Door: Marcel van Engelen
Gepubliceerd: maandag 1 maart 2010 23:54
Update: dinsdag 2 maart 2010 06:04
Lig je slecht in de markt die liefde heet, dan blijft het
sappelen op het platteland. Kroegtheorie? Inmiddels wetenschappelijk
bewezen.
De gangbare opvatting luidt: jonge mensen verhuizen
vanuit de provincie naar de stad om te gaan studeren, voor iets ouderen
zal het om werk gaan, en uiteraard is het fijn dat er veel bioscopen en
theaters zijn.
Klopt allemaal, zegt econoom Pieter Gautier, maar
één element wordt steeds onderschat. Een motivering die zelden wordt
genoemd, maar in stilte het zwaarst weegt: grote steden zijn gewoon de
beste locatie om een partner te vinden. Vooral daarom komen mensen naar
de stad en vooral daarom trotseren ze de hoge huizenprijzen. Het zijn
relatief vaak aantrekkelijke mensen die naar de stad komen. Degenen die
slechter in de markt liggen, blijven in groteren getale achter in de
provincie.

Je hoort het jezelf zeggen tegen vrienden in het
café. Inderdaad, het is geen baanbrekende ontdekking, beaamt Gautier,
hoogleraar aan de VU. ‘Maar wij hebben deze hypothese nu met cijfers
onderbouwd.’ Samen met een Deense collega en Coen Teulings van het CPB
ploos Gautier de levensloop uit van bijna 24.000 Denen. De onderzoekers
koppelden relatiestatus (alleenstaand versus getrouwd dan wel
samenwonend) aan woonplaats (stad versus platteland), bekeken ook hoe
aantrekkelijk iemand was en kwamen tot de conclusie dat de wens een
partner te vinden misschien wel het belangrijkste motief is om naar te
stad te trekken. Vooral degenen met veel kans op succes geven daaraan
gehoor.
Relatiemarkt
Gautier: ‘Natuurlijk gaat het altijd om een
combinatie van motieven, maar als je de bewegingen van zo’n grote
populatie analyseert, kun je ook iets over afzonderlijke motieven
zeggen.’ Volgens hem weegt de ‘relatiemarkt’ minstens zo zwaar bij
verhuizingen van en naar de stad als de arbeidsmarkt. ‘Veel mensen die
eenmaal een partner hebben, verlaten de stad. Dan kun je zeggen dat het
gaat om meer ruimte, omdat ze kinderen willen of hebben. Maar het geldt
ook voor stellen die nooit kinderen krijgen.’ Een andere indicatie dat
de mogelijkheden om in de stad een goede partij te vinden
doorslaggevend zijn, is het gedrag van zogenoemde power couples (hoog
opgeleid, goede baan). ‘Als de nabijheid van banen het zwaarst zou
tellen, zouden zij in de stad blijven. Maar ze vertrekken naar de
provincie, veel vaker dan de power singles.’ Ook ouderdom en het
verlangen naar meer rust zijn geen adequate verklaringen voor het
verlaten van de stad, zegt Gautier. ‘Want oudere mensen die in de
provincie wonen en scheiden, zie je vaak naar de stad terugkeren.’ Er
spelen dus andere dingen – vertier? ‘De aanwezigheid van
uitgaansmogelijkheden in de stad betekent dat uitbaters inspelen op de
behoefte dat mensen elkaar willen ontmoeten.’ Het onderzoek,
gepubliceerd in The Journal of Urban Economics, is vanwege de
ingewikkelde wiskundige formules lastig te volgen. De enige
toegankelijk cijfers ter onderbouwing zijn de volgende: op de leeftijd
van 18 jaar woonde 22 procent van de mensen in de stad, op de dag van
trouwen woonde 36 procent in de stad, en vijf jaar later is het aandeel
weer teruggevallen naar 23 procent.
Goede catch
Er zijn meer beperkingen. ‘Als wetenschappers zijn
we gebonden aan harde gegevens. Daarbij moeten we de werkelijkheid
sterk simplificeren om er iets over te kunnen zeggen. Zo hebben we het
hebben van een partner gedefinieerd als getrouwd zijn of samenwonend.
Als je het ruimer zou bekijken, krijg je wellicht andere uitkomsten.
Maar het zou goed kunnen dat de relatiemarkt dan een nog grotere
invloed heeft dan wij hebben vastgesteld.’ Aantrekkelijkheid werd in
het onderzoek bepaald door opleiding, inkomen en vaders inkomen. ‘Dat
waren de enige objectieve maatstaven voorhanden. In feite bekeken we of
iemand een goede, economische catch was. Dat zegt trouwens wel iets
over fysieke aantrekkingskracht. Succesvolle mannen hebben vaker
mooiere vrouwen en dus gemiddeld mooier nageslacht. Goede catches komen
vaker naar de stad en blijven er langer, omdat ze meer profijt hebben
van de grote relatiemarkt.’ De onderzoekers baseerden zich op de
levensloop van Denen tussen 1980 en 1995. De vijf grootste steden
(Kopenhagen, maar ook Esbjerg) golden als stad. Volgens Gautier zijn de
uitkomsten representatief voor Nederland anno 2010. ‘Natuurlijk is er
nu internetdaten, kun je makkelijker op het platteland wonen en in de
stad zoeken. Maar uiteindelijk moet je elkaar toch ontmoeten. In
Amsterdam wonen meer singles dan in Almere en nog veel meer dan in een
dorp. Dat is de afgelopen jaren niet minder geworden.’
De onderzoekers krijgen twee soorten kritiek. ‘Ten
eerste: het is onzin, andere dingen dan de relatiemarkt zijn veel
belangrijker. Dat kunnen we goed weerleggen, al kun je niet uitsluiten
dat bijvoorbeeld de wens anoniem te zijn in de stad een rol speelt.
Anderen zeggen juist: dit wisten we toch allang? Tegen hen zeg ik: dat
zou kunnen, maar wij hebben Sex and the City en Boer zoekt Vrouw nu
geformaliseerd.’