Door: Eveline Domevscek
Gepubliceerd: zondag 27 september 2009 22:44
Update: maandag 28 september 2009 06:16
Nederlandse vrouwen zijn dik tevreden met hun deeltijdbaan, betoogt Marike Stellinga in haar boek.
Marike Stellinga (37), econoom en Elsevier-journaliste, weet hoe het werkt. Wil je dat je boodschap wordt gehoord, dan moet je zo vaak en hard mogelijk heilige huisjes intrappen. En dat doet Stellinga dan ook met overduidelijk plezier in haar boek De Mythe van het glazen plafond. Zo stelt ze: de moderne werkende moeder leidt een gelukkig luxebestaan, vrouwen gaan écht niet meer werken als de kinderopvang beter en goedkoper wordt en vrouwen hebben ook niet dezelfde carrièrewensen als mannen. Conclusie: vrouwen hebben minder ambitie dan mannen en het glazen plafond is onzin.
In een land waar er collectieve verontwaardiging bestaat over het schamele aantal vrouwen aan de top en men dit met allerlei taskforces wanhopig probeert op te krikken, is haar pleidooi moedig te noemen. Stellinga laat bovendien duidelijk zien dat ze weet waar ze over praat. Sinds 2003 heeft ze zo’n beetje elke bijeenkomst in binnen- en buitenland over (top)vrouwen bezocht, en raakte steeds meer overtuigd van haar idee dat Nederlandse vrouwen die top vaak helemaal niet wíllen bereiken. Ze schrijft: ‘Die emancipatie blijft een politieke kwestie, omdat vrouwen zich nog steeds gedragen als halve huisvrouwen en halve beroepsmoeders. Maar waarom zouden we na een halve eeuw emancipatie nog steeds geloven dat dat onvrijwillig is?’
Schieten op Noorwegen
Degenen dit wel nog geloven zijn volgens Stellinga de Noren, rechtse en linkse politici én feministen. Noorwegen heeft sinds 2008 een quotum ingesteld dat inhoudt dat de raad van commissarissen van beursgenoteerde ondernemingen uit ten minste 40 procent vrouwen moet bestaan. Het Noorse topmanagement bestaat voor 5 procent uit vrouwen, het middenmanagement voor 15 procent. Aangezien uit deze relatief kleine poel vrouwen 40 procent van de commissarissen wordt geworven – terwijl er een veel grotere poel aan mannen bestaat, kan het niet anders dat Noorse mannen veelal worden gepasseerd als commissaris. Een rare boel daar in Noorwegen, vindt Stellinga, want: ‘Het is discriminatie van Noorse mannen om vermeende discriminatie tegen vrouwen tegen te gaan.’
Naast het ‘vrouwvriendelijke’ beleid van Noorwegen maakt Stellinga ook gehakt van feministen. Deze zouden in haar ogen alleen carrièrevrouwen zien als ‘vrije vrouwen’. In deeltijd werkende vrouwen en huisvrouwen zouden niet vrijwillig voor dit bestaan hebben gekozen. Apart, vindt Stellinga, aangezien Nederlandse vrouwen toch tot de gelukkigste vrouwen van de wereld behoren. Bovendien vindt ze deze toegedichte slachtofferrol beledigend.
Na het lezen van Stellinga’s boek is de gedachte ‘waar maken we ons toch zo druk om?’ moeilijk te negeren. Dat Nederlandse vrouwen in tegenstelling tot de Franse en Spaanse een behoorlijke functie ook in deeltijd kunnen vervullen, is toch alleen maar mooi. Stelllinga’s pleidooi is vaak zo logisch geformuleerd dat zelfs de meest overtuigde feminist zich achter haar oren moet krabben.
Ook al wil Stellinga haar kinderen liever niet in de discussie betrekken, toch maakt haar moederschap het verhaal wel sterker. Was dit geschreven door een kinderloos jong grietje, dan hadden vele tegenstanders nu gezegd: wat weet zij nou? En: zíj heeft makkelijk praten. Nu moeten zij toch met een beter verhaal op de proppen komen.
Video: Marike Stellinga bij Pauw & Witteman