Door: Eva Ludemann
Gepubliceerd: dinsdag 20 december 2011 23:26
Update: woensdag 21 december 2011 08:01
Ramallah is hét uitgaanscentrum van de Palestijnse gebieden. Heerlijk eten, chillen in een bruin café, loungen en voetjes van de vloer; het kan allemaal. ‘Wij willen leven!’
Elke dag bier, is goed voor de nier.’ Samer Faris neemt dit ‘doktersadvies’ op de website van Taybeh Bier graag ter harte. De Palestijnen hebben nog geen eigen staat, maar wél eigen bier, met de grootste brouwerij in Ramallah. Taybeh is het eerste bier op de tap in elk café en elke bar in de stad. En dat aantal taps groeit en groeit, want het nachtleven in Ramallah bruist als nooit tevoren.

De stad op de Westelijke Jordaanoever, net ten oosten van Jeruzalem, is dan wel bezet door Israël, maar jonge Palestijnen weigeren hun leven er totaal door te laten verzieken. ‘Het gaat niet altijd even gemakkelijk, maar we willen lol hebben, relaxen en genieten, net als onze leeftijdgenoten in de vrije wereld’, zegt Samer. Hij heeft drie favoriete bars: Sangria’s Beer Garden, de intens populaire Orjuwan Lounge Bar en de Sparkles Bar in het spiksplinternieuwe Mövenpick Hotel, het eerste vijfsterrenhotel in Ramallah. ‘Naar Sparkles gaan we meestal voor het echte harde drinken’, grinnikt Samer. Hij begint met Taybeh, gaat over op wijn en eindigt met zijn favoriete drankje. ‘Whisky, van Chivas Regal. Heerlijk!’
Diepe decolletés
Ramallah Rocks. Elke donderdagavond, het begin van het weekend in de Palestijnse gebieden, is het centrum van de stad een kakofonie van liveoptredens van bands en dj’s. Al helemaal in de lente, zomer en herfst, want dan gaan de Ramallawi’s in de openlucht uit hun dak. Jonge mannen en vrouwen, moslims, zoals Samer, en christenen, allen strak gekleed naar de laatste mode, diepe decolletés en met heel af en toe een hoofddoek ertussen. En niet alleen de Ramallawi’s. Ook hordes jonge Palestijnen uit Oost-Jeruzalem gaan uit in Ramallah; ze voelen zich ongewenst in Israëlische uitgaansgelegenheden in West-Jeruzalem.

| Foto's: Getty Images
In de Orjuwan Lounge Bar maken Saleem, Sari en Katia Sakakini zich op voor Kerstavond en Oud en Nieuw. De kerstboom is opgetuigd, hun twee in Italië opgeleide chefs Iyad Khalaf en Samer Gedeon bereiden een kerstdiner met onder meer geroosterde kastanjes, cranberry eendenborst en kippenleverpaté en moeder Sakakini werkt aan een kerstcake naar eigen, geheim recept.
Drive through
De broers en zus Saleem (32), Sari (31) en Katia (26) verwachten topdrukte met de feestdagen, ook omdat de eigenaren van sommige andere clubs hun tent dichtgooien. Omdat zij belijdende christenen zijn – in Ramallah wonen relatief veel christenen – of omdat ze gewoon vrij willen zijn met de feestdagen. Zoals Vatché ?Mardirossian, eigenaar van Vatché’s Garden Restaurant, het eerste fastfood-eethuis in Ramallah met drive through. Tot voor kort was het nog Vatché’s Café, alhoewel het eigenlijk een nachtclub was, maar, zegt Vatché, het was tijd voor wat nieuws. ‘De concurrentie was gierend, er zijn nu achttien nachtclubs in Ramallah. Met mijn nieuwe restaurant verdien ik meer. Ik doe ook aan home service en breng lunches aan kantoor. Maar haha, don’t worry, ik verkoop nog steeds bier.’ Vatché denkt dat hij met de feestdagen naar Orjuwan gaat. ‘Omdat het eten er lekker is en het er heel gezellig is. In Orjuwan hangt een speciaal sfeertje.’ Saleem Sakakini lacht om zijn oude schoolvriend. ‘Als Vatché met de feestdagen niet naar onze bar komt, geef ik hem een schop onder zijn kont.’

