Vijftien lijken langs de snelwegDe stoffelijke overschotten van vijftien mensen zijn donderdag in een
wegberm in het noorden van Mexico aangetroffen. De slachtoffers zijn
volgens een functionaris gemarteld en doodgeschoten.
De lijken
lagen langs de snelweg tussen Ciudad Victoria en Maramoros, niet ver van
de Amerikaanse grensstad Brownsville (Texas). Dinsdag werden al acht
mensenhoofden gevonden langs wegen in de buurt van de stad Durango.

Tijdlijn
Hieronder een
tijdlijn met de belangrijkste gebeurtenissen in de drugsoorlog, die
Mexico al jaren in de ban houdt.
2001: De leider van het machtige
Sinaloa-kartel, Joaquin 'De Kleine' Guzman, ontsnapt in een busje met
wasgoed uit een Mexicaanse gevangenis. Hij belooft na zijn uitbraak de
Mexicaanse drugshandel te gaan domineren en vormt daartoe een coalitie
met andere drugsbendes.
2002: De politie brengt het
Tijuana-kartel een zware slag toe door drugsbaron Ramon Arellano Felix
te doden en een van zijn broers te arresteren.
2003: Het leger
vat Osiel Cardenas, de leider van het Golf-kartel uit het oosten van
Mexico, in de kraag na een schietpartij in de grensstad Matamoros.
2004:
In het machtsvacuüm na de arrestatie van Cardenas stuurt Guzman
zwaarbewapende bendeleden naar de grenssteden met de Amerikaanse staat
Texas om de lucratieve drugssmokkelroutes over te nemen. Hevige
gevechten breken uit, waardoor de mannen van Guzman zich uiteindelijk
terugtrekken.
2005: Guzman probeert de macht over te nemen in het
grensgebied van Tijuana en de smokkelroutes naar de Amerikaanse staat
Californië. Het geweld escaleert en meer dan 1500 mensen sterven in een
jaar tijd.
2006: Het geweld breidt zich uit naar Acapulco,
Monterrey en Michoacan in het westen van Mexico. President Felipe
Calderón treedt aan en stuurt het leger op de drugsbendes af. Het aantal
doden loopt dit jaar op tot 2300 en gruwelijkheden zoals martelingen en
onthoofdingen nemen hand over hand toe.
2007: Calderón levert
Cardenas uit aan de Verenigde Staten. Ook neemt de politie 23 ton
cocaïne in beslag, een historische gebeurtenis in Mexico. De Amerikaanse
president George Bush besteedt 1,4 miljard dollar aan drugsbestrijding
in Mexico. Het dodental stijgt dit jaar wederom, dit keer naar
drieduizend mensen.
2008: De mannen van Guzman richten zich op
het Juarez-kartel in het noordelijke grensgebied van de staat Ciudad
Juarez. Dit wordt al snel een van de bloedigste slagen tussen
drugsbaronnen. Drugsgerelateerd geweld eist dit jaar aan 6300 mensen het
leven.
2009: Calderon zendt tienduizend militairen naar Ciudad
Juarez, maar het moorden gaat door. Het geweld slaat over naar de
Amerikaanse staat Arizona, waarna president Barack Obama hulp belooft.
Het dodental stijgt ondanks alle moeite van de overheid dit jaar tot
zevenduizend. In december doodt de politie drugsbaron Arturo Beltran
Leyva, een van de zes belangrijkste smokkelaars van het land.
2010:
De politie pakt in januari drugsbaas Teodoro 'el Teo' Garcia Simental
van het Tijuana-kartel op. De drugsbendes worden brutaler en doden drie
mensen die gelieerd zijn aan het Amerikaanse consulaat in Ciudad Juarez.
Ook laten ze een autobom ontploffen in dezelfde staat en brengen ze een
gouverneurskandidaat in Tamaulipas om het leven. Het dodental passeert
halverwege juni al de vijfduizend. Eind juli wordt Ignacio 'Nacho'
Coronel van het Sinaloa-kartel door het leger doodgeschoten.