Door: Xander de Rond
Gepubliceerd: woensdag 7 juli 2010 01:36
Update: woensdag 7 juli 2010 03:26
Dat trucje van Dan Brown en co kennen we nou wel. Deze zomer op het strand lezen we fantasy. En da’s niks om je voor te schamen.
De humorist
Meester van de humor in de fantasy is Terry Pratchett. De Engelsman tovert de ene na de andere absurdistische roman uit zijn mouw, waarvan er al 38 in de zogeheten schijfwereld verschenen. Deze wereld is een platte schijf, gedragen door vier olifanten, die op de rug van een gigantische schildpad staan. Mensen, trollen en tovenaars leven hier naast elkaar. Zelfs de dood is een karakter. Onder het oppervlak van (zwarte) humor en absurdisme schuilt een diepere laag van parodie, historische verwijzingen en maatschappijkritiek.
De bestseller
Toen Terry Brooks zijn debuut Het Zwaard van Shannara uitbracht, leek de zoveelste Tolkien-kloon geboren. Toch werd het een succes, waarna de Amerikaan met de vervolgdelen een andere weg insloeg. Sindsdien gelden zijn diverse boekenseries over de epische fantasiewereld Shannara (5 series, 17 romans) als een van de beste (en meest verkopende) binnen het fantasyspectrum. Het eerste deel verscheen in 1977, en nog altijd is Brooks er niet klaar mee. Onlangs rondde hij de Genesis van Shannara-reeks af, die een brug vormt tussen de middeleeuwse Shannara-wereld en de postapocalyptische wereld van zijn Krachten van het kwaad-trilogie.
De klassieker
Een klassieker op fantasygebied is de Aardzee-cyclus van Ursula Le Guin. De oorspronkelijke trilogie kwam uit tussen 1968 en 1972 en handelt over tovenaarsleerling Ged, die zijn krachten niet kan beheersen. Hoewel tegenwoordig enigszins in de vergetelheid geraakt, was Aardzee een van de meest invloedrijke fantasyseries van de jaren zeventig. Ook was het bijzonder dat een vrouw van zich liet horen in de door mannen gedomineerde fantasywereld. Daar zou later pas langzaam verandering in komen met doorbrekende schrijfsters als Robin Hobb, Anne MacCaffrey en J.K. Rowling.
De onvoltooide
Wie aan Robert Jordan begint, kan lezen tot hij een ons weegt. Dat de schrijver in 2008 overleed, voordat hij zijn populaire Het rad des tijds-serie kon voltooien, maakt geen verschil. Jordan liet talloze aantekeningen en bandjes achter zodat een collega-schrijver zijn massieve, elf boeken tellende epos zou kunnen afronden. Hier werd Jordan-fan Brendon Sanderson voor aangesteld.
Al snel realiseerde hij zich dat de aantekeningen nog zoveel (sub)-?plotwendingen bevatten, dat het laatste, twaalfde boek zelfs voor fantasybegrippen onmogelijk dik zou worden. Daarom is het opgedeeld in drie delen. Het eerste hiervan, De naderende storm, is onlangs in Nederland uitgebracht.
De meeste fans van Jordan zijn tevreden over het werk dat Sanderson levert.
Het talent
Fantasywatchers weten het zeker: let op Patrick Rothfuss, want die zou wel eens héél hard kunnen gaan doorbreken. Zijn debuut, De naam van de wind (2007), is onderdeel van een trilogie en gaat over het leven van Kvothe de Legende, befaamd magiër, berucht dief, meestermusicus en moordenaar. Grootheden uit de fantasy prezen Rothfuss de hemel in. Jammer dat het vervolg pas in 2011 verschijnt, maar deel één kan in ieder geval mee naar het strand.
Het afwijkende
De Britse schrijver China Miéville omschrijft zijn oeuvre als ‘weird fiction’ en probeert het fantasygenre een nieuwe richting op te bewegen. Wég van de Tolkien-clichés, weg van de commerciële sword & sorcery-wereld. Mieville is de bekendste telg uit het subgenre fantasy-steampunk. Zijn roman Station Perdido speelt zich af in de metropool Nieuw Crobuzon, een enorme, overbevolkte, vervuilde stad. De bevolking bestaat uit een soort vuurrode vrouwen met een scarabee als hoofd, een dik, kikkerachtig watervolk en plantmensen met een stekelige huid en houten skelet. Knettergek dus, maar ook knettergoed.