Gepubliceerd: dinsdag 16 maart 2010 08:20
Update: dinsdag 16 maart 2010 09:41
De gezondheidstoestand van Abdel Basset al-Megrahi, die werd veroordeeld voor de aanslag in 1988 in het Schotse Lockerbie, is sinds zijn vrijlating ,,buitengewoon verbeterd''. Dat heeft de zoon van de Libische leider Muammar Kaddafi, Saif, gezegd. Dat berichtte de Britse krant Daily Mail dinsdag.
Ongeveer zeven maanden geleden besloot de Schotse regering om de terminaal zieke Megrahi vrij te laten, tot grote woede van onder meer de Verenigde Staten. Megrahi bracht ruim acht jaar in een Schotse gevangenis door omdat hij schuldig was bevonden aan de aanslag waarbij 270 mensen de dood vonden. Hij werd in Libië als held onthaald.
Critici beweerden destijds dat Londen de Schotten vanwege handelsbelangen onder druk heeft gezet, hoewel de Britse premier Gordon Brown stelde dat het een besluit van de autonome regering van Schotland was. Saif Kaddafi bevestigde in de Britse krant dat de vrijlating bepalend is geweest voor handelsovereenkomsten tussen Tripoli en Londen. Het gaat onder meer over lucratieve oliecontracten.
Vijf maanden na de vrijlating kondigde Libië aan, dat het voor 5,5 miljard euro ging investeren in het Verenigd Koninkrijk.
Ondertussen staan de mensen in de rij voor Megrahi's luxueuze villa in Tripoli om enkele minuten aan het ziekbed van de 57-jarige man te mogen staan. Al 30.000 mensen gingen hen voor. Sommige familieleden van slachtoffers van de Lockerbie-aanslag hebben beweerd dat de dader nooit zo ziek was als hij beweerde. Doktoren stelden in augustus vorig jaar, dat Megrahi nog maximaal drie maanden te leven had.
Handel
Handel speelde wel degelijk een ,,zeer grote rol'' in de overweging van de Britten om de Libische Lockerbie-dader Abdel Basset al-Megrahi vrij te laten. Dat stelde de Britse minister van Justitie, Jack Straw, Door de vrijlating van de doodzieke Megrahi zijn de banden tussen Libië en Groot-Brittannië verbeterd en werd de weg vrijgemaakt voor een grote oliedeal, zei Straw.
Hij weerspreekt daarmee de woorden van premier Gordon Brown, die herhaaldelijk zei dat handel geen enkele rol speelde bij het besluit. Volgens hem was er ,,geen deal over olie''.