Door: Dirk Koppes 
Gepubliceerd: maandag 9 juni 2008 20:59
Update: dinsdag 10 juni 2008 00:46
In zijn nieuwe roman loopt het slecht af met Israël, maar vader en zoon Mannheim brengen het er beter vanaf.
Geboorte, liefde en de dood. Voor minder doet Leon de Winter het niet in zijn oeuvre. Na zes jaar broeden in zijn Bloemendaalse villa komt de schrijver van Kaplanen Supertexnu met Het recht op terugkeer, een roman die zich kan meten met zijn beste eerdere werk.
De Winter, zelfverklaard amerikanofiel, gelooft in de door Amerikanen tot perfectie gebrachte schrijfstijl, die vloeiend en moeiteloos overkomt en waar vooral de noeste arbeid niet aan mag af te lezen zijn. En inderdaad, Het recht op terugkeeris zo’n genadeloze pageturner waarbij de lezer tot de laatste bladzijde blijft hopen op een happy end.
Bijna bruut bespeelt De Winter de emoties van zijn publiek. Hoofdfiguur Bram Mannheim is uit de mal gegoten waarin bijna alle centrale personages uit De Winters werk passen: een intellectueel van Nederlands-joodse afkomst, die een moeizame relatie heeft met zijn vader, en diens fouten niet wil herhalen bij zijn eigen zoon.
Pa Hartog Mannheim was een briljante geleerde die de Nobelprijs heeft gewonnen en zijn zoon intellectueel inferieur acht. Zoonlief probeert zijn leven lang de waardering van Hartog te winnen, maar zelfs een professoraat geschiedenis van het Midden-Oosten volstaat niet.
Gelukkig verzandt De Winter niet in navelstaarderij. Zijn roman speelt van 2004 tot 2025 en bestrijkt drie continenten. In dat tijdsbestek moeten flink wat geboortes, liefdes en doden worden afgewerkt.
Het boek opent in 2024 in de stad Tel Aviv. Israël is gereduceerd tot een minimale stadstaat, de Palestijnen rukken op en Jeruzalem is reeds verloren gegaan. De ultra-orthodoxe joden hebben hun latente antizionisme te voorschijn getoverd en wachten in de Heilige Stad op de terugkeer van de Messias.
Hoe meer hel en verdoemenis, hoe eerder die komt. Bram Mannheim heeft een bureautje waarmee hij verdwenen kinderen probeert op te sporen. In zijn vrije tijd werkt hij bij de ambulancedienst, die de talloze slachtoffers van zelfmoordaanslagen moet afvoeren.
Wie De Winters columns in Elsevierkent, zou een politiek betoog over het wel en wee van de staat Israël kunnen verwachten of vrezen, maar daar heeft de auteur geen tijd voor. Alle 450 pagina’s lang focust hij op de arme Bram, die zoveel tegenslagen moet verwerken. Het apocalyptische toekomstvisioen speelt slechts op de achtergrond.
Bram overkomt wat elke ouder vreest: hij raakt zijn kind Bennie kwijt. In 2008, als hij nog gelukkig getrouwd is en een enorme villa in Philadelphia bewoont. Iedere keer hoopt de lezer dat Bram eindelijk wat levensgeluk vindt, en iedere keer wordt zijn/haar hopen tegen beter weten in door De Winter onderuit gehaald. Ook Bram zelf blijft geloven in betere tijden, maar moet concluderen dat ‘hoop sloopt’.
Ondanks alle ellende is Het recht op terugkeergeen deprimerend boek. Onvoorspelbaar en soms ongeloofwaardig, maar altijd meeslepend. Een vleugje Boys from Brazilverandert het tweede gedeelte bijna in een internationale spionagethriller, zonder dat het grote leed van Bram op de achtergrond raakt.
Hoop doet lezen. Onvoorspelbaar en ongeloofwaardig, maar altijd meeslepend Gelukkig verzandt De Winter niet in navelstaarderij.
Foto: Merlijn Doomernik / Hollandse Hoogte
Leon de Winter, Het recht op terugkeer, De Bezige Bij.