Gepubliceerd: zondag 14 maart 2010 20:04
Update: zondag 14 maart 2010 20:13
Ontwikkelingslanden zijn verwikkeld geraakt in een gevaarlijke
wapenwedloop. Zij besteden vooral recordbedragen aan
gevechtsvliegtuigen.
Dat stelt het internationale instituut voor
vredesonderzoek Sipri in zijn jongste jaarlijkse rapport dat maandag
verschijnt. De invloedrijke denktank, gevestigd in het Zweedse
Stockholm, spreekt zijn zorgen uit over de wapenrace in de ,,
spanningsregio's'' Midden-Oosten, Noord-Afrika, Zuid-Amerika, Zuid-Azië
en Zuidoost-Azië.
Staten die over de benodigde middelen
beschikken, bestellen aanzienlijke hoeveelheden vliegtuigen om hun
luchtmacht uit te breiden, aldus een Sipri-deskundige. Rivalen reageren
door eveneens toestellen te kopen.
Algerije bijvoorbeeld steeg
naar de negende plaats op de lijst van grootste wapenimporteurs.
Maleisië verhoogde de invoer van wapens in de periode 2005-2009 met 722
procent. Sipri wijst erop dat in de onstabiele regio's tegelijkertijd
grote armoede heerst.
Volgens het instituut is de wapenhandel de
afgelopen vijf jaar wereldwijd met 22 procent gestegen in vergelijking
met de periode 2000-2004. De import van gevechtsvliegtuigen maakt ruim
een kwart uit van het hele handelsvolume.
De Verenigde Staten
bleven de grootste wapenexporteur met een aandeel van 30 procent aan de
handel, met Rusland op de tweede plaats (23 procent). Duitsland werd
derde met een aandeel van 11 procent.
De Bondsrepubliek zag de
afgelopen vijf jaar zijn uitvoer van wapentuig meer dan verdubbelen.
Vooral pantservoertuigen en duikboten vonden gretig aftrek.
Belangrijkste klant was Turkije, dat 14 procent van de Duitse
wapenproductie afnam, op de voet gevolgd door Griekenland (13 procent).
Griekenland,
dat met enorme financiële tekorten kampt, was de afgelopen vijf jaar
een van de vijf grootste wapenimporteurs ter wereld.