Door: Femke van Wiggen
Gepubliceerd: maandag 20 oktober 2008 23:46
Update: dinsdag 21 oktober 2008 00:07
In zijn boek Bestsellervertelt literair agent Paul Sebes over de do’s en don’ts van het literair debuteren.
Paul Sebes (42) staat op een veiling op de Frankfurter Buchmesse als hij de telefoon opneemt. Of ik tien minuten later kan bellen, hij probeert nu eerst een roman aan een Duitse uitgever te verkopen. ‘Er is nog een aantal bieders over, dus het is even opletten.’ De thriller in kwestie, Het Tulpenvirus van Daniëlle Hermans, verkocht hij een week voor de grootste boekenbeurs ter wereld begon ook al aan het New Yorkse St. Martins Press. Niet slecht voor een debutante. Zoals het hoort, voor een goed debuut dat past in de huidige thrillertrend, vindt Sebes.
Maar juist aan goede (en commerciële!) debuten schort het nogal, merkte hij de afgelopen jaren. Stapels manuscripten komen er jaarlijks, nee, zelfs wekelijks binnen bij zijn agentschap Sebes & Van Gelderen, maar uiterst zelden zit daar een literair pareltje tussen van een nieuwe naam. ‘Soms zie ik al na een halve pagina of een manuscript goed of niet goed is. Maar in 75 procent van de gevallen moet ik meer lezen. Tel uit je werk.’
Daarom, ‘uit eigenbelang’, lacht Sebes, schreef hij Bestseller (Thomas Rap). In dit met vaart en humor geschreven handboek, vol do’s en don’ts voor de schrijver die zijn manuscript graag gepubliceerd ziet (en dat zijn er in Nederland meer dan een miljoen), vertelt Sebes wat je als schrijver moet beseffen voor je begint met schrijven – en als je manuscript af is. Het leuke aan Bestseller is dat het geen standaard schrijvershandboek is. Er lijkt Sebes zelfs veel aan gelegen de potentiële debutant te ontmoedigen, want het romantische beeld van de getormenteerde ziel die alleen schrijft als hij inspiratie heeft, mocht wat Sebes betreft aan gruzelementen. ‘Waarom denk je dat ik geen roman schrijf? Omdat het rotwerk is. Het is keihard. Kiezen voor jezelf, je opsluiten en geen vetpot.’
Hoewel Sebes tien jaar geleden begon met opdrachten voor Nederlandstalige auteurs te regelen, scout hij inmiddels ook al jarenlang literair talent en brengt mensen onder bij de voor hen juiste uitgeverijen. Tijdens zijn cursussen literair debuteren kwam hij vaak dezelfde fouten tegen. ‘Schrijvers die geen vooronderzoek doen, ‘gewoon even’ Grunberg nadoen, slordig zijn of geen kritiek kunnen velen. Er zijn er genoeg die na weigeren opnieuw beginnen. De overschatting die ik tegenkom!’
Sebes wist dat dit was wat hij wilde toen hij op zijn 25e voor het eerst op de Frankfurter Buchmesse stond. Inmiddels doet menig uitgeverij zaken met hem. Afgelopen voorjaar stuntte hij nog door uitgeverijen tot biedingen te verleiden op een boek van Ivo Victoria, waar nog maar zes pagina’s van af waren. ‘Ik hang nu op, want zo begint de veiling waarin ik Sneeuweieren van Ricus van de Coevering aan een Duitser wil verkopen!’