In het nachtleven van Ramallah kent iedereen iedereen. De stad van driehonderdduizend inwoners ligt ingeklemd tussen de Israëlische muur en enkele van de honderden controleposten die Israël overal op de Westelijke Jordaanoever om Palestijnse gemeenschappen heeft opgericht. Ze is behoorlijk liberaal, vergeleken met andere steden op de Westoever als Nablus, Hebron, Jenin of Tulkarem, waar een nachtleven als in Ramallah onvoorstelbaar is.
‘Hier kan veel meer’, zegt Nakhleh Jubran, stamgast bij Orjuwan en manager van het honderdjarige en bloeiende familiebedrijf Ramallah Arak, de Arabische versie van de Griekse ouzo. ‘Hoeveel Palestijnse burgemeesters zijn christen én vrouw?’ vraagt Nakhleh retorisch over Ramallahs eerste burger Janet Mikhael. ‘Deze stad heeft een liberale traditie.’
Paradepaardje
Het is niet alleen de traditie die Ramallah anders maakt dan de andere Palestijnse steden, of de aanzienlijke christelijke gemeenschap die er woont. Het komt ook door de Israëlische bezetting. Bedrijven, ngo’s, de VN en andere organisaties hebben hun hoofdkwartieren noodgedwongen naar Ramallah verplaatst. Die stad ligt het dichtst bij de Israëlisch-Palestijnse grens: reizen op de Westelijke Jordaanoever is een hel door de Israëlische controleposten, waar je vaak urenlang wordt opgehouden. Forensen is gekkenwerk.
Zakenlui, expats en diplomaten, ze wonen allemaal in Ramallah, dat bovendien de zetel is van het Palestijnse Gezag op de Westelijke Jordaanoever. ‘De regering laat alles toe in Ramallah, het is het Palestijnse liberale, seculiere paradepaardje’, zegt Nakhleh. ‘Onze stad moet het Palestijnse imago opkrikken.’ Nog een verschil: in alle Palestijnse steden controleert van oudsher een kleine groep prominente families de economie en politiek. In Ramallah bestaan deze familiestructuren niet echt meer, onder andere door de grote migratiegolven uit en naar de stad.
Stad onder bezetting
Ramallah is booming, wordt vaak door buitenlandse media gezegd, omdat het de afgelopen twee decennia de facto de economische en politieke hoofdstad van Palestina is geworden. Maar het woord boomingstaat veel Ramallawi’s tegen. ‘Onze stad groeit’, zeggen zij liever.
Al met al blijft het een stad onder bezetting. Natuurlijke groei is moeilijk, Ramallah groeit door ruimtegebrek met name de hoogte in. De economie is niet gebaseerd op productie, technologie of de dienstensector. Buitenlandse investeerders zijn er nauwelijks, vanwege de onzekere politieke situatie. Wel zijn na de Oslo-akkoorden in 1994 en na de Tweede Intifada (2005) veel Palestijnen uit voornamelijk de VS teruggekomen, de meesten naar Ramallah.
Onder hen ook multimiljonairs als Bashar al-Masri, die zijn in de VS verdiende kapitaal steekt in onder andere de bouw van de nieuwe wijk ar-Rawabi. Dat is een project van 560 miljoen euro, net buiten Ramallah en recht tegenover een Israëlische nederzetting. Tenminste, dat is het plan. Maar het kan niet doorgaan als Israël weigert een vergunning af te geven om de toegangsweg naar de heuveltop te verbreden. Bouwmachines, architecten en bouwvakkers wachten al drie jaar op de vergunning.
Ramallah-syndroom
Het zijn de kinderen van de Palestijnse elite die ‘s avonds in de bars en clubs zijn te vinden. Ze zijn goed opgeleid aan buitenlandse instituten of aan de Bir Zeit Universiteit even verderop. Het grootste gedeelte van de inwoners van Ramallah kan zich dergelijke uitjes niet veroorloven. Volgens de VN leeft 47 procent van de Ramallawi’s onder de armoedegrens, de werkloosheid is boven de 20 procent. Het gros van de Palestijnen ligt nog altijd aan het infuus van de internationale donorgemeenschap.
Vooral de oudere generatie heeft regelmatig kritiek op het ‘lichtzinnige’ bestaan van de jongeren. Die zouden lijden aan het Ramallah-syndroom: ze fantaseren dat ze een normaal bestaan leiden. En door hun gedrag ondermijnen ze het verzet tegen de Israëlische bezetting.
‘Onzin’, zegt Saleh die samen met zijn vriendin Morgan La Vie Café runt. ‘Alsof wij de bezetting een moment zouden kunnen vergeten. De wc kan vaak niet worden doorgetrokken, omdat er weer geen water is, of de drank is op, omdat de nieuwe levering niet door de wegblokkade kwam. Het wordt ons elk moment ingepeperd. Ik neem mijn koffie af van een joodse leverancier in Jeruzalem, maar hij mag die niet bij mijn café afleveren. ‘Te gevaarlijk’, zeggen de Israëlische militairen bij de controleposten. Dus moet ik elke week naar Jeruzalem, een uren durende en daardoor kostbare reis.’
‘Moeten we soms de hele dag huilend in een hoekje blijven zitten?’ schampert Nakhleh. ‘Bezetting of niet, het leven gaat door en we willen er dan toch het beste van maken. Waarom mogen wij niet gelukkig zijn? Kijk naar Beiroet, tijdens de burgeroorlog daar, de Libanese jongeren feestten tot ze erbij neervielen. Waarom moeten wij onszelf verdedigen als we plezier maken? Pret is heel normaal, dat hoort bij het leven.’
De bloemetjes buiten
Nakhleh, Vatché, Samer, Saleem en andere jongeren schrijven de kritiek toe aan een generatiekloof. De jongere generaties Palestijnen hebben veel meer gezien van de buitenwereld, zij zijn de best opgeleide jongeren van de hele Arabische wereld en zijn veelal liberaler dan hun ouders, of ze nu moslim of christen zijn.
De komende twee weekenden gaan zij de bloemetjes buiten zetten, zoals jongeren overal ter wereld. ‘Wij doen het zelfs nog beter’, lacht een Palestijnse feestvierder die zijn naam niet wil noemen. ‘Wij hebben dan wel niet dezelfde rechten als jullie, maar wij mogen tenminste wél roken in de bar!’