Door: Alex Hijmans
Gepubliceerd: zondag 4 december 2011 22:26
Update: zondag 4 december 2011 22:30
Hoe vier je Sinterklaas als je schoonfamilie zwart is? Hoe zwarte Nederlanders dit doen weet ik tot mijn schaamte niet, maar toen mijn (blanke) Nederlandse familie vorig jaar toevallig op 5 december bij mij in Brazilië was, hebben we Zwarte Piet weggemoffeld. Omdat het kon. Want in Brazilië zijn Sint en Piet net zo bekend als, pakweg, de Saci-Pererê in Nederland.
Waarom zo nodig Sinterklaas vieren? Omdat mijn Braziliaanse schoonfamilie denkt dat Nederland een culturele woestijn is. Nederlanders dansen en zingen niet, en leuk, zo’n Nachtwacht, maar die hangt in het Rijksmuseum – in Brazilië heb je er weinig aan. Sinterklaas was mijn antwoord op hun samba.
De betovergrootouders van mijn man waren Afrikanen die als slaven op Braziliaanse plantages tewerkgesteld werden. Driehonderd jaar slavernij en een nog altijd voortdurende vicieuze cirkel van armoede, kansloosheid en discriminatie hebben in Brazilië diepe wonden achtergelaten. In mijn hoofd componeerde ik alvast de toespraak die ik zou houden om Zwarte Piet en Nederlands slavernijverleden aan mijn schoonfamilie uit te leggen.
Mijn man vond dat ik gigantisch overdreef. ‘Ten eerste zit het tussen jouw oren. Ten tweede, wat niet weet, wat niet deert.’
Een Zwarte Pietloos heerlijk avondje was het resultaat. Daar werd aan de deur geklopt. Er stond een jute zak vol cadeautjes. Mijn broer hield een verdieping hoger zijn lachen in. Een paar tellen later mikte hij handenvol Nederlandse pepernoten de flat in.
Iago, het 5-jarige neefje van mijn man, mocht als eerste in de zak graaien. Het zorgvuldig uitgezochte pakpapier toonde enkel Sinterklaas. Ik legde Iago uit dat São Nicolau op een wit paard over de daken rijdt. Mijn schoonouders luisterden met open mond naar Zie de maan schijnt...: opeens bleken Nederlanders wél te kunnen zingen.
Halverwege de avond wees Iago naar het dak van de flat aan de overkant. ‘Daar ging São Nicolau!’
Zwarte Piet bleek niet essentieel. Een gelovend kind wel.
In Ongebaande paden berichten correspondenten over dingen van de dag in hun land.