Door: Sanne Rooseboom 
Gepubliceerd: vrijdag 19 maart 2010 12:03
Update: vrijdag 19 maart 2010 12:06
Modepopjes zijn het, de vrouwen van de Britse politici. Elke keer dat ze in het nieuws zijn, wordt verteld wat ze aanhadden. What the fuck?
Ja, er zijn vrouwelijke parlementariërs, captains of industry, popsterren en seriemoordenaars. Groot-Brittannië had Margaret Thatcher en vrouwen mogen de afgelopen 82 jaar stemmen als geen ander. Maar bij de verkiezingsstrijd worden de vrouwen van de lijsttrekkers hier gereduceerd tot modepopjes die de menselijke kant van hun man vertegenwoordigen en benadrukken. Kijk, hier zitten ze allebei mooi aangekleed bij een modeshow.
Wij kennen dit niet, de rol van de vrouw van de kandidaat. Ik weet niet hoe mevrouw Balkenende eruit ziet laat staan wat haar kledingstijl is terwijl Sarah Brown elke dag in de krant staat. De partner van David Cameron kennen we ook vooral van haar jurkjes. ‘Secret weapon in ratings war in jeans and a blue pashmina,’ kopte The Times donderdag.
Samantha Cameron was op bezoek bij een liefdadigheidsproject en in een stukje van acht alinea’s, gaan er twee over wat voor kleren ze droeg. ‘Her fashion choices seemed to tick all the boxes: black Converse trainers and a top by Tocca.’ What the fuck? Waarom moet ik dit weten? (En wie is Tocca?) Bij Michelle Obama ging het ook steeds om haar armen en waar ze de jurkjes vandaan had. Hoe serieus we vrouwen ook nemen in het westen anno 2010, hun kledingkeuze is het belangrijkst.
Mijn mening hierover is zonder twijfel gekleurd door het feit dat mode me echt niet boeit. Als het koud is, draag ik een trui. Als het warm is niet, want dat is te warm en dan kun je beter een T-shirt dragen. Als het koud is daarentegen, is een T-shirt lang niet genoeg en is een trui werkelijk beter. Spijkerbroeken kunnen altijd en voor speciale gelegenheden heb ik een jasje en oorbellen. Zo klaar.
Maar wat me stoort, is meer dan dat, het is een truttige houding tegenover zowel politiek als vrouwen. Elke keer als Sam of Sarah aan het woord zijn in de Britse media, gaat het over huiselijke dingetjes en de menselijke kant van hun man en altijd wordt erbij vermeld wat ze aan hebben. Vooral het beeld dat hun echtgenoten rommelig en een beetje chaotisch zijn, dragen ze graag uit. Hier zegt Samantha het over Cameron en hier Sarah over Brown.
Sommige dingen in het leven zijn nu eenmaal merkwaardig. Zo hoorde ik net op de brave BBC Radio 4 een interview met een hoge katholiek over de kerk en de katholieke hobby kinderen aan te randen. Volgens de interviewer kwam het door het celibaat, dat hoor je wel vaker. ‘Mannen hebben toch hun driften, dat uit zich dan op deze wijze door het celibaat,’ zei hij overtuigd. Volgens deze redenering pakken alle mannen uiteindelijk kleine jongetjes als er geen vrouwen beschikbaar zijn. Dat levert dus nog een nut op voor ons; beschermvrouwen van katholieke jongetjes. In een Tocca-top. Amen.

Sanne Rooseboom (1979) woont in Londen en is correspondent voor dagblad De Pers. Ze doet daarnaast werk voor onder andere The Guardian en EenVandaag.
Krimpende voorsprong
Een conservatieve voorsprong van 26 procent anderhalf jaar geleden is beetje bij beetje verdampt. In 2009 waren de Tories de frisse partij. Vrolijk, opgeruimd, met David Cameron als het gezicht van nieuw rechts. Het stoffige imago van de nare partij voor de upperclass was weg, potentiële parlementsleden op de Torielijst komen niet allemaal van Eton, ze zijn soms vrouw, bruin of jong. Toch lukt het de partij niet om dat oude imago af te schudden.