Door: Marcel van Engelen
Gepubliceerd: donderdag 1 juli 2010 00:05
Update: donderdag 1 juli 2010 08:03
Nee, niet alle Afrikanen steunen Ghana. Maar veel Afrikanen in Nederland zijn wel Ghanees.
Morgenavond zullen ze weer massaal de straat op gaan. Op weg naar de grote beeldschermen in het African Community Center, het kerkgebouw, of die nieuwe verzamelplaats, bij dat goedkope pompstation in Diemen. En als ze winnen, in de kwartfinale tegen Uruguay, stormen ze naar buiten. In de pan-Afrikaanse kleuren: rood, geel en groen. Dansend, goddankend, roepend dat Ghana Afrika’s shining black star is. Waren zij niet als eerste onafhankelijk? Is Ghana geen vredige democratie met economische voorspoed? Toeval of niet, Ghana is ook het enige succesvolle Afrikaanse land op het eerste WK in Afrika.
Africa Town
In Nederland wonen veel Ghanezen. Officieel zijn het er 20.000, woont de helft in Amsterdam, en tweederde daarvan in de Bijlmer. In de praktijk zijn het er veel meer. Toen de migratieregels in de jaren tachtig erg soepel waren, en de problemen in Ghana groot, dijde de gemeenschap snel uit. Ghana is een klein landje van een groot continent, maar Neerlands Africa Town, de Bijlmer, wordt door Ghanezen gedomineerd. Ze hebben er hun winkels, kerken, radiostations en verenigingen.
‘De laatste dagen praten we over niks anders dan voetbal’, zegt Nana Yaw Amoako van belangenvereniging Recogin. ‘Iedereen feliciteert ons. Nederlandse buren, Surinaamse vrienden. Alle andere Afrikanen steunen ons, natuurlijk, nu we als enige zijn overgebleven.’ De voorzitter van zijn vereniging heet trouwens Charles Vanderpuye. Nederlanders lieten dan geen taal achter in Ghana, wel nageslacht, waar generaties later geen blank spoor meer in te herkennen is.

Het is een beeld dat gretig wordt geschapen, ook in Zuid-Afrika: nu Ghana als enige is overgebleven, krijgt het de steun van alle Afrikanen. De werkelijkheid is anders. In de Bijlmer wonen bijvoorbeeld veel Nigerianen, die hun eigen land uitgeschakeld zagen, en daarna Engeland steunden, met daarin hun favoriete clubspelers. Tot de Britse uitschakeling. Nu is het vaak Nederland. ‘Look’, zegt een Nigeriaanse man in een Afro-kapsalon in winkelcentrum Ganzenpoort. Hij heeft een Nederlands vlaggetje in zijn armband. ‘Het beste voetbal.’
Er is Afrikaanse solidariteit, zeker, maar er is ook de animositeit van buurlanden, er is de slechte reputatie van Nigerianen, er is de jaloezie op Ghana. ‘Nigerians?’, zegt een Ghanese marktvrouw bij winkelcentrum Kraaiennest. Ze trekt een vies gezicht. ‘Don’t mind them.’ ‘Ghana?’, zegt een Nigeriaan voor geldtransactiekantoor Moneygram in Ganzenpoort. ‘Why should I support Ghana?’
Die andere grote groep in de Bijlmer, de Surinamers, juicht als vanouds voor Brazilië. In een Surinaams geldwisselkantoor hangt een grote Braziliaanse vlag naast een Surinaamse. Oranje krijgt ook steun, maar telt anno 2010 opvallend weinig Surinaamse spelers. Dat de bondscoach Clarence Seedorf negeerde, heeft de Surinaamse steun geen goed gedaan. ‘Wáárom?’ zegt een Surinaamse man in café Het Pleintje. ‘Leg me eens uit, wáárom?’
WK-succes
Met de Ghanezen hebben Surinamers een dubbelhartige verhouding. Het waren de voorouders van de Ghanezen die de voorouders van de Surinamers aan de Nederlanders hebben verkocht als slaven. En nu dreigen die Ghanezen in de Bijlmer ook nog de boel over te nemen.
Op de dagen dat de Ghanezen niet spelen, is weinig te merken van het WK-succes. Als je goed zoekt, vind je Clara, in haar groentenstal bij winkelcentrum Kraaiennest. Ze heeft een rood-geel-groene vlag om zich heen geslagen. ‘Hoeveel geef je ervoor?’, zegt ze direct, onbedoeld het imago van de handelslustige Ghanezen bevestigend. ‘Hier houden we ons rustig’, zegt ze. ‘We zijn in Nederland.’
Als Nederland morgenmiddag wint en Ghana morgenavond ook, dan spelen ze in de halve finale tegen elkaar. ‘Dan sta ik hoe dan ook in de finale.’
Foto's: Marjolijne Perquin
Oude banden
We zijn in Nederland geneigd te denken dat Zuid-Afrika het land is waarmee we het sterkst verbonden zijn in Afrika. Maar dat is Ghana. Of anders: daar waren we eerder (in 1611 al bouwden de Nederlanders hun eerste fort aan de Goudkust, zoals het toen heette) en daar bleven we langer. Tot 1872 bezat Nederland een groot kasteel aan de Ghanese kust. Maar omdat er geen boeren achterbleven met hun Nederlandse taal, zoals in Zuid-Afrika, merken we er minder van.