Door: Robert Vuijsje
Gepubliceerd: dinsdag 19 mei 2009 01:04
Update: dinsdag 19 mei 2009 08:23
Onze redacteur Robert Vuijsje wordt al weken op hoge toon aangevallen om zijn bekroonde boek Alleen maar nette mensen. Hij legt het nog één keer uit.
Tegen het einde van het gesprek aan tafel bij Pauw & Witteman gebeurde het. Irma Accord, de ‘cultureel antropologe uit Amsterdam Zuidoost’ die me beschuldigde van het schrijven van een ‘racistisch boek’, ging haar grootste troefkaart uitspelen. Ze vroeg naar mijn mening over een eventuele roman met het volgende onderwerp, en ik citeer: ‘Hoe zou het zijn als een Marokkaanse jongen die op een jood lijkt Amsterdam Oud-Zuid in zou gaan om op jacht te gaan naar jodinnen en ze in hun davidster te pakken?’

Robert Vuijsje bij Women Inc. | Amaury Miller/Hollandse Hoogte
Allereerst, een ‘racist’ worden genoemd door iemand die zulke taal uitslaat, en dan niet uit de mond van een fictief romankarakter, maar in real life, tijdens een televisieuitzending – het blijft een bijzondere ervaring. Verder laat het stellen van deze vraag haarfijn zien waar het in deze kwestie om gaat. Bij mensen als mevrouw Accord zit het automatisme er diep ingebakken: om per definitie met verontwaardiging en onevenredig grote overgevoeligheid te reageren op alles wat door een buitenstaander wordt gezegd of geschreven over de ‘eigen’ bevolkingsgroep. Zo diep dat zij er blindelings van uitgaat dat dezelfde automatische woede voor alle ‘groepen’ zal gelden. En dat is nu exact het verschil tussen haar en mij. Een rauwe en in directe taal geschreven roman over een Marokkaanse jongen met een voorkeur voor deftige joodse meisjes, ik zou de eerste zijn om het met plezier te lezen.
In de studio van Pauw & Wittemanzaten drie Afro-Surinaamse vrouwen, documentairemaakster Mildred Roethof, actrice Manoushka Zeegelaar Breeveld en mijn eigen vriendin Lynn Spier (foto, red.), die zeiden zich geen moment gestoord te hebben aan de roman. Ze hadden er vooral om gelachen. Na afloop van de uitzending vroeg ik mevrouw Accord nog een keer of ze wel besefte wat ze net had beweerd. Een boek kun je dom noemen, of slecht geschreven, wat mij betreft smakeloos. ‘Racistisch’ is toch van een andere orde. Haar antwoord luidde als volgt: ‘In het boek komen een paar keer mensen voor die racistische dingen zeggen. Dus het is een racistisch boek.’ Dat er een vrij groot verschil bestaat tussen ‘een racistisch boek’ en een boek waarin een paar keer mensen voorkomen die racistische dingen zeggen – het viel haar niet duidelijk te maken. Dit is ongeveer het niveau van de ‘discussie’ waarin ik me de laatste weken heb moeten begeven.
Zo’n vijandig debat, dat verzin je niet
Eerst het boek en waar
het verhaal – volgens mij – over gaat. Je zou denken dat de schrijver
van een roman zelf het beste weet wat hij ermee bedoelde, maar de
laatste weken is me duidelijk geworden dat niet iedereen er zo over
denkt. David, de hoofdrolspeler uit Alleen Maar Nette Mensen, komt uit
een elitair joods milieu, maar hij ziet eruit als een Marokkaan. In het
Nederland van 2009 zijn ‘elitair’ en ‘Marokkaanse jongen’ de twee
uitersten.
In zijn hoofd denkt David dat hij het ene is, maar overal waar hij
komt, wordt hij behandeld als het andere. Deze verwarring over hoe het
nu precies verder moet met de zogenoemde ‘multiculturele samenleving’
is het onderwerp van de roman. David stelt zich een aantal universele
vragen: waar hoor ik bij, wie ben ik, wat wil ik worden?

Anousha Nzume in het gesprek bij Women Inc. | Amaury Miller/HH
Hij zet zich af tegen het milieu van zijn ouders en gaat op zoek
naar een vrouw die zo ver mogelijk af staat van de meisjes die hij tot
dusver kende: een voluptueuze zwarte vrouw uit Amsterdam-Zuidoost, in
het boek wordt ze een ‘Sherida-ketting’ genoemd. Het ironische aan deze
‘discussie’ is dat de mensen die zich boos maakten over de roman,
handelen vanuit dezelfde verwarring over ‘de multiculturele
samenleving’ die het onderwerp van het boek vormt. De een gaat in zijn
verwarring op zoek naar een ‘intellectuele negerin’, de ander gaat in
verwarring op zoek naar vermeende ‘racisten’.
Op 9 mei begon het met een nogal persoonlijk en chaotisch opiniestuk
in de Volkskrant, onder de kop ‘Roman Robert Vuijsje lokt koloniaal
seksisme uit’. Het stuk van Anousha Nzume ging over van alles. Over
waarom ze helaas niet Marokkaans was, want dan had ze zich nog kunnen
vastklampen aan alle media-aandacht, het ging over haar geadopteerde
zoon die donkerder was dan zij en haar status verhoogde, het ging over
het vwo en de hbo-opleiding die ze had afgerond. Het enige wat niet in
het stuk stond: dan ook maar één aanzet tot een bewijs van hoe de roman
in de praktijk ‘koloniaal seksisme’ zou uitlokken.

De maandag erop, terwijl ik in het Amstel Hotel was als genomineerde
voor de Libris Literatuurprijs, lichtte Anousha Nzume haar stuk nader
toe in De Wereld Draait Door. Hetzelfde programma waarin ik als gast op
30 maart door ‘tafeldame’ Aaf Brandt Corstius op ludieke wijze was
beschuldigd van ‘discriminatie’, naar aanleiding van de exclusieve
voorkeur van romanfiguur David, en mijzelf. Deze keer betrof het dus
discriminatie van blanke vrouwen, zoals Aaf, ten gunste van zwarte
vrouwen.
Toevallig had ik een week eerder, op 5 mei, de dag nadat ik in
Antwerpen de Gouden Uil won, toegezegd om op 13 mei te verschijnen in
het Amsterdamse Pakhuis de Zwijger, voor een door Women Inc
georganiseerde discussieavond over de roman. Een ‘open’ en ‘niet
eenzijdig’ gesprek zou het worden. Het persbericht zag ik pas twee
dagen van tevoren. Er bleken kwalificaties in te staan als deze: ‘Onder
literaire vlag schetst Vuijsje een archetypisch beeld van (zwarte)
vrouwen dat door sommigen als karikaturaal, kwetsend en zelfs
discriminerend wordt ervaren.’ Deze kwalificaties werden niet
gepresenteerd als een subjectieve mening, maar als feiten.
Op 13 mei bleken meer dan tweehonderd belangstellenden zich te
hebben gemeld in Pakhuis de Zwijger. Mijn indruk kan niet anders zijn
dan dat daar enkele tientallen mensen bij waren die altíjd woedend
zijn. Mensen die iedere dag wel over iets roepen dat het ‘racisme!’,
‘discriminatie!’ dan wel ‘slavernij!’ is. Ze riepen het een jaar
geleden, over tien jaar zullen ze het roepen en ook over een week.
Alleen dan over een ander boek / tv-programma / actuele gebeurtenis.
De met luide stem gemaakte statements waren soms zo onbegrijpelijk
dat ze nauwelijks te reconstrueren zijn. Het gaat heel goed in
Amsterdam Zuidoost, waarom ging de roman niet over alle goede dingen
die daar gebeuren? Tegelijkertijd gaat het heel slecht in
Amsterdam-Zuidoost, waarom moeten mensen die zo machteloos zijn dat ze
zich nauwelijks kunnen verweren op zo’n directe manier worden
beschreven? De witte mensen uit Amsterdam Oud-Zuid (die in de roman
overigens veel meedogenlozer worden beschreven), daar mag je van alles
over zeggen, want dat zijn allemaal miljonairs die toch niet te raken
zijn.
Twee dagen na de bijeenkomst verscheen een artikel in Boekblad, het
periodiek van Nederlandse boekwinkels. In de Amsterdamse Poort, het
grootste winkelcentrum van Amsterdam-Zuidoost, zijn twee boekhandels.
Frits Schippers van boekhandel Schippers aan het Bijlmerplein: ‘Mensen
vergeten soms dat het boek fictie is. Ik krijg ook genoeg Surinaamse
vrouwen aan de toonbank die zeggen dat ze zich rot hebben gelachen.
Vanmiddag krijg ik er weer twintig binnen. Die ben ik zo kwijt.’
Olivier Smit van boekhandel Bruna Smit aan het zelfde plein: ‘Ik heb
het boek in de etalage staan en er al ruim dertig verkocht.’
Ten slotte wil ik de boze dames en heren danken voor het bevestigen
van de juistheid van een van de grote thema’s uit de roman: Nederland
is een enigszins verward en benauwd land waarin iedereen (voor)oordelen
over elkaar heeft, alleen worden die niet uitgesproken omdat er
allerlei onnavolgbare en onzichtbare wetten bestaan over wat je wel en
niet mag doen en zeggen. De belangrijkste verhaallijnen uit het boek
(joodse jongen ziet eruit als Marokkaan en veroorzaakt verwarring bij
alle partijen, zwart en wit Nederland moeten soms erg aan elkaar
wennen) zijn kinderspel gebleken in vergelijking met wat zich de
laatste weken in werkelijkheid heeft afgespeeld rond een minder
belangrijke verhaallijn uit het boek, namelijk: blank mannelijk
romanpersonage heeft een sterke seksuele voorkeur voor voluptueuze
zwarte vrouwen. Deze uit de context van de rest van de roman geplukte
verhaallijn leidde tot een nationaal debat, compleet met
protestbijeenkomsten, waarbij meteen en zonder aarzeling de grootste
kanonnen van stal werden gehaald: racisme, seksisme en kolonialisme.
Als ik het in een roman had opgeschreven, zou niemand het geloven.
Vuijsje bij Pauw & Witteman in debat met Accord
Foto: Klaas Jan van der Weij
JuryrapportGeen taboe wordt ontzien, geen enkele illusie blijft
overeind in dit vlammende fresco over het precaire
work in progress dat samenleving heet, en over de
manier waarop de daarin 'samen' levenden over elkaar
denken en met elkaar omgaan.
Dat
alles overtuigend gestalte gegeven in de onmogelijke zoektocht van een
witte 'liegman' naar de 'intellectuele negerin' als allerhoogste
ideaal,
in Nederlands dat swingt als een Afrikaanse tiet , een ritme dat strakker zit dan een zwarte bil in een te kleine luipaardlegging,
en dialogen die knetteren als de op hol geslagen bedrading in verhitte hoofden.
Ontluisterend en genadeloos, en tegelijk zeer geestig. | Jury Gouden Uil over
Alleen maar nette mensen
Vuijsje met zijn gouden Uil. Foto: EPA