Door: Arnold Karskens 
Gepubliceerd: donderdag 18 maart 2010 21:32
Update: donderdag 18 maart 2010 21:46
De weg naar vrede in Afghanistan loopt via de zwaar bevochten Indiase deelstaat Kasjmir. Maar rust in de Himalaya is ver te zoeken.
Vandaag ligt de oorlog in Kasjmir aan het eind van een smal kronkelpad. Een aftandse taxi stopt in het dorp Dadsara dat werd opgeschrikt toen het Indiase leger een aanval op een huis in het centrum opende. Na een vuurgevecht van ruim een etmaal werden de lijken van vier militanten van de Hizb-ul-Mujahedeen uit het puin getrokken. Omstanders wijzen naar acht aanpalende woningen die als collateral damage door explosieven met de grond zijn gelijkgemaakt.
In het puin verzamelt bewoonster Jawhara (45) huisraad die niet door kogels en granaatscherven is geperforeerd. ‘Ons leven is vernield door het Indiase leger’, zegt ze. Inwoners van het duizend families tellende dorp verhalen van eerdere gevechten. ‘Niemand weet wanneer er verzetsstrijders zijn. We hebben er ook geen probleem mee. Ze vechten voor onze vrijheid’, vertelt een bewoner.
Zes oorlogen
De oorlogstrom wordt stevig geraakt in het superstrategisch gelegen Himalaya-staatje Kasjmir. Sinds de vlucht van maharadja Hari Singh in 1947 zijn er zes oorlogen om gevoerd en is het grondgebied, vijfmaal Nederland, opgedeeld in India (45 procent), Pakistan (35 procent) en China (20 procent). Nog voor zijn verkiezing wees de Amerikaanse president Barack Obama op de essentie van een duurzame oplossing. Want India en Pakistan kunnen beter de taliban en Al-Qaida bestrijden dan elkaar.
Na jaren van gesprekken, waarbij zelfs een buslijn werd geopend die de 740 kilometer lange bestandlijn passeert, zit er weinig schot in de dialoog tussen de twee kernmachten.
‘Het uitblijven van een oplossing voor Kasjmir verergert de oorlog in Afghanistan’, zegt de Indiase onderzoeker Inpreet Kaur. ‘Pakistan ziet een groeiende aanwezigheid van India in Afghanistan en wil zijn aartsrivaal niet aan twee zijden van zijn grens.’ Indiërs zijn vaak doelwit van aanslagen in de regio. Beschuldigend wordt gewezen naar Pakistan. Daarnaast laat de Pakistaanse regering rebellen penetreren in het Indiase deel van Kasjmir. ‘Het zijn fanatieke islamieten die niet in grenzen geloven. Dit jaar zijn al 21 confrontaties geteld. Daarbij kwamen zo’n 20 militanten om en een tiental Indiase militairen’, stelt Kaur.
In zijn kantoortje in hartje Srinagar klaagt advocaat Perrez Imroz over de ‘massieve’ Indiase militaire aanwezigheid. ‘En dat voor de 700 militanten die volgens de Indiërs hier zijn’, snuift hij afkerig. Een bezoeker zegt dat er op bijna iedere tien inwoners een veiligheidsman staat. ‘Je kunt nagaan wat voor psychologisch effect dat heeft op de mensen; overal militairen en kampen.’
Hoewel het aantal vermissingen en omgekomen Kasjmiri’s de laatste jaren dramatisch is gedaald, meldt de Jammu & Kashmir Coalition of Civil Society dat tussen januari 2002 en december 2009 14.000 mensen hun leven verloren in de deelstaat.
Aan het Dalmeer van Srinagar patrouilleren om de honderd meter Indiase militairen. De bevolking ervaart hun aanwezigheid als een bezetting, zegt professor Noor Ahmad Baba van de universiteit van Kasjmir. ‘Het sentiment was eerst aansluiting te zoeken bij Pakistan; 94 procent is moslim. Maar iedereen ziet dat het land een chaos is en daarom kiezen ze voor onafhankelijkheid.’
De roep om vrijheid neemt toe want de gesprekken tussen India en Pakistan draaien op niks uit als de Kasjmiri’s niet aan de onderhandelingstafel mogen zitten, zegt secretaris-generaal Saleem Nanaji van de oudste rebellengroep, het Jammu & Kashmir Vrijheidsfront JKLF. Hij is net twee weken vrij na zeventien maanden gevangenisstraf. ‘We zijn voor een tripartiet overleg met India, Pakistan en de Kasjmiri’s, voorgezeten door een vierde partij, zoals de EU, de VS of de VN.’
De rebel wil dat de VN-resolutie uit 1949 waarin de inwoners door middel van een referendum mogen kiezen voor zelfbeschikking wordt uitgevoerd. ‘Onze geschiedenis gaat 5.000 jaar terug, toen bestonden India en Pakistan niet eens.’ In het drukke centrum van de stad gooien jongeren vrijdags stenen naar gezagsdragers in uniform. Een veeg teken, volgens hem. ‘Als onderhandelingen niks opleveren zal ook de volgende generatie de wapens oppakken en wordt de strijd erger dan ooit.’