Door: Jan-Albert Hootsen
Gepubliceerd: woensdag 18 augustus 2010 23:25
Update: woensdag 18 augustus 2010 23:25
In hartje Mexico Stad doen tientallen scribenten ouderwets
monnikenwerk. Ze zijn een levende traditie in een veranderende wereld.
‘Klopt dat, wat hier staat?’ José Edith Gonzalez (70)
tuurt naar het papier naast zijn typemachine. Zijn klant, Alfredo
Yescas, kijkt even naar de tekst en knikt dan bevestigend, waarna de
scribent weer verder ratelt op zijn vijf decennia oude Zwitserse
typemachine. Hij kopieert de eigendomspapieren van een stuk grond, dat
Yescas overneemt van zijn vader. ‘De papieren waren half vergaan en zijn
straks niet meer geldig’, legt hij uit. ‘Mijn vader doet al heel lang
zaken met José, dus hij beval me aan bij hem de papieren te laten
overtikken. Dan krijgen we straks geen problemen met de overheid.’
Gonzalez heeft een van de meest traditionele beroepen
van Mexico: dat van escribano ofwel scribent. Een scribent is een
professioneel schrijver, eindredacteur, notulist, adviseur en
vertrouwenspersoon ineen. Hij stelt teksten op, corrigeert ze,
transscribeert en geeft adviezen over officiële papieren. Hier, in een
portaal op het eeuwenoude Plaza Santo Domingo in hartje Mexico Stad,
houden enkele tientallen scribenten in de buitenlucht kantoor. Keurig
naast elkaar opgesteld staan een stuk of dertig tafeltjes, waarachter de
scribenten driftig typen.
Nonnenwerk
Al eeuwen komen Mexicanen naar het Plaza Santo
Domingo om hun teksten netjes uit te laten werken. De eerste scribenten
kwamen in de 18e eeuw naar Nieuw Spanje, zoals Mexico voor de
onafhankelijkheid heette, om burgers die niet konden lezen en schrijven
bij te staan met ingewikkelde overheidsprocedures en wetten. De
inktpotten en ganzenveren van weleer werden mettertijd vervangen door
typemachines, maar het beroep is door de jaren heen niet wezenlijk
veranderd. De scribenten worden ook wel evangelisten genoemd, naar de
nonnen die in het verleden hetzelfde werk in kloosters deden. Hun
werkplek heet dan ook het Portaal der Evangelisten. Zowel Mexicanen als
toeristen komen er graag, vanwege de gemoedelijke sfeer en de
schitterende koloniale architectuur.
José Edith Gonzalez is een oude rot in het vak en zit
er al vijftig jaar. Hij is dol op zijn werk, dat voor hem meer is dan
zomaar een baan: ‘Het is een grote verantwoordelijkheid. Je moet
rechtschapen zijn, een goed gevoel voor ethiek hebben en grondig zijn.
Klanten vertrouwen je en dat mag je niet beschamen, want wij halen onze
inkomsten uit mond-tot-mondreclame.’
Knotsgek
De meest uiteenlopende klanten kloppen bij Gonzalez
aan: van analfabeten en studenten die een boekbespreking moeten maken
tot bouwvakkers die een nette factuur nodig hebben en huiseigenaren die
vergane eigendomspapieren willen laten overtypen. Maar ook persoonlijke
teksten behoren tot de werkzaamheden. Niet zelden roept een verliefde
hoofdstedeling professionele hulp in bij het opstellen van een
liefdesbrief. ‘Het is natuurlijk niet niks dat iemand zijn meest intieme
gevoelens aan je toevertrouwt’, zegt Gonzalez. ‘Ik schrijf ook niet
alleen maar wat me wordt verteld, ik help ook meedenken met het
opstellen van een mooie liefdesbrief. Voordat iemand je zo’n opdracht
geeft, ben je jarenlang bezig met het opbouwen van een goede reputatie.
Klanten moeten op je discretie kunnen vertrouwen. Ze komen ook nooit
direct naar me toe, ik word aanbevolen door tevreden klanten met wie ik
een goede professionele relatie heb opgebouwd.’
Soms komt er ook iemand langs die gewoon knotsgek is.
Gonzalez verhaalt schaterlachend van een vaste bezoeker aan het portaal
die bekend stond als El Rey, de koning. ‘Die kerel dacht hij de koning
der Azteken was. Hij kwam af en toe wel eens bij me langs om een van
zijn koninklijke decreten op te laten stellen.’
Overdracht
Prijzen voor een tekst variëren, afhankelijk van de
grootte, moeilijkheidsgraad en inhoud. Volgens Gonzalez is het geen
vetpot, maar kan hij er zijn familie van onderhouden. Ook komen er niet
altijd evenveel klanten. Het is bijna het einde van de middag en hij
heeft vandaag pas één klus gehad. Zijn humeur lijdt er evenwel niet
onder. ‘Ik zit hier graag, hou van de open ruimte.’
Hoewel de scribenten nog steeds klanten trekken,
heeft het beroep niet het eeuwige leven. Het opleidingsniveau van de
Mexicanen neemt steeds verder toe, terwijl het internettijdperk van
palmtops, iPads en Blackberry’s al lang en breed zijn intrede heeft
gedaan. Dat het scribentschap nog bestaat, is goeddeels te danken aan de
overdracht van het beroep van vader op zoon en de mond-tot-mondreclame
van de klanten. Gonzalez denkt desondanks dat de scribenten op termijn
wel zullen verdwijnen. ‘Ik zou dat heel erg jammer vinden, maar zo gaan
die dingen. Zelf ga ik voorlopig in ieder geval niet weg. Mijn vrouw
klaagt al vijftig jaar tegen me dat ik eens een normaal vak moet kiezen,
maar ik vind het nog steeds prachtig om te doen. Ik blijf scribent tot
ik erbij neerval.’