Door: Jorrit Dijkstra
Gepubliceerd: zondag 14 maart 2010 21:32
Update: zondag 14 maart 2010 21:32
De industriële opmars van China gaat gepaard met milieuvervuiling. Een paar dappere burgers verzetten zich, tegen de stroom in.
‘Niemand wil mijn vis kopen, ze zeggen dat het
smaakt naar verf’, jammert een vissersvrouw aan de oever van de
vervuilde Qiantang-rivier in China. Droevig, maar vooral boos en
teleurgesteld in de lokale overheid, omdat die iedere milieuwet aan
haar laars lapt. Niemand in Peking heeft enig idee wat er in de
uithoeken van dit uitgestrekte land gebeurt, maar de gevolgen zijn
veelal desastreus. Tegenlicht richt zich de komende vijf weken op ‘de
groene transitie’, de mondiale omschakeling van fossiele naar duurzame
brandstoffen en alle conflicten die daarbij komen kijken. Vanavond het
verhaal van vier Chinese burgeractivisten.
Een beter milieu en schonere energie vormen in China
het toneel voor een fel politiek machtsspel waarbij de inwoners het
onderspit delven. Milieuactivisten van de eerste generatie strijden
voor een schonere lucht of niet vervuild water, maar treffen
fabriekseigenaren of agressieve autoriteiten. Steun vanuit de
gemeenschap is schaars; omkoping is eerder regel dan uitzondering en er
heerst een gevoel van totale machteloosheid.
Zo willen buurtbewoners de vissersvrouw niet
meehelpen met haar enquête en krijgt een rijstboerin die woont en werkt
onder de rook van een chemische fabriek niet eens de steun van haar
man. Hij moet nu het hele huishouden doen en dat bevalt hem niet. Toch
blijven deze activisten doorgaan.
De oorzaak van deze misstanden is te herleiden naar
de jaren negentig, toen lagere overheden de opdracht kregen zelf op
zoek te gaan naar inkomsten. Het resultaat was een overvloed aan
ondernemers en een lokale overheid die geld rook. De hoogste bieder –
uiteraard nooit de gewone burger of boer – had vrij spel en schadelijke
fabrieken sprongen als paddenstoelen uit de grond.
Koppigheid
De activisten staan er alleen voor, wat resulteert
in een combinatie van heldenmoed en koppigheid. De onmacht is van hun
gezichten af te lezen, maar tegelijkertijd blijven ze moedig doorgaan,
ook al kost dat de rijstboerin achttien dagen cel. ‘Een luxe, daar had
ik tenminste even geen last van de misselijkmakende lucht’, zegt ze,
‘Nu besef ik des te meer waarvoor ik strijd.’
Met rechtszaken proberen de rijstboerin en een
danseres die woont in de schaduw van een vuilverbranding hun recht te
halen, maar ook daar gloort weinig hoop. Met filmpjes op internet en
een parodie op het lied van de Olympische Spelen probeert de danseres
het probleem onder de aandacht te brengen, maar naast het besef
belazerd te worden, levert het hooguit wat loze sloopbeloftes op.
Ondertussen prijkt op de gevel van het parlementsgebouw de slogan ‘Bescherm het milieu en breng voorspoed’.
* Maandag, Ned2, 21.00