Door: Arnold Karskens 
Gepubliceerd: dinsdag 27 juli 2010 00:53
Update: donderdag 26 augustus 2010 12:01
Nederland heeft zijn basis Mirwais in Chora al overgedragen. Maar Chora kan niet op eigen benen staan.
Het eerste deel van de route vanuit de provinciehoofdstad Tarin Kowt verloopt soepel, over een recent aangelegde asfaltweg betaald met Nederlands belastinggeld. Iedere paar kilometer houden politieagenten achter zandzakken de wacht. Bij de post Shermargab zeggen ze: ‘We hebben geen talib gezien dit jaar.’ Maar halverwege, na zo’n 16 kilometer, houdt het asfalt op. Vijftien miljoen euro stopt Nederland in de aanleg van de verharde weg, maar het werk ligt nu stil. Het excuus luidt dat een aannemer wordt gezocht.
De weg splitst. ‘Links gaat door de Baluchi-vallei maar die zit vol talibanstrijders’, zegt mijn gids Latifullah. ‘Rechts is de weg door de woestijn, daar kunnen mijnen liggen.’ We kiezen voor de laatste optie.
Een half uur later rijden we ongeschonden het stadje Chora binnen. Het Nederlandse detachement heeft de basis Mirwais, als onderdeel van de terugtrekking voor 1 augustus, al overgedragen aan Australische militairen. De commandant van het police mentoring team trainde de afgelopen drie maanden Afghaanse politieagenten en spreekt van een ‘enorme vooruitgang.’ Een collega-militair vult aan: ‘We kunnen met een gerust hart weg. De Afghanen hebben bewezen dat ze zelfstandig kunnen optreden.’
Verstoft
Maar Chora blijkt niet op eigen benen te kunnen staan. Op de ‘White Compound’, het administratieve districtscentrum van waaruit de opbouw moet worden gecoördineerd, zit niemand achter zijn bureau. De lokalen zijn verstoft. Veel projecten in het stadje zijn begonnen maar nooit afgebouwd. Schoolgebouwen zijn leeg en verlaten. Van het nieuwe politiebureau van Chora is alleen de vloer gestort. ‘Het ligt er al anderhalf jaar zo bij omdat de aannemers niet worden betaald’, vertelt een bewoner bij het drinken van groene thee, daarvoor is wel alle tijd.
De bazar is een open bouwput. Een nieuw wegdek, riolering en een trottoir voor de belangrijkste straten, betaald door internationale organisaties, staan gepland maar honderden arbeiders leunen in de schaduw tegen de gevels. ‘Er zijn mannen die willen dat ze stoppen met werken’, verklaart de Afghaanse arbeidscoördinator het conflict. ‘Er is met stenen gegooid’, zegt een geschrokken arbeider.

In zijn huis ziet Mohammed Daoud, de districtsgouverneur van Chora, de onrust als een logisch gevolg van het vertrek van de Nederlanders. ‘De tribale corruptie steekt weer de kop op. Stammen bedreigen elkaar precies zoals voor de Nederlanders kwamen.’ De schuldigen zijn volgens hem vooraanstaande leden van de concurrerende Popolzai-stam, politiechef Matiullah Khan en oud-gouverneur Jan Mohammed Khan. ‘Ze willen alleen geld verdienen, niet opbouwen.’
De twintiger volgde twee jaar geleden zijn vader Rozi Khan op die abusievelijk door Australiërs werd doodgeschoten. In zijn vrije uren leert hij lezen en schrijven. Omdat tegenstanders hem dreigen te vermoorden doet hij een dringend verzoek aan het Nederlandse volk om de militairen in Chora te houden. ‘Als je iemand belooft de rivier te helpen oversteken, laat je hem niet halverwege los.’
Talibanrebellen in het district Chora profiteren van het machtsvacuüm. Bij de westelijke stadsgrens tegen de Baluchi-vallei wijst vice-districtsgouverneur Mullah Dad Mohammad naar een Afghaanse legerpost, terwijl 150 meter verder in een boomgaard de opstandelingen liggen ingegraven. In 2007 verjoegen Nederlandse militairen ten koste van tientallen gedode burgers de talibanstrijders. Nu rammelen ze opnieuw aan de stadspoort. Een nieuwe aanval lijkt een kwestie van tijd.
Niet wreed genoeg
‘s Avonds verklaart districtspolitiechef van Chora Mohammad Gul (37) het succes van de fanatieke religieuze strijders. ‘Als iemand in hun gebieden iets verkeerds doet, dan wordt hij voor ieders ogen gestraft of gedood. Niemand doet daarom iets fouts, want de mensen zijn bang.’
Dat respect ontbreekt tegenover de Afghaanse regering, meent de moedeloze chef. ‘Als ik hard ingrijp dan klagen ze in Tarin Kowt dat ik mensen mishandel en wreed ben.’ De logica van de Afghaanse wet ontgaat hem eveneens. Een opstandeling in het bezit van explosieven en radio’s die hij arresteerde, werd vrijgelaten door de rechter. ‘Zo houden we problemen. Als wij even wreed zouden zijn als de taliban, zou niemand tegen de regering vechten.’
De Pers eist een parlementair onderzoek
Vier jaar Nederlandse militaire aanwezigheid in de Afghaanse provincie Uruzgan roept veel vragen op. Want zijn de 1,4 miljard euro directe kosten van de militaire missie wel verantwoord besteed? Wat is gebeurd met de honderd miljoen euro ontwikkelingsgelden die direct in de kleine provincie zijn gestopt? Was de prijs van 24 gesneuvelde Nederlandse militairen niet te hoog? En hadden de tientallen Afghaanse burgerdoden door Nederlands optreden niet kunnen worden voorkomen?
Vragen waarop de Nederlandse burger een eerlijk antwoord verdient. Wellicht kan de Nederlandse politiek er een les uit leren voor toekomstige militaire missies. Daarom roept De Pers op tot een parlementair onderzoek over de ‘Missie Afghanistan 2006-2010’.