Rode wijn, vele sigaretten en schrijversuren in Parijs ‘Onder jouw portret en dat van je vrienden, proost ik op je’

Zoeken naar een spoor van Simone

Door: Simone Best
Gepubliceerd: maandag 7 januari 2008 23:39
Update: maandag 7 januari 2008 23:39

Romantische beelden heb ik bij mijn voornaam Simone, vernoemd naar de Franse filosofe De Beauvoir. Nachten vol filosofie en rode wijn in Franse cafés, dat trok me altijd wel. Morgen is haar honderdste geboortedag. Ik zoek de vrouw die me al 29 jaar achtervolgt op in de Franse hoofdstad en schrijf haar een brief.

Beste Simone,

Uit jouw stad schrijf ik je. Al mijn hele leven ben ik met je verbonden doordat mijn moeder geïnspireerd raakte door jouw boeken. Maar wie ben je? Hoe zag je leven in Parijs eruit? Aan welke cafétafels schreef je? En: lijk ik op je? Zelf houd ik ook van schrijven en nadenken in cafés. Maar dat is op een heel ander niveau dan jij deed. Ik ben bijvoorbeeld geen filosofe. Maar, wie weet hebben we raakvlakken. Dus gewapend met je liefdesbrieven van 1947 tot 1964 aan de Amerikaan Nelson Algren, waarin je gedetailleerd je Parijse leven beschreef, volg ik jouw sporen in de Franse hoofdstad.

Door je boek kom ik steeds meer over je te weten. Dat je als nachtvlinder leefde op drank en vele sigaretten, dat je niet van saaie mensen hield en dat je veel hebt gereisd. Dat laatste hebben we in ieder geval gemeen. En wat betreft de bijna levenslange liefdesrelatie die jij met Sartre onderhield… samen met een studiegenoot pakte ik tijdens de studie elk vrij uurtje om in een bruin Utrechts of Amsterdams café onder het genot van Gauloises zonder filter en flessen rode wijn eindeloos te zitten. En te praten. Samen zouden we oud worden, al filosoferend en boeken schrijvend. Met jullie als voorbeeld. Dat we geen fysieke liefdesrelatie onderhielden, paste alleen maar beter in het plaatje. Sartre noemde jij tenslotte ook ‘warm in alles, behalve in bed’. Die behoefte vervulde je liever elders. In die tijd beantwoordde ik de vraag hoe ik de toekomst zag dan ook steevast met: ‘Aan drank ten onder gaan in rokerige cafés, net als mijn naamgenoot’.

Geen saaie mensen

De eerste kennismaking met een van jouw favoriete plekken gebeurde toevallig op weg naar het hotel. Ik was uit de metro de verkeerde kant opgelopen over de Rue de Vaugirard en liep langs de Jardin du Luxembourg waar jij vaak een wandeling maakte. Op 30 oktober 1947 schrijf je: ‘Vandaag was een goede dag omdat ik geen saaie mensen heb ontmoet en de hele dag hard kon werken.’ Ik heb ook gewandeld in de tuinen van het Luxembourg en in de zon gezeten, het was hier bijna de oktoberzomer; zoals bij jou met de geur en de prachtige kleuren van dode bladeren.

Nu, zestig jaar later, bezoek ik net als jij het park. Ook vandaag schijnt de zon en zitten er overal lezende en zonnende mensen. Parijzenaren die twee stoelen gebruiken: één om op te zitten en één onder de benen. Een paar mannen lezen de Metro, niet echt jouw soort lectuur, denk ik, daar kijk je vast een beetje op neer, zoals je ook enigszins uit de hoogte bent over die semi-kunstenaars aan de Seine die er volgens jou niks van bakken. Ik zag ze deze ochtend inderdaad ook weer zitten, maar ze hebben er zelf in ieder geval plezier in.

Betovering

Na de tuinen wandel ik langs je appartement in Rue de la Bûcherie dat je helemaal had ingericht met souvenirs uit alle hoeken van de wereld: ‘Ja schat (...) ik woon in de rue de la Bûcherie nummer 11. Het is een heel oud straatje in Quartier Latin dat niets te maken heeft met het afmaken van onschuldige dieren, er is geen boucher (slager) te bekennen’, schrijf je op 23 oktober 1948. Als vegetariër ben ik meteen geboeid en vlakbij de Seine vind ik het straatje. Je schrijft dat je appartement ‘prachtig uitzicht’ op de Notre-Dame heeft. Wist je dat er in jouw voormalige huis een groot hotel zit? Huisnummer 11 is onvindbaar, het is de achterkant van een groot wit gebouw. Je moet achter een van de ramen aan de hoekkant hebben gewoond, want daar kun je precies de Notre-Dame door een steegje zien.

