Als ik die morgen met mijn jetlaghoofd het hotel uitstap, ben ik helemaal niet voorbereid op de uitzinnige kakofonie aan indrukken. Een stortvloed aan scooters, massaal de stoplichten negerend, stroomt voorbij. Het klinkt alsof elke bestuurder die een toeter heeft, die ook flink gebruikt.
Na moed verzameld te hebben om de straat over te steken, waag ik me het oude stadscentrum in en sla achterover van de chaotische schoonheid ervan. Traditionele communehuizen met binnenplaats worden afgewisseld door hachelijk hoge baksteen gepleisterde kokergebouwen en koloniale huizen met balkons die getuigen van de Franse tijd. Een katholieke kathedraal en boeddhistische en taoïstische tempels maken het architecturale tumult nog een tikkeltje groter.
Hanoi, de hoofdstad van Vietnam, is een stad in sepia. De meeste grote bouwwerken zijn in een mosterdgele kleur geverfd, alle andere zijn vervaagd tot bruintinten. Afbrokkelend pleisterwerk onthult eeuwenoude façades waardoor elke woning er uitziet als een abstract expressionistisch doek. Splinternieuw bestaat hier niet. Mensenhanden, vervuiling, regen, hitte en overstromingen hebben op elk gebouw hun sporen nagelaten.
Hanoi betekent ‘stad in het midden van het water’. De stad ligt aan de Rode Rivierdelta. Veel kanalen zijn door de eeuwen heen gedicht, maar veel meren bleven behouden. Net als collega-watersteden Venetië en New Orleans, is Hanoi romantisch en vervallen. Maar ook florerend.
Labyrint
Nergens zijn verval en bouwindustrie zo geconcentreerd als in Hanoi’s oude wijk, waar nauwe straatjes door elkaar kronkelen als in een labyrint. Alles wat er die dag moet gebeuren, vindt plaats op straat. Baby’s worden gebadderd pal naast een brommer die gerepareerd wordt, groenten worden gewassen, gekookt, gegeten en verkocht, alles op dezelfde stoep. Wat blauwe plastic stoeltjes dienen als openluchtrestaurant waar het lokaal gebrouwen bier wordt geschonken en pho, de nationale soep, wordt geserveerd. Overal staat wel iemand iets te verkopen: bamboe palen, dvd’s, een olieverfschilderij van Barack Obama, muziekinstrumenten, kleding en een gerookte varkenssnuit.
In het noordwesten begint de stad wat vrijer te ademen wanneer de nauwe straatjes uitmonden in rechte, door bomen omzoomde boulevards. Hung Vuong, een brede laan, geeft een architecturale schets van de Vietnamese geschiedenis. De Een pilaar Pagode, aan de westelijke kant van de straat, dateert van 1049. De puntige dakpunten getuigen van een duidelijke Chinese invloed. China regeerde meer dan een millennium in Vietnam en zelfs na Vietnams onafhankelijkheid in 938 bleef het een schatplichtige staat van China.
Die vijandige relatie vormde het karakter van de inwoners van Hanoi en verklaart de stoïcijnsheid en gewelddadigheid waarmee ze de Fransen en Amerikanen versloegen.
Aan de overkant van dezelfde straat staan de stille getuigen van de Franse overheersing: grote neoclassistische villa’s waaronder het paleis van de Franse gouverneur-generaal uit 1900. Niet veel verder staat de imposante getuigenis van Vietnams communistische traditie: het Ho Chi Minh Mausoleum, een evenbeeld van Lenins tombe op het Rode Plein. Drie van de twaalf maanden per jaar is Ho’s lichaam niet te bewonderen, het gaat dan voor onderhoud naar Moskou.
Dutje in de opera
Hanoi’s operahuis is gebouwd door de Fransen in het begin van de 20e eeuw, naar het model van Opera Garnier in Parijs. Het publiek, bestaande uit meer-generatiegezinnen, was zo uitbundig dat ik eerder het idee had bij een high school musical te zitten. Niks geen rood fluwelen gordijnen die langzaam opengaan om een mooi gedecoreerd podium te onthullen. Sterker nog, het hele podium was leeg, op een groot scherm na waar een waterval op was geprojecteerd. Daarna kwamen de dansers in kleurige gewaden hun traditionele ao dais zang ten gehore brengen. Kinderen zaten te springen in hun stoelen terwijl hun opa’s een dutje deden. De Vietnamees heeft van het Franse artefact zijn eigen ding gemaakt, niks geen elitaire hogere kunstvorm, gewoon een gezellig middagje uit met de family.
Hanoi, de stad met de vele geschiedenissen, weet ondanks zijn zes miljoen inwoners nog steeds een dorpse sfeer te behouden.