Door: Arjan Terpstra
Gepubliceerd: maandag 22 december 2008 01:02
Update: maandag 22 december 2008 01:02
Producer Nick Page zocht in Ethiopië naar muzikale originaliteit. Hij kwam terug met een van de beste platen van dit jaar.
A Town Called Addis Track 01: Azmari Dub
Het blazerstrio Horns of Negus opent met een galmend intro. Klanken die een voorwereldse koning aankondigen; majestueus, indringend. Tinkelende belletjes leiden de messenqo in, de eensnarige Ethiopische viool, die droog en vuil zagend tegenwicht biedt aan de heldere trompetten en sax. Dan vallen drum en bas met een loom reggaeritme op hun plaats. Viool en trompetten vallen weg om plaats te maken voor de snerpende stem van Sintayehu Zenebe. Ze begint met een eenvoudig thema. ‘Nana-nana-naa’, in een melodie zo speels dat die je nooit meer verlaat. Dan gaat zij fel los op de tekst, in bijtend Amhaars. ‘Teshakrrr, teshakrrr’.
Het is de muzikale parel van 2008: A Town Called Addis van de Engelse producent Nick Page, alias Dub Colossus. Hij nam roots- en dubreggae als basis, maar liet Ethiopische muzikanten er hun eigen draai aan geven. En dat betaalt zich uit: A Town Called Addis is een wonder van klank, waarbij westerse en Afrikaanse muziekstijlen moeiteloos in elkaar overlopen. Het resultaat laat zich moeilijk in een vakje stoppen. Ethio-reggae? Afrikaanse ambient-dub? Roots-jazz? Cross-over? De plaat wordt verkocht als ‘wereldmuziek’, maar ‘wereld’ moet in dat geval toch echt als ‘werelds’ worden gelezen.
Drie jaar was Nick Page met het project bezig, en hij is er nog vol van. ‘Wat ik zocht in Ethiopië was muzikale eerlijkheid’, vertelt Page. ‘Jarenlang was ik kind aan huis in platenwinkels. Op een gegeven moment was ik verveeld door westerse popmuziek. Je komt op een punt dat je alles al eens hebt gehoord. Tot iemand mij de Ethiopique-platen liet horen uit de jaren zeventig. Toen wist ik weer wat ik zocht: muzikaliteit, originaliteit, een exotisch geluid dat heel dichtbij komt. En het wonderlijke was wat er allemaal in die muziek zat. Het is onmiskenbaar Ethiopisch wat je hoort, maar het is doordrenkt met Amerikaanse soul, reggae, de jazz van John Coltrane. Elvis zelfs, als je goed luistert. Die jongens waren al cross-over toen wij in het Westen die term nog uit moesten vinden. Sindsdien is het altijd mijn streven geweest een plaat te maken die net zo breed was.’
Track 11: Sima Edy
Tsedenia Gebremarkos Woldesilassie reciteert een duistere psalm. Dan zet een trage piano in, en een drumritme als een kamelengang. Meetellen is lastig – wat is dit voor beat? Drumstokjes parelen over de snaredrum, schijnbaar recht tegen het ritme in. Een gitaar slaat een verdwaald akkoord, de washint-fluit neemt de woestijnhitte mee. Piano en bas wisselen van partij, weven een tapijt waarop Woldesilassie een raspende zangpartij uitrolt. Hij legt iets uit, gedreven, steekt een vinger in de lucht. Hij móet een vinger in de lucht hebben.
Ethio-Jazz. Een codewoord in de wereldmuziek. Sinds de release van de Ethiopique-compilaties tussen 1968 en 1974 stond Ethiopië op de kaart als centrum van vernieuwende muziek. Om er in 1974 bij de machtsovername van Mengistu meteen weer af te vallen. De dictator zag volgens goed communistisch gebruik overal vijanden en liet muzikanten vervolgen. Zeker zangers, die via hun liedjes subtiele kritiek op het regime leverden. Kritiek die bijna ongrijpbaar was: het Amhaars, de hoofdtaal van Ethiopië, is ooit bedacht als hoftaal. Een taal als een labyrint, ontworpen om leken van de macht weg te houden. Woorden in lagen, zinnen in kronkels. Een gelaagde taal, uitzonderlijk geschikt voor dichters, zangers en andere critici van een dictatoriaal regime, die kritiek in subtiele zinnen wikkelen.
Mengistu liet niets heel van de muziekscene, werkte muzikanten het land uit. ‘Maar Ethiopië is terug’, zegt Page nu. ‘Ethiopië is het nieuwe Mali in de wereldmuziek. Het land heeft een grote diaspora en met internet vliegt er met een druk op de knop van alles het land in en uit, muzikaal gezien. Alles is mogelijk; de Ethiopische scene is er in ieder geval klaar voor.’
Page kan het weten: voor het project werkte hij in hoofdstad Addis Abeba met tientallen muzikanten. Topmuzikanten wel te verstaan, stuk voor stuk waanzinnige talenten op hun instrument. Fasika Hailu op de kraar-harp. Teremage Woretaw op de messenqo. Samuel Yirga op keyboards. Hun individuele spel, een mix van Ethio-Jazz, etnische Azmari-stijlen en westerse invloeden, is een feest in zichzelf.
Track 04: Shegye Shegitu
Een bluesy slide-gitaar over een trage piano. Vrouwenhanden klappen een droog ritme. Dan start een tekstboekvoorbeeld van een geslaagde vraag-antwoordzang. Mannenstem geeft thema, vrouwenkoor herhaalt. Mannenstem maakt halve zin, wordt halverwege overstemd door de vrouwen. De vrouwen nemen de lead over, geven hem een zin later terug, in een driedelige harmonie waaruit alleen de mannenstem ontsnapt. Zang als een dans.
Noem A Town Called Addis geen vernieuwende plaat. Want sinds wanneer is het opvallend dat je aan muzikale kruisbestuiving doet?
Page: ‘Ethiopische muzikanten vernieuwen al zolang er muziek wordt gemaakt. Bovendien is de dubmuziek die ik naar Addis meenam ook niet nieuw voor Ethiopië. Ethiopische klanken zijn via Jamaicaanse roots-reggaeacts als de Abyssinians in het Westen terechtgekomen. Ik breng die weer mee naar Ethiopië. Dit project is niet iets nieuws, ik heb alleen een nieuwe slinger aan het wiel gegeven.’ In Ethiopische muziek zit jazz, soul, zelfs Elvis als je goed luistert.Dub Colossus A Town Called Addis(Realworld/Xango Music Distribution)