En raad eens: er ligt een heel klein vegetarisch restaurant. Inderdaad: weinig vlees in Rue de Bûcherie! Ik zat daar fijn in mijn eentje na te denken en stukjes te schrijven toen er een Française, ook eind twintig schat ik, naast me kwam zitten aan het enige tafeltje dat nog vrij was. Ze zat daar net als ik gewapend met een pichet rode wijn in een boekje te schrijven. Na een paar dagen Parijs, zonder een medeschrijver te hebben ontmoet in de talloze cafés, was hier in jouw voormalige straat plots een klein schrijverscafé ontstaan. Ik wilde haar aanspreken, maar iets hield me tegen. Misschien de angst om de betovering die ik aan het tafereel had gegeven te doorbreken.

Gebruinde vrouwen

Vlakbij café Les Deux Magots waar je ook vaak te vinden was, op het Place Saint-Germain-des-Prés, hangt een bordje met: Place Sartre-Beauvoir. Voor altijd zullen jij en levensgezel Jean-Paul Sartre hier herinnerd worden. Toeristen gaan om beurten met het bordje op de foto. Saint-Germain is een boulevard die ook veel terugkomt in je brieven. Zo schrijf je op 21 mei 1947: ‘Gisteravond smolt mijn hart een beetje toen ik op de boulevard Saint-Germain zat; de bomen, vol blad en het avondlicht waren prachtig.’ De boulevard is mijn ijkpunt deze dagen tijdens de wandelingen van wijk naar wijk. In de zijstraatjes kun je met gemak een restaurantje vinden waar je voor een redelijke prijs kunt eten.

De volgende dag heb ik een rondje gemaakt langs de cafés waar jij urenlang aan je boeken schreef. In je brief van 17 juni 1947 staat: ‘Ik heb een cognac besteld en schrijf je hier op de eerste verdieping van Café de Flore, ons existentialistische café. In de grote ruimte beneden en op het terras zit het stampvol mensen, maar hier is geen mens behalve ik. Ook nu is Café de Flore boven, op de wc’s na uitgestorven. Beneden is geen schrijver te bekennen, wel vele net iets gebruinde vrouwen met een grote zonnebril in het haar met broodjes zalm en witte wijn. Wel word je er uitstekend bediend, dat zul je wel gewaardeerd hebben en obers begeleiden de oudere vaste klanten aan de arm (Jou ook toen je op leeftijd was? Of was je daar te zelfstandig voor?) naar hun plekje.

In het grote café La Coupole in Montparnasse moet ik even slikken. Na een monoloog van dagen, sta ik plots oog in oog met jou en je vrienden. Vanaf een grote zwart-wit foto kijk je me star aan. Na de koffie bestel ik, om de traditie in stand te houden, rode wijn. Onder jouw portret en dat van je vrienden proost ik op je. Ik zal altijd aan je verbonden blijven. En of we elkaar zouden liggen, ik heb geen idee. Maar bepaalde tradities uit jouw leven zitten me in ieder geval als gegoten.

Groeten uit Parijs,

Simone

Trefwoord(en): Simone De Beauvoir, filosofie,

Aanmelden nieuwsbrief

E-mail
Voornaam
Achternaam

Ontbijt Nieuws Iedere werkdag rond 09:00 uur de laatste headlines van DePers.nl in uw mailbox.
Lunch Nieuws Iedere werkdag rond 12:00 uur de laatste headlines van DePers.nl in uw mailbox.

Verstuur

 
  Plaats dit bericht op Twitter Voeg dit bericht toe aan NuJij.nl Voeg dit bericht toe aan linkedin.com Voeg dit bericht toe aan hyves.nl Voeg dit bericht toe aan facebook.com Reageer Stuur dit bericht door per email Stuur door Druk deze pagina af op je printer Print  

Meest gelezen cultuur

Meer nieuws cultuur

Volgend bericht >

Reageer op dit artikel:  

 


 
 


© Copyright DePers.nl