Door: Arjan Terpstra
Gepubliceerd: woensdag 29 juli 2009 22:42
Update: donderdag 30 juli 2009 12:15
Michael Mann wekt met Public Enemies historische gangsters tot leven. Verwar historisch alleen niet met realistisch.
KLABANG! Daar schiet weer een kogel uit het geweer van FBI-agent Melvin Purvis (Christian Bale). RATATAT! Antwoordt de Tommy-gun van bankrover Dillinger (Johnny Depp). Twee salvo’s, twee keer knallende hoofdpijn in de bioscoop, zo luid zijn de overdubs op de geluidsband afgesteld. Het versterkt een opkomende scheelheid vanwege de drukke cameravoering bij close-ups: schichtig inzoomen op een gezicht, iets te dichtbij komen en niet helemaal recht erop, dan in schokken afstand nemen en – de meeste mensen beginnen er mee – de lens in focus draaien.
Welkom bij Public Enemies, Michael Manns verfilming van de laatste maanden van John Dillinger. Je hoort de recensenten al met de sabels kletteren. Voor de Mann-hater gaat de kritiek verder waar hij bij Miami Vice(2006), Collateral (2004) en Ali(2001) is opgehouden. Voor hen is Mann: vorm over inhoud. De regisseur, producent en scriptschrijver is zo door de look and feel van zijn product bevangen dat aandacht voor het verhaal achterblijft. Wie anders dan hij bedenkt een heuse filosofie achter de drukke close-ups?
De regisseur koos bewust voor een ‘niet-statische camera’ om de kijker het idee te geven ‘echt bij de hectische gebeurtenissen uit de vroege jaren dertig betrokken te zijn’. Want hoe kijk je iemand in een flard van een seconde aan? Je zoomt schichtig in op een gezicht, komt iets te dichtbij et cetera. Hetzelfde ‘realisme’ past Mann bij het geluidsbeeld toe. Hoe ervaar je een schietpartij in een slaperig provinciestadje? Precies, als een hels kabaal. Dat schoten voor leken altijd tegenvallen – ‘ik dacht dat het rotjes waren!’ – is een waarheid waar Hollywood nooit een boodschap aan heeft gehad.
Liefhebbers roemen Manns aandacht voor detail, en het moet gezegd: in een zomer waarbij je kunt kiezen tussen klapkauwgom (Transformers, Terminator Salvation, GI Joe) en kinderfilms (Harry Potter, Ice Age), is Public Enemies echt grote-mensencinema. De film is door een kleurenbad gegaan waardoor er een overtuigend jaren-dertigpatina ontstaat: diep rood en oranje doen het goed, helgeel trekt naar bruin weg. Het wagenpark van Dillinger en kornuiten is historisch accuraat, net als het blokkeren van de Tommy-guns op cruciale momenten – een bekend probleem in die tijd.
En zo is er meer ‘historisch’ aan deze film, waar eigenlijk maar twee nadelen aan kleven. Aan de ene kant komt Dillinger niet lekker uit de verf, door een teveel aan plotlijnen waar Johnny Depp in verstrikt raakt. Aan de andere kant is helgeel voor iemand in de jaren dertig gewoon wat het is: helgeel. Maar daar moet je Michael Mann niet mee vermoeien.