Door: Dirk Koppes 
Gepubliceerd: dinsdag 9 maart 2010 20:24
Update: dinsdag 9 maart 2010 20:25
De Charles Dickens van de Nederlandse literatuur is ze al
genoemd. Floortje Zwigtmans pubervuistdikke trilogie over Adrian
Mayfield is af.
Hij ligt in de winkel bij de adolescentenromans,
maar Floortje Zwigtmans net voltooide trilogie over Adrian Mayfield zou
net zo goed bij de volwassen afdeling kunnen staan. Ze spaart haar
lezers in het 600 pagina’s dikke laatste deel Spiegeljongen geen
onsmakelijk detail uit het leven van Adrian, die met verboden liefde
zijn brood verdient en in de kringen rond Oscar Wilde verkeert.
Geslachtsziekten, dronkenschap, het komt allemaal voorbij. We hebben
Adrian in de eerste twee delen zien opgroeien van naïef
kleermakershulpje via modellenwerk tot de geliefde van de upperclass
schilder Vincent. Als die toch kiest voor het veilige heterohuwelijk,
slaat Adrians kalverliefde om in verschrikkelijke haat.
Hoort jouw trilogie bij de volwassen of de kinder Boekenweek?
‘Een boek hoort nu eenmaal op een bepaalde plank in
de winkel. Als er maar een sticker zoals young adult op geplakt kan
worden. Jammer, want als ik het boek promoot, kom ik lieve
tienermeisjes, nichten van 70 en vrolijke tantes tegen. Het boek gaat
over een opgroeiend kind, dat maakt het nog geen kinder- of
tienerliteratuur.’
Ben je zelf een eeuwige puber? Je hebt 8 jaar met Adrian in je hoofd gezeten.
‘De keuze voor een tiener heb ik gemaakt omdat het
de ideale hoofdpersoon is om een bepaalde tijd te beschrijven. Alles is
nieuw voor Adrian. Hij moet ontdekken hoe hij in het leven staat, wat
het betekent om verliefd te zijn. Zoals bij de meeste romans zit hier
een queeste in, een zoektocht naar verlossing. Adrian moet in het reine
komen met zijn homoseksuele identiteit.’
Waarom kies je in je werk voor jongens als hoofdpersonen?
‘Dat ligt aan de historische setting. Jongens
maakten in vorige eeuwen gewoon meer mee. Meisjes zaten thuis te
borduren. Het kan alleen als je zo’n Thea Beckman-meisje creëert, een
anachronistisch vrijgevochten meisje. Niets mis mee, maar is al te vaak
gedaan.’
Is Adrian geen anachronistisch vrijgevochten rebel?
‘Nee. Adrian blijft een herkenbare jongen, het is
geen totale fremdkörper in zijn tijd. Het is een overlever, die continu
overeind krabbelt. In veel historische romans is het Victoriaanse
tijdperk een spookhuis vol seksuele frustraties. Misschien hadden ze in
die tijd andere regels, maar het waren geen fundamenteel andere mensen
met andere emoties. Sommige dingen in Spiegeljongen lijken verzonnen,
zoals de transseksuele Lady Kinderly, die ontvoerde kinderen exporteert
naar Parijs. Toch is dat gebaseerd op schandalen uit die tijd, ontdekt
door de eerste onderzoeksjournalist; William Stead. Zijn reportages
zijn voor mij een goudmijntje.’
Als Adrian wakker wordt, stinkt hij naar ‘zweet,
wijn en sperma’, schrijf je. De geuren van het Dickensiaanse Londen
zijn belangrijk voor je?
‘In de hele trilogie staan de zintuigen centraal.
Heel belangrijk dat de lezer wordt ondergedompeld in die tijd. Ik wil
de lezer meesleuren in het verhaal, zodat hij kijkt, luistert en snuift
als een Adrian.’
Het boek eindigt min of meer met een happy end. Een concessie aan je jeugdige lezers?
‘Absoluut niet. Ik heb genoeg personages laten
kreperen. Maar ik wilde niet een boek maken waarvan de
homo-hoofdpersoon weer aan een slecht eind komt, zoals dat helaas in
veel boeken nog wel gebeurt. Daar loopt het niet per definitie slecht
mee af. Adrian is een survivor, het is niet logisch dat hij onderuit
gaat.’
* Floortje Zwigtman: Spiegeljongen, uitgeverij De Fontein, € 19,95