Door: Dirk Koppes 
Gepubliceerd: dinsdag 27 januari 2009 00:04
Update: dinsdag 27 januari 2009 00:04
De jonge natuurkundige Paulo Giordano schreef een levensechte When Harry met Sally.
Niets eenzamer dan een priemgetal: je kunt het door niets delen, het staat alleen in een oneindige reeks cijfers. Althans, zo denkt de jonge Matti erover, een whizzkid die de werkelijkheid om hem heen in getallen en formules vertaalt, de wereld van een mathematicus die de realiteit niet aankan.
Misschien ook de wereld van Matti’s schepper, de jonge natuurkundige Paolo Giordano. Met zijn debuutroman De eenzaamheid van de priemgetallen (uitg. Cargo) heeft de Turijnse twintiger een snaar geraakt. Het boek ging meer dan een miljoen keer over de toonbank.
Terecht, want in zijn genuanceerde portrettering van een bijna autistische wiskundige stijgt Giordano boven alle clichés uit. Matti sleept nog meer problemen mee, als kind heeft hij zijn verstandelijk gehandicapte tweelingzusje een keer in speeltuin gedumpt, waarna ze verdween. De schuldgevoelens blijven Matti achtervolgen. Ook hoofdpersoon Alice krijgt de nodige klappen: zij moet van haar vader skikampioen worden maar krijgt een ongeluk waardoor ze voor altijd kreupel is.
Na het melodramatische begin wordt Giordano’s boek pas echt interessant. Zullen de twee elkaar krijgen? Twee priemgetallen die om elkaar cirkelen, zonder elkaar te bereiken. Een Italiaanse When Harry met Sally met een stevige portie levensleed. Toch wordt het geen tearjerker, waarmee Giordano zijn kwaliteiten als schrijver bewijst.