probeerden te klimmen. Vanaf daar sprongen